Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken


UploadenAfbeeldingDef.png
NaamBéla Bartók
Volledige naamBéla Viktor János Bartók
Geboortedatum25 maart 1881
Geboorteplaats Nagyszentmiklós
Overlijdensdatum26 september 1945
Overlijdensplaats New York
BeroepComponist, Pianist
DisciplineMuziektheater
TrefwoordenOpera
Externe databases:
IMDb
VIAF

Béla Bartók (1881-1945) was een Hongaars componist en pianist. Bartók wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste componisten van de twintigste eeuw. Bartók kreeg ook bekendheid door zijn uiterst nauwgezette transcripties van de Oost-Europese Volksmuziek in samenwerking met Zoltán Kodály en was daarmee een van de grondleggers van de etnomusicologie.

Hij werd geboren in Nagyszentmiklós, het huidige Sânnicolau Mare, in Roemenië. Al op jonge leeftijd gaf hij blijk van zijn muzikaal talent. Op zijn negende schreef hij zijn eerste – kleine – composities voor piano, meest korte dansen. Zijn moeder stimuleerde zijn muzikale ontwikkeling en was zelfs bereid om te verhuizen, om ervoor te zorgen dat haar zoon les kon krijgen van de beste muziekleraren.

Bartók studeerde piano aan het conservatorium van Presburg (thans: Bratislava) en leerde zichzelf componeren door partituren te lezen. Later studeerde hij aan de Lisztacademie in Boedapest, onder andere bij Hans von Koessler. Nadat hij daar was afgestudeerd, werd Bartók concertpianist en – in 1907 – docent piano aan de eerder genoemde muziekacademie. In zijn vroege werken stond hij sterk onder invloed van werken van Hector Berlioz, Franz Liszt en Richard Strauss, componisten die hij zeer bewonderde.

In 1917 had Bartók, na aanvankelijke tegenslagen, zijn eerste succes met de uitvoering van zijn ballet De houten prins. Het stuk was aanvankelijk geweigerd door de vaste Hongaarse dirigenten van de Opera van Boedapest, maar een Italiaanse gastdirigent, Egisto Tango, durfde het aan. Tijdens de repetities was er bij de uitvoerenden veel weerstand tegen de muziek: zij vonden het 'onspeelbaar', maar de uitvoering werd een groot succes. Een jaar later had hij een soortgelijk succes met de opera Hertog Blauwbaards burcht. Daarna kreeg hij al snel internationale bekendheid en maakte vele concertreizen door Europa en Amerika. Ook in Nederland werd zijn werk vanaf het begin van de jaren twintig veelvuldig uitgevoerd.

Vanaf 1933 werd in Duitsland Bartóks muziek als "entartet" (ontaard) beschouwd en uitvoeringen van zijn werk werden verboden. De politieke ontwikkelingen in Europa in de jaren '30 brachten Bartók er uiteindelijk toe in 1940 naar Amerika te emigreren. Daar heeft hij echter nooit echt kunnen aarden. In de Verenigde Staten werd Bartóks muziek niet gewaardeerd en aan de transfer van royalty's vanuit Europa kwam een einde, zodat de componist grote moeite had om in zijn levensonderhoud te voorzien. Voor de Columbia University transcribeerde Bartók vanaf maart 1941 enige tijd Servo-Kroatische volksliederen.

Niettemin schreef Bartók in de Verenigde Staten één van zijn populairste werken, het Concert voor orkest. In opdracht van Yehudi Menuhin schreef hij een Sonate voor soloviool (1944). Bartók stierf in september 1945 aan leukemie. De auteursrechtenorganisatie ASCAP betaalde de ziekenhuiskosten en de uitvaartplechtigheid. Zijn laatste werk, het Altvioolconcert (1945), heeft hij niet meer kunnen voltooien. Van dit werk zijn alleen de volledige partij voor de altviool en enkele aanwijzingen voor de instrumentatie gereed gekomen. Het wordt nu meestal uitgevoerd zoals Bartóks leerling Tibor Serly het heeft "ingevuld" volgens zijn aantekeningen. Van het Derde pianoconcert voltooide Serly de orkestratie van de laatste 17 maten.

Bartóks muziek werd tijdens het leven van de componist slechts in kleine kring gewaardeerd. Het publiek beschouwde zijn muziek als atonaal en dissonant. Vrijwel direct na de dood van Bartók ontstond echter, gestimuleerd door het succes van het Concert voor Orkest en de promotie van Bartóks vioolwerken door Yehudi Menuhin, een grote belangstelling voor zijn werken. Bartók werd in korte tijd een wereldberoemd componist. Het Derde Pianoconcert (1945), de Muziek voor Snaarinstrumenten, Slagwerk en Celesta (1937), het Divertimento voor strijkorkest (1939), het Tweede Vioolconcert (1939), de ballet-pantomime De wonderbaarlijke mandarijn (1918/1919), de zes strijkkwartetten en last but not least zijn pianoleerreeks Mikrokosmos (153 korte stukken, ontstaan tussen 1926 en 1939) zijn thans klassiek en worden veelvuldig uitgevoerd.

In 1988 werd het stoffelijk overschot van Bartók overgebracht naar Hongarije en bijgezet op het Farkasreti-kerkhof te Boedapest.


Béla Bartók heeft bijgedragen aan 136 productie(s).

Béla Bartók heeft gewerkt in de volgende functies:


Het gehele overzicht van voorstellingen waaraan Béla Bartók heeft meegewerkt, voor zover geregistreerd in de Theaterencyclopedie:

NB: Bij de carrièreoverzichten zijn de voorstellingen gekoppeld aan de premièredatum. Het kan echter voorkomen dat personen niet aan de première meewerkten, maar pas later bij de voorstelling betrokken raakten.

Curriculum Vitae Theatrum
Productie Functie Producent Seizoen Premièredatum In choreografie van
Dans- en chanson-avond Chaja Goldstein Muziek Chaja Goldstein 1932/1933 5 april 1933
Dansende jongen Muziek Ilona Pateschi 1939/1940 30 juli 1940
Schnelltanz (Ballet-Parade) Muziek Gemeentelijk Theaterbedrijf Amsterdam 1942/1943 16 september 1942
Dansochtend Bob Nijhuis Muziek Bob Nijhuis 1943/1944 4 september 1943
Dansavond Bob Nijhuis Muziek Bob Nijhuis 1943/1944 24 september 1943
Dansavond Gretel van Bruggen Muziek Gretel van Bruggen 1943/1944 23 december 1943
Dans-recital Muziek Desta & Menen 1942/1943 23 april 1944 Serge Lifar, Ljubov Egorova
Liefde in de dans Muziek Ballet Recital II 1950/1951 3 maart 1951 Aart Verstegen, Michel Fokine, Sonia Gaskell
Le mandarin merveilleux Muziek Theatre Royal de la Monnaie Bruxelles 1956/1957 15 april 1957 Jean-Jacques Etchevery
De disgenoten Muziek Het Nederlands Ballet 1957/1958 15 juni 1958 Rudi van Dantzig
The Miraculous Mandarin Muziek Holland Festival 1957/1958 1 juli 1958 Dimitri Parlic
De wonderbaarlijke mandarijn Muziek Het Nederlands Ballet 1958/1959 6 maart 1959 Vera Pasztor, Erno Vashegyi
Er stond een boom in de weide Muziek Scapino Ballet 1959/1960 9 januari 1960 Jan Rebel
The Prisoners Muziek Western Theatre Ballet 1960/1961 21 oktober 1960 Peter Darrell
De kameleons Muziek Amsterdams Ballet 1960/1961 27 december 1960 Robert Kaesen
Caprichos Muziek Het Nationale Ballet 1961/1962 8 november 1961 Herbert Ross
De wonderbaarlijke mandarijn Muziek Het Nationale Ballet 1961/1962 8 juli 1962 Erno Vasheggyi, Vera Pasztor
Suite en noir et blanc Muziek Ballet van de XXe Eeuw 1962/1963 13 november 1962 Maurice Béjart
Huis Clos Muziek Nederlands Dans Theater 1962/1963 20 mei 1963 Maurice Béjart
Sonate à trois Muziek Nederlands Dans Theater 1962/1963 5 juli 1963 Maurice Béjart
De kameleons Muziek 1963/1964 10 oktober 1963 Robert Kaesen
Rhytme en klank Muziek Het Nationale Ballet 1985/1986 13 februari 1964 Sonia Gaskell
Opus 12 Muziek Holland Festival 1963/1964 15 juni 1964 Hans van Manen
De disgenoten Muziek Het Nationale Ballet 1964/1965 29 september 1964 Rudi van Dantzig
Dualis Muziek Nederlands Dans Theater 1966/1967 24 juni 1967 Hans van Manen
Double Duet Muziek Holland Festival 1966/1967 7 juli 1967 Benjamin Harkarvy
Blauwbaards burcht Muziek Producent onbekend 1967/1968 30 september 1967
Disgenoten (herinstudering) Muziek Het Nationale Ballet 1967/1968 14 december 1967 Rudi van Dantzig
Blauwbaards burcht Muziek De Nederlandse Operastichting 1967/1968 25 april 1968
Sonate à trois Muziek Western Theatre Ballet 1967/1968 30 april 1968 Maurice Béjart
Suite Muziek Scapino Ballet 1968/1969 20 oktober 1968 Ineke Sluiter
De wonderbaarlijke mandarijn Muziek Het Nationale Ballet 1970/1971 27 januari 1971 Vera Pasztor, Erno Vashegyi
Sonate pour deux pianos et percussion Muziek Holland Festival 1971/1972 30 juni 1972 Félix Blaska
Blauwbaards burcht Muziek De Nederlandse Operastichting 1972/1973 13 januari 1973
Fase Muziek Rotterdams Danscentrum 1972/1973 20 mei 1973 Margreet Hardewijn
Zachte vloer show Muziek Scapino Ballet 1973/1974 30 september 1973 Eric Hampton
Blaubart Muziek Holland Festival 1977/1978 4 juni 1978 Pina Bausch
Translucent Tones Muziek Nederlands Dans Theater 1978/1979 15 juni 1979 Nils Christe
Twee op een bank Muziek Scapino Ballet 1978/1979 27 juni 1979 Henk Knaap
Burletta Muziek Introdans 1979/1980 8 februari 1980 Mieke Lamar
Jeugdherinneringen Muziek Nederlands Dans Theater 1979/1980 13 juni 1980 Mats Ek
Bartok '81 Muziek Introdans 1980/1981 8 januari 1981 Ton Wiggers
De houten prins Muziek Holland Festival 1980/1981 6 juni 1981
De wonderbaarlijke Mandarijn Muziek Holland Festival 1980/1981 16 juni 1981 Jochen Ulrich
Hertog Blauwbaard's burcht Muziek Holland Festival 1980/1981 16 juni 1981
Village Songs Muziek Nederlands Dans Theater 1981/1982 12 november 1981 Christopher Bruce
Wenn die Wände sprechen Muziek Holland Festival 1981/1982 22 mei 1982 Marilén Breuker
Divertissement Muziek Introdans 1982/1983 8 oktober 1982 Lucas van Dapperen
A Furnished Room Muziek Stichting Danskern 1982/1983 2 februari 1983 Adrianus Kans, Ellen Crawford
Whisper Wind Muziek Scapino Ballet 1983/1984 23 oktober 1983 Joachim Siska
Per aspera Muziek Dansgroep Krisztina de Châtel 1983/1984 3 december 1983 Krisztina de Châtel
Litanie Muziek Stichting Danskern 1983/1984 22 mei 1984 Adrianus Kans
Landschap met reiziger Muziek Stichting Danskern 1983/1984 22 mei 1984 Adrianus Kans
Solo's Muziek Dansgroep Krisztina de Châtel 1984/1985 19 januari 1985 Krisztina de Châtel
Running Balances Muziek Holland Festival 1984/1985 9 juni 1985 Judith Marcuse
Bartok Sonata Muziek Holland Festival 1984/1985 9 juni 1985 Judith Marcuse
Het stond in de krant Muziek Poppentheater Marag 1985/1986 31 augustus 1985
Piet Hutten Muziek Dansgroep Sodemieter Op 1985/1986 10 januari 1986 Hans Tuerlings
Een voedzame maaltijd Muziek Werkcentrum Dans 1985/1986 27 februari 1986 Gerrit Jan Vooren
Bartók aantekeningen Muziek Rosas VZW 1985/1986 10 juni 1986 Anne Teresa de Keersmaeker
Op het lijf geschreven Muziek Impresariaat Frans van Bronkhorst 1985/1986 29 juni 1986 Nils Christe
Strings Muziek Het Nationale Ballet 1988/1989 29 juni 1986 Nils Christe
Dansen uit de Hades Muziek Muziek- & Danstheater Pandora 1987/1988 22 januari 1987 Muziek- & Danstheater Pandora
Temptations of The Moon Muziek Martha Graham Dance Company 1986/1987 27 februari 1987 Martha Graham
Contrasten Muziek Stichting Danskern 1987/1988 10 augustus 1987 Adrianus Kans
Strings Muziek Scapino Ballet 1987/1988 4 oktober 1987 Nils Christe
Het mythische voorwendsel Muziek Het Nationale Ballet 1987/1988 13 november 1987 Toer van Schayk
Zij had vaak groot verlangen elders te zijn Muziek Stichting Dans in Uitvoering 1987/1988 20 november 1987 Wies Bloemen
Uit de diepte Muziek Stichting Image 1987/1988 26 november 1987 Naomi Duveen
Operaliefde! Muziek Krochttheater 1987/1988 26 mei 1988
Blauwbaards burcht Muziek De Nederlandse Opera 1988/1989 5 september 1988
Ellips Muziek Toneelgroep Ellips 1988/1989 30 september 1988
Quatuor nr. 4 Muziek Rosas VZW 1988/1989 30 april 1989 Anne Teresa de Keersmaeker
Mikrokosmos Muziek Rosas VZW 1988/1989 30 april 1989 Anne Teresa de Keersmaeker
A Perfect Plotter Muziek Danswerkplaatscircuit 1989/1990 1 november 1989 Gonnie Heggen
Luc Boyer voor het blok 3 Muziek Luc Boyer 1989/1990 12 februari 1990
Marshmallow Way Muziek Scapino Ballet Rotterdam 1989/1990 23 maart 1990 Tamara Roso
Dames blanches Muziek Scapino Ballet Rotterdam 1989/1990 21 juni 1990 Kirsten Debrock
Het valt, ja toch? Muziek Frans Poelstra & Gonnie Heggen 1989/1990 21 december 1990 Frans Poelstra, Gonnie Heggen
Het valt, ja toch? Muziek Frans Poelstra, & Gonnie, Heggen 21 december 1990 Frans Poelstra, Gonnie Heggen
To Catch... Catch... Catch! Muziek Springdance 1990/1991 1 mei 1991 Tamara Roso
Detail Muziek Het Nationale Ballet 1990/1991 25 mei 1991 Krzysztof Pastor
Vurige engelen Muziek De Rotterdamse Dansgroep 1990/1991 29 mei 1991 Raymond Esterhuizen
Pas de deux uit Het mytische voorwendsel Muziek Introdans 1990/1991 15 juni 1991 Toer van Schayk
Color Muziek Stichting Dansproduktie 1991/1992 18 oktober 1991 Bianca van Dillen
A Far Cry Muziek Holland Dance Festival 1991/1992 9 november 1991 Douglas Wright
Love Lines Muziek Stichting Danskern 1992/1993 26 november 1992 Anna Sokolow, Adrianus Kans, Doris Humphrey
Lover Man Muziek Nadine Ganase 1992/1993 26 januari 1993 Nadine Ganase
O Don Fatale Muziek Dansgezelschap Reflex 1992/1993 5 februari 1993 Valentin Passoni
Archief, Opéra laconique de l'Ecole Faux-naïf Muziek Compagnie Peter Bulcaen 1992/1993 12 februari 1993 Piet Rogie
Per aspera Muziek Theaterschool 1993/1994 24 maart 1994 Krisztina de Châtel
Judit Muziek Compagnie Peter Bulcaen 1993/1994 18 mei 1994 Piet Rogie
I Want That Muziek Theaterschool 1994/1995 3 november 1994
Don Quijote Muziek Needcompany 1994/1995 23 februari 1995 Grace Ellen Barkey
Kinok Muziek Rosas VZW 1994/1995 30 april 1995 Anne Teresa de Keersmaeker
The Golden Mean Muziek Koninklijk Ballet van Vlaanderen 1995/1996 17 oktober 1995 Christopher d' Amboise
Tournee 1995 Muziek Eurythmeum Stuttgart 1995/1996 6 november 1995 Else Klink, Isolda Sagrestano, Michael Leber, Benedikt Zweifel, Aurel Mothes
Recital Muziek Het Gevolg 1995/1996 7 januari 1996
Zonder titel Muziek Herman van Veen 1995/1996 7 februari 1996
Gaan Muziek Stichting Luc Boyer 1996/1997 11 december 1996
Anatomische verzamelingen - 44 duo's van Bartók Muziek Dansend Hart 1996/1997 21 maart 1997 Wies Merkx, Charles Corneille
Hertog Blauwbaards burcht Muziek Nationale Reisopera 1996/1997 29 maart 1997
De wonderbaarlijke mandarijn Muziek Raz / Hans Tuerlings 1997/1998 29 januari 1998 Gabi Sund
MIKRoKOZMOSZ Muziek Projektbühne Euryhtmie Werkstatt Neue Musik 1997/1998 7 maart 1998
Mikrokosmos / Quatuor no 4 / Hertog Blauwbaards Burcht Muziek Rosas VZW 1997/1998 7 mei 1998 Anne Teresa de Keersmaeker
Charley Muziek Stichting Kumulth 1998/1999 6 maart 1999
Bitter Sweet Muziek Het Nationale Ballet 1998/1999 19 maart 1999 Krzysztof Pastor
Blauwbaard's burcht Muziek Opera Spanga 1999/2000 15 juli 2000
Racing Thoughts Muziek Dance Works Rotterdam 2001/2002 26 september 2001 Ton Simons
Hurry up Please, It's Time Muziek DansWerkplaats Amsterdam 2001/2002 20 december 2001 Ann van den Broek
Popoor Muziek Het Concertgebouw, Amsterdam 2001/2002 9 februari 2002
De knecht van Stradivari Muziek Het Concertgebouw, Amsterdam 2002/2003 11 januari 2003
SZ 110, la sonate... Muziek Muziektheater, Gastprogrammering Het 6 januari 2004 Karole Armitage
SZ 110, la sonate... Muziek Gastprogrammering Het Muziektheater 2003/2004 6 januari 2004 Karole Armitage
Le château de Barbe Bleu Muziek Gastprogrammering Het Muziektheater 2003/2004 6 januari 2004 Karole Armitage
Van heksensoep en reuzenpoep Muziek Het Concertgebouw, Amsterdam 2003/2004 15 mei 2004
De gelaarsde kat Muziek Het Nederlands Marionettentheater 2003/2004 27 juni 2004
(P)art-Trap / Time Remix Muziek Dance Works Rotterdam 2005/2006 3 november 2005 Ton Simons
Pjotr's val- en vliegverhalen Muziek Theater Sonnevanck 2005/2006 8 januari 2006
Blauwbaards Burcht Muziek Muziektheater Transparant 2005/2006 21 februari 2006
Appelgroen Muziek Het Internationaal Danstheater voor de Jeugd 2005/2006 5 maart 2006 Tamar Shahinian, Jeanefer Jean-Charles, Joco Janek, Pauline Griffioen, Ján Sevcik, Thérèse van Altena
Janus Zevenklap Muziek Rood Verlangen 2006/2007 11 februari 2007
All Fours Muziek Mark Morris Dance Group 2006/2007 19 juni 2007 Mark Morris
De vuurvogel Muziek Rood Verlangen 2007/2008 7 oktober 2007
Gitanes Muziek Stella Den Haag 2008/2009 12 augustus 2008
Repelsteeltje Muziek Het Nederlands Marionettentheater 2009/2010 5 september 2009
Double Points: Janine Muziek Emio Greco 2009/2010 26 oktober 2009 Emio Greco, Pieter C. Scholten
Lisa's grote reis Muziek Oorkaan 2009/2010 7 november 2009
Hertog Blauwbaards burcht Muziek De Nederlandse Opera 2009/2010 5 maart 2010
Hertog Blauwbaards burcht Muziek Toneelacademie Maastricht 2010/2011 26 mei 2011
Roemeense dansen Muziek Oorkaan 2018/2019 20 oktober 2018 Josephine van Rheenen
Romanian folk dances Muziek Het Nationale Ballet 2020/2021 17 september 2020 Ted Brandsen
Romanian Folk Dances Muziek Het Nationale Ballet 2020/2021 17 september 2020 Ted Brandsen
Blauwbaards burcht Muziek Nationaal Jeugdorkest 2021/2022 2 augustus 2022
De wonderbaarlijke mandarijn Muziek Duda Paiva 2022/2023 14 april 2023
Tempo Muziek Oorkaan 2023/2024 3 maart 2024

Muziek

Algemene kenmerken

In veel van Bartóks muziek is zijn affiniteit met de volksmuziek van de Pannonische vlakte terug te vinden, zowel in de melodieën als – in grotere mate – in de ritmiek. Maar de grootste invloed gold de harmonie. Zo leidde het gebrek aan gebruikelijke drieklanken in de pentatonische toonladders in de oude Hongaarse volksmuziek tot harmonisatie op basis van kwarten en tot beoordeling van de kleine septiem als consonant en leidden melodieën op basis van modale toonsoorten tot de verrijking van de gebruikelijke toonladders van zeven tonen met meer noten tot Bartóks eigen weg naar de twaalftoonstoonladder, namelijk op basis van de nevenschikking van alle noten in de majeure, de frygische en de lydische toonladders.

Andere niet zo zeer definiërende als wel typerende kenmerken van Bartóks muziek zijn de volgende.

  • Veel stukken zijn gebaseerd op één klein thema. De gehele compositie bestaat uit een organische ontwikkeling en verwerking hiervan. Bartók noemde deze techniek thematische uitbreiding van het bereik en zag dit als een uitbreiding op de fugatische technieken als inversie en vergroting.
  • De meeste composities ontberen uitgebreide coda´s. Net als in veel volksmuziek eindigen veel composities met een laatste presentatie van het hoofdthema.
  • Composities bestaan vaak uit meerdere lijnen die sterk kunnen verschillen in timbre, tonaliteit en ritme. Het lijkt soms alsof de verschillende instrumenten of stemmen een onafhankelijke weg gaan. De kern van de zeggingskracht van zo´n compositie bestaat echter juist uit de muzikale effecten van de samenklank van de vele per stuk vaak vrij eenvoudige ritmische of melodische lijnen. Deze praktijk leidde tot polyritmiek en polytonaliteit. Zoals de bladmuziek echter uitwijst is één lijn het belangrijkst en is bepalend voor maat- en toonsoort.

Jeugd: laat-romantisch stijl (1890-1902)

De werken van zijn jeugd zijn in een laat-romantische stijl gecomponeerd. Tussen 1890 en 1894 (van zijn negende tot zijn dertiende levensjaar) schreef hij 31 stukken met overeenkomstige opusnummers. Hij begon zijn werken opnieuw te nummeren met opus 1 in 1894 met zijn eerste grotere werk, een pianosonate. Tot 1902 schreef Bartók in totaal 74 werken in een laat-Romantische stijl. De meeste hiervan zijn geschreven voor solo piano of bevatten de piano ten minste als instrument voor de begeleiding. Daarnaast zijn er enkele kamermuziekcomposities voor snaarinstrumenten. Vergeleken bij zijn latere stukken getuigen deze werken niet van een eigen stijl.

Nieuwe invloeden (1903-1911)

Onder invloed van Richard Strauss (onder andere van diens Also sprach Zarathustra), componeerde Bartók in 1903 Kossuth, een symfonisch gedicht in tien tableaus. In 1904 volgde zijn Rapsodie voor piano en orkest die hij wederom met opus 1 nummerde. Daarmee gaf hij weer dat dit het begin was van een nieuwe episode in zijn werk. Een belangrijkere gebeurtenis van dit jaar was dat hij toevallig het achttienjarige kindermeisje Lidi Dósa uit Transsylvanië volkswijsjes hoorde zingen. Dit was het begin van zijn levenslange toewijding aan de etnomusicologie. In Bartóks zienswijze kan een componist op drie wijzen volksmuziek in zijn composities verwerken. De eerste optie is om een oorspronkelijke volksmelodie onveranderd te laten en op muziek te zetten, waarbij de componist harmonisatie en begeleiding toevoegt. Hij vergeleek dit werk met het zetten van een edelsteen; een edelsteen is immers ook niet door de juwelier zelf gemaakt. Kritiek dat hij daarbij geen eigen melodieën componeerde, pareerde Bartók door te stellen dat Molière en Shakespeare hun toneelstukken ook op bekende verhalen baseerden. De tweede optie voor een componist is om in de stijl van volksmuziek te componeren en alles zelf te componeren, inclusief de melodieën. De derde en laatste optie is om traditionele klassieke muziek te componeren, waarvoor elementen van volksmuziek een gesublimeerde inspiratiebron zijn, bijvoorbeeld het ritme of het gebruik van modale toonsoorten.

Bartók leerde Debussys muziek in 1907 kennen en bewonderde zijn muziek zeer. Debussy's invloed is aanwijsbaar in de Veertien Bagatellen (1908) waarover de pianist Wilhelm Backhaus uitriep 'Eindelijk iets echt nieuws!' Tot 1911 componeerde Bartók zeer verschillende werken, zowel in romantische stijl als bewerkingen van volksmuziek en tenslotte zijn uitgesproken modernistische opera Hertog Blauwbaards burcht. De negatieve receptie van zijn werk leidde ertoe dat hij zich na deze periode toelegde op pianoles en etnomusicologisch onderzoek. Op bewerkingen van volksmuziek na stopte hij met componeren.

Nieuwe inspiratie en experimenteren (1916-1921)

Bartóks negatieve houding ten opzichte van componeren verdween dankzij het stormachtige en inspirerende contact met Klára Gombossy in de zomer van 1915. Er brak weer een vruchtbare periode aan, waarvan de Suite voor piano opus 14 (1916) en het (pas in 1926 voor het eerst opgevoerde) ballet De Miraculeuze Mandarijn (1918) getuigen; ook voltooide hij het ballet De Houten Prins (1917).

Bartók ervoer het resultaat van de Eerste Wereldoorlog als een persoonlijke tragedie. Veel gebieden waar hij sterk aan hechtte werden Hongarije ontnomen: Transsylvanië, de Banaat waar hij was geboren en Pozsony waar zijn moeder leefde en tot haar dood in 1939 zou blijven. Voorts maakte de vijandige houding van de opvolgstaten van de Donaumonarchie het hem moeilijk om etnomusicologisch onderzoek te doen. Op zichzelf teruggeworpen experimenteerde hij met steeds verdergaande compositionele technieken. Zijn composities bevatten geen duidelijke melodieën en neigen naar atonaliteit. De muziek van Bartók is echter nooit echt atonaal. De componist beschouwde atonaliteit als wezensvreemd aan volksmuziek. In een aantal werken wordt echter atonaliteit dicht benaderd, zoals in het Derde strijkkwartet (1927) en de Eerste en Tweede Vioolsonate (1921). Met de Acht Improvisaties op Hongaarse boerenliederen (1920), de Tweede Sonate voor Viool en Piano (1922) en de zonnige Danssuite (1923, het jaar van zijn tweede huwelijk), hebben we al Bartóks werken tussen 1919 en 1925 al opgesomd.

Rijpe periode (1926-1945)

In 1926 had Bartók een groot stuk voor piano en orkest nodig dat hij op tournee in Europa en Amerika kon spelen. Als opwarmer voor zijn eerste pianoconcert schreef hij zijn pianosonate, In de Open Lucht en Negen Kleine stukken, alle voor solo piano. In al deze stukken, inclusief het eerste pianoconcert, is de piano voor Bartók een slaginstrument. Deze benadering vond zijn culminatie in de Sonate voor twee piano's en slagwerk. Later zei Bartók dat rond dit ‘pianojaar’ zijn composities van een Beethovenachtige naar een Bachachtige esthetiek verschoven. Hij begon het idioom van zijn rijpe fase te vinden. In de werken vanaf ongeveer 1934 wordt een volledige fusie van Europese kunstmuziek en volksmuziek van de Pannonische vlakte gerealiseerd. De composities worden vanaf medio jaren dertig melodischer, minder dissonant en minder ritmisch complex. Bartóks volwassen stijl is moeilijk te definiëren laat staan onder één noemer te scharen. Het wordt, net als Stravinskys muziek, getypeerd door een synthese van vele invloeden: Bach en nog oudere muziek, classicisme, volksmusiek, muziek als geluid (een invloed van modernisten als Debussy) en zelfs de romantiek. In Bartóks volwassen periode schreef hij relatief weinig werken maar de meeste zijn grootschalige composities voor grote bezetting. Zijn late werken zijn vaak in klassieke vormen en slechts de vocale werken hebben programmatische titels.

Meesterwerken

Van bijzonder belang zijn de zes strijkkwartetten, die tot de muzikale hoogtepunten van de twintigste eeuw worden gerekend en de ontwikkeling van de componist weerspiegelen. Het Eerste kwartet is nog tamelijk traditioneel. In het Tweede strijkkwartet is reeds invloed van de volksmuziek hoorbaar. Het Derde kwartet (1927) en Vierde kwartet (1929) zijn de hoogtepunten in de reeks. In deze kwartetten worden dissonanten toegepast, exotische ritmen, ontleend aan de Balkanmuziek, en nieuwe speeltechnieken, zoals het glissando voor alle instrumenten, het gebruik van kwarttonen en het bekende Bartók-pizzicato. Van de zes strijkkwartetten zijn vele CD-opnamen gemaakt. De bekendste en breed gewaardeerde is die van het Emerson Kwartet.

Voor wat betreft Bartóks rijpe periode zijn enkele veel gespeelde werken de Cantata Profana (1930, Bartóks favoriete eigen werk), Muziek voor Snaarinstrumenten, Slagwerk en Celesta (1936), het Concert voor Orkest (1943) en het Derde Pianoconcert (1945).

Indeling van Bartoks werken

Verschillende auteurs maakten een catalogus van Bartoks werken. De eerste en meest aangewende indeling van Bartoks composities werd gemaakt door András Szöllősy. Dit is een chronologische indeling van 1 tot 121 voorzien van de afkorting SZ. Denijs Dille voorzag het werk van Bartok met een thematische indeling met nummering DD van 1 tot 77. De recentste catalogering is van de hand van László Somfai en is eveneens chronologisch van aard. De werken zijn voorzien van een BB-nummering van 1 tot 129 met correcties gebaseerd op de Béla Bartók Thematic Catalogue. Een complete lijst van de werken van Bartók is opgenomen in het artikel Oeuvre van Béla Bartók.

Bronnen