De TheaterEncyclopedie is vernieuwd!

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Someone.gif

NaamHans Roduyn
Volledige naamHans Rooduyn
PseudoniemHans Roduin
Geboren2 mei 1915
Utrecht
Overleden1989
Fanghetto
BeroepDramaturg, Promotor

Biografie

In 1959 trad Hans Roduin als dramaturg in dienst van Toneelgroep Puck dat in 1961 verder ging als Toneelgroep Centrum. Door de repertoire keuze en de vaste regisseurs zoals Walter Kous en Peter Oosthoek werd het een roemruchtig gezelschap Er werden veel jonge Engelse schrijvers geïntroduceerd, zoals o.a. Edward Bond, Christoffer Hampton, Peter Nichols en Harold Pinter. De laatste gaf Centrum zelfs de exclusieve rechten voor Nederland van zijn nieuwe stukken. Enkele gingen daardoor bij het gezelschap in wereldpremière. Daarnaast werden werken van Peter Hacks, Pavel Kohout en George Tabori voor het eerst in Nederland gebracht. Later richtte het gezelschap zich op de ontwikkeling van nieuw Nederlands repertoire wat leidde tot stukken van o.a. H. Bernlef, Gerben Hellinga, Paul Haenen, Gerard Lemmens, Herman Lutgerink, Peter te Nuyl, Adriaan Venema en Ton Vorstenbosch, soms in samenwerking met Guus Vleugel. Nog niet eerder was er een gezelschap dat zo frequent toneel van eigen boden bracht. Een en ander leidde er toe dat Toneelgroep Centrum in 1968 de Prijs van de Nederlandse Theatercritici verwierf voor het vernieuwende repertoire, met hedendaagse, maatschappelijk betrokken stukken. Veel stukken werden door Roduin vertaald, zoals van Jean Anouilh, Bertolt Brecht, Jean Genet, Pavel Kohout en Harold Pinter.

Johannes Jacobus Rooduijn, zijn werkelijke naam, werd in 1915 in Utrecht geboren en vond de dood in 1989 in Fanghetto in Italië. In 1939 debuteerde hij als dichter in het tijdschrift Werk. In datzelfde jaar verschenen enkele van zijn gedichten in In aanbouw - Letterkundig werk van jongeren een bloemlezing van K. Lekkerkerker. In de oorlog behoorde hij tot de groep rond het steeds in een oplage van een exemplaar geplubliceerde tijdschrift De Schone Zakdoek, waarin hij onder de naam Ko Rooduyn gedichten schreef. In 1945 publiceerde hij clandestien bij Reinoud Kuipers in de bundel Maanzaad tien lethargische gedichten. Na de Tweede Wereldoorlog was hij enige tijd redacteur van het interacademiale tijdschrift Minerva en bezorgde in 1955 met Hans van Straten de postume bundel Muggen en zwanen van de dichter Max de Jong. Al in de oorlog was Roduin in Utrecht, naast zijn studie theologie, met Jan Meulenbelt een antiquarische verzendboekhandel begonnen, dat hij nog tijdens de oorlog voortzettende onder de naam d'Eendt in de Spuistraat in Amsterdam. Behalve oude boeken en prenten werden in d'Eendt publicaties verkocht van opkomende avant-gardistische dichters en beeldend kunstenaars. In 1950 opende Roduin aan de overzijde van de straat, in een oud pakhuis, galerie en sociëteit Le Canard. Hier vond een groot aantal manifestaties van de 'experimentele' en andere vernieuwende kunstenaars plaats: tentoonstellingen, lezingen, concerten, discussies als ook theater- en filmvoorstellingen. Tal van later bekende kunstenaars debuteerden of exposeerden in Le Canard. Er verschenen ook bibliofiele uitgaven met door kunstenaars vervaardigde prenten en het huis fungeerde als impresariaat voor jonge musici, literatoren en beeldend kunstenaars. In 1953 fuseerde Le Canard met de Amsterdamse Filmliga.

Vanaf 1965 bezocht Roduin regelmatig zijn huis in het Italiaanse bergdorp Fanghetto waar hij een steeds uitdijend congolomeraat van middeleeuwse ruïnes liet restaureren. Na een hersenbloeding in 1983, die zijn spraakvermogen had aangetast, trok Roduin zich daar terug. Tijdens een bergwandeling overleed hij in 1989. Zijn as werd begraven op het kerkhof van Fanghetto waar zijn vierde vrouw, de Duitse fotografe Ingeborg Spielmans in 2007 is bijgezet.

Theater/Dans

Film

TV

Overig

Trivia

Externe Links

Bronnen