Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
UploadenAfbeeldingDef.png
NaamAlbert Camus
Geboortedatum7 november 1913
Geboorteplaats Mondovi
Overlijdensdatum4 januari 1960
Overlijdensplaats Villeblevin
BeroepSchrijver
DisciplineToneel
Externe databases:
DBNL
IMDb
VIAF

Er is nog geen biografie beschikbaar voor Albert Camus. Klik hier om de tekst toe te voegen (je moet hiervoor ingelogd zijn; je kunt je hier hier registreren).
Let op: mogelijk staat er verder op de pagina (onder het carrièreoverzicht) al wel een biografietekst; deze tekst kan dan door middel van eenvoudig “knippen en plakken” in het veld "biografie" worden gezet!

Albert Camus heeft bijgedragen aan 55 productie(s).

Albert Camus heeft gewerkt in de volgende functies:


Het gehele overzicht van voorstellingen waaraan Albert Camus heeft meegewerkt, voor zover geregistreerd in de Theaterencyclopedie:

NB: Bij de carrièreoverzichten zijn de voorstellingen gekoppeld aan de premièredatum. Het kan echter voorkomen dat personen niet aan de première meewerkten, maar pas later bij de voorstelling betrokken raakten.

Curriculum Vitae Theatrum
Productie Functie Producent Seizoen Premièredatum In regie van
Caligula
IsGeschrevenDoor
Théâtre Hébertot 1949/1950 17 november 1949 Paul Oettly
De rechtvaardigen
IsGeschrevenDoor
De Haagsche Comedie 1950/1951 21 oktober 1950 Max Croiset, Cees Laseur
Caligula
IsGeschrevenDoor
Toneelgroep Comedia 1950/1951 21 april 1951 Cor Hermus
Het misverstand
IsGeschrevenDoor
Amsterdamsche Studenten Toneelvereeniging 1956/1957 31 mei 1957 H. U. Jessurun d'Oliveira
Caligula
IsGeschrevenDoor
Amsterdamsche Studenten Toneelvereeniging 1962/1963 14 november 1962 Elly van Stekelenburg
Les justes
IsGeschrevenDoor
Les Réalisations Theatrales 1962/1963 7 december 1962 Daniel Ceccaldi
Caligula
IsGeschrevenDoor
Stadttheater Aachen 1964/1965 7 december 1964 Gerd Heins
De rechtvaardigen
IsGeschrevenDoor
Stichting Toneelgroep Studio 1964/1965 8 februari 1965 Kees van Iersel
Les justes
IsGeschrevenDoor
Les Galas Karsenty-Herbert 1966/1967 13 februari 1967 Pierre Franck
Staat van beleg
IsGeschrevenDoor
Amsterdamsche Studenten Toneelvereeniging 1967/1968 19 september 1967 S. J. Doorman
Les justes
IsGeschrevenDoor
Les Réalisations Theatrales 1969/1970 26 februari 1970 Roger Colas
De rechtvaardigen
IsGeschrevenDoor
Theaterschool 1975/1976 16 december 1975 Mette Bouhuijs, Marian Hofman
De rechtvaardigen
IsGeschrevenDoor
Publiekstheater 1977/1978 11 februari 1978 Ton Lutz
Die Gerechten
IsGeschrevenDoor
Holland Festival 1978/1979 9 juni 1979 Claus Peymann
De bezetenen
IsGeschrevenDoor
De Haagsche Comedie 1981/1982 19 december 1981 Pierre Laroche
De val
IsGeschrevenDoor
Holland Festival 1983/1984 6 juni 1984 Joanna Bilska
De pest
IsGeschrevenDoor
Holland Festival 1983/1984 21 juni 1984 Kazimierz Braun
Het misverstand
IsGeschrevenDoor
Theaterschool 1985/1986 13 januari 1986
Caligula
IsGeschrevenDoor
Stichting Caligula 1985/1986 16 juni 1986 Frances Sanders, Rose Thesing
Het misverstand
IsGeschrevenDoor
Stichting Amai 1986/1987 26 december 1986 Jochem Royaards
La chute
IsGeschrevenDoor
François Chaumette 1988/1989 7 maart 1989
Caligula
IsGeschrevenDoor
Stichting Memory Lane 1990/1991 2 februari 1991 Tonny Vijzelman
Het misverstand
IsGeschrevenDoor
Hogeschool voor de Kunsten Utrecht 1990/1991 8 februari 1991 Ingrid Wiersma
T.I. Tanic No Panic
IsGeschrevenDoor
Floating Amsterdam 1991/1992 23 augustus 1991 Rombout Willems, Maarten van der Put
Het misverstand
IsGeschrevenDoor
Hogeschool voor de Kunsten Arnhem 1991/1992 16 december 1991
L'étranger
IsGeschrevenDoor
Eldorado Taxi 1991/1992 20 januari 1992 Robert Azencott
Caligula
IsGeschrevenDoor
Effekten in Ontwikkeling 1992/1993 5 februari 1993 Peter Eversteyn
L'étranger
IsGeschrevenDoor
Théâtre en Pièces 1992/1993 8 februari 1993 Robert Azencott
Het misverstand
IsGeschrevenDoor
Haarlems Toneel 1992/1993 13 maart 1993 Joanna Bilska
Groeten uit Hotel Halfweg
IsGeschrevenDoor
Stichting Theaterwerkplaats Limburg Het Kruis van Bourgondië 1992/1993 8 mei 1993 Richard den Dulk
De val
IsGeschrevenDoor
Haarlems Toneel 1993/1994 13 november 1993 Leo Hogenboom
Don Quijote
IsGeschrevenDoor
Needcompany 1994/1995 23 februari 1995 Grace Ellen Barkey
De rechtvaardigen
IsGeschrevenDoor
De Roovers Spelen VZW 1995/1996 12 maart 1996 Jan Joris Lamers
Caligula
IsGeschrevenDoor
Het Zuidelijk Toneel 1995/1996 29 maart 1996 Ivo van Hove
Brand!
IsGeschrevenDoor
Els inc. 1997/1998 25 maart 1998 Arie de Mol
Caligula, No Beauty for Me There Where Human Life Is Rare, Part
IsGeschrevenDoor
Needcompany 18 september 1998 Jan Lauwers
Caligula, No Beauty for Me There Where Human Life Is Rare, Part
IsGeschrevenDoor
Needcompany 1998/1999 18 september 1998 Jan Lauwers
Het misverstand
IsGeschrevenDoor
Stichting Toneelschuur Producties 1998/1999 6 november 1998 Jan Peter Gerrits
Caligula
IsGeschrevenDoor
Gasthuis Werkplaats & Theater 1999/2000 7 september 1999 Jantien Koenders
Caligula
IsGeschrevenDoor
Onafhankelijk Toneel 2002/2003 29 maart 2003 Mirjam Koen
De val
IsGeschrevenDoor
Stichting Teatro 2004/2005 12 januari 2005 Marcus Azzini
Caligula
IsGeschrevenDoor
Theater Antigone 2004/2005 27 april 2005 Raven Ruëll
De rechtvaardigen
IsGeschrevenDoor
Poldertheater 2004/2005 5 mei 2005 MaartenJan Hoekstra, Janwillem Slort
De rechtvaardigen
IsGeschrevenDoor
Het Huis van Bourgondië 2005/2006 3 februari 2006 Feico Sobel
La merde
IsGeschrevenDoor
SKaGeN 2005/2006 28 maart 2006 SKaGeN
De vreemdeling
IsGeschrevenDoor
Braakland / ZheBilding vzw 2006/2007 30 maart 2007 Stijn Devillé, Adriaan van Aken
Caligula
IsGeschrevenDoor
Poldertheater 2009/2010 10 juni 2010 Rosa Peters, Janwillem Slort
Vreemdeling
IsGeschrevenDoor
Branoul Producties 2011/2012 7 december 2011 Felix van Cleeff
De bezetenen
IsGeschrevenDoor
2011/2012 21 april 2012 Arie de Mol
De rechtvaardigen
IsGeschrevenDoor
Poldertheater 2012/2013 13 juni 2013 Rosa Peters, Janwillem Slort
Caligula
IsGeschrevenDoor
De Utrechtse Spelen 2013/2014 5 april 2014 Thibaud Delpeut
Zwarte voeten
IsGeschrevenDoor
Productiehuis Rotterdam (Rotterdamse Schouwburg) 2014/2015 13 november 2014 Ria Marks
De rechtvaardigen
IsGeschrevenDoor
Stichting Toneelschuur Producties 2017/2018 17 mei 2018 Eline Arbo
De revolutionairen
IsGeschrevenDoor
Stichting Toneelschuur Producties 2018/2019 4 oktober 2018 Eline Arbo
Caligula
IsGeschrevenDoor
Theater Utrecht 2018/2019 31 januari 2019 Thibaud Delpeut

Biografie

Albert Camus (1913 - 1960) was een Frans filosoof, journalist en schrijver van romans, essays en toneelstukken. Hij ontving in 1957 de Nobelprijs voor de Literatuur.

Camus wordt vaak naast Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir als een van de leidende figuren van het existentialisme beschouwd, maar hij weigerde het label 'existentialisme' pertinent.[1] Zijn denken verschilt van dat van Sartre waar het de aard van het bestaan betreft: bij Camus staat het lichamelijke centraal, waar Sartre zich meer op het intellectuele bestaan toelegde.

Jonge jaren

Albert Camus werd geboren in een Frans-Algerijns (pied noir) gezin. Zijn moeder, Catherine Sintes, was van Spaanse afkomst. Vader Lucien sneuvelde in de Slag bij de Marne in 1914 tijdens de Eerste Wereldoorlog. Camus leefde in armoedige omstandigheden tijdens zijn jeugd in Algiers.

In 1923 werd Camus toegelaten tot een lyceum en uiteindelijk tot de Universiteit van Algiers. Hij kreeg tuberculose in 1930, hetgeen een eind maakte aan zijn voetbalcarrière (hij was keeper van het universiteitsteam) en hem dwong zijn studies in deeltijd voort te zetten. Hij nam allerlei baantjes aan, onder meer als privéleraar en automonteur en bij het Meteorologisch Instituut. Hij volbracht zijn licence de philosophie in 1935; in mei 1936 presenteerde hij succesvol zijn scriptie over Plotinus, Néo-Platonisme et Pensée Chrétienne voor zijn diplôme d'études supérieures.

Camus werd lid van de Franse Communistische Partij in 1934, waarschijnlijk meer omdat hij bezorgd was over de politieke situatie in Spanje (die uiteindelijk zou leiden tot de Spaanse Burgeroorlog) dan dat hij de Marxistisch-Leninistische doctrine verdedigde. De onafhankelijk denkende Algerijnse Communistische Partij (PCA) werd in 1936 opgericht. Maar Camus deed mee met de activiteiten van Le Parti du Peuple Algérien, waardoor hij in de problemen kwam met zijn kameraden van de communistische partij. Het resultaat was dat hij van trotskisme werd beschuldigd en in 1937 uit de partij werd gezet.

Hij trouwde in 1934 met Simone Hié, die verslaafd was aan morfine. Ze scheidden wegens wederzijdse ontrouw. In 1935 richtte hij Théâtre du Travail (hernoemd Théâtre de l'Equipe, in 1937) op, dat standhield tot 1939. Van 1937 tot 1939 schreef hij voor de socialistische krant Alger-Républicain, onder meer een stuk over de armoedige woonomstandigheden van de Arabieren in Kabylië, wat hem waarschijnlijk zijn baan kostte. Van 1939 tot 1940 schreef hij kort voor een vergelijkbare krant, Soir-Républicain. Hij was uit het Franse leger ontslagen vanwege zijn ziekte.

In 1940 trouwde Camus met Francine Faure en begon hij te werken voor het tijdschrift Paris-Soir. In de eerste fase van de Tweede Wereldoorlog was Camus een pacifist. Hij maakte in Parijs de bezetting door de Wehrmacht mee, en was op 19 december 1941 getuige van de executie van Gabriel Péri, wat naar eigen zeggen zijn opstandigheid tegen de Duitsers kristalliseerde. Daarna verhuisde hij met de rest van de werknemers van Paris-Soir mee naar Bordeaux in 1942.

Theater/Dans

Een chronologisch en daaronder een alfabetisch overzicht van de voorstellingen die in première zijn gebracht, c.q. die in Nederland te zien zijn geweest en waarbij hij geregistreerd werd in de Productiedatabase als auteur of librettist

Op deze plek stond tot voor kort een tabel met het carrièreoverzicht van Albert Camus, maar deze is ondertussen vervangen door het nieuwe overzicht hierboven.
Dit oude informatieblok zal binnenkort worden verwijderd of verplaatst.


Literaire loopbaan

Albert Camus

In 1935 begon hij te schrijven aan L'Envers et l'endroit. In 1941 voltooide hij zijn eerste gepubliceerde werken De vreemdeling en De mythe van Sisyphus, waarin hij existentialistische ideeën invoerde. Niet lang daarna keerde hij korte tijd terug naar Oran. Tijdens de Duitse bezetting voegde Camus zich bij een Franse verzetsgroepering genaamd Combat, die in het geheim een krant publiceerde met dezelfde naam. In die tijd kreeg Camus de bijnaam "Beauchard". Camus werd in 1943 redacteur van de krant. Toen de geallieerden Parijs bevrijdden, werd Camus geïnformeerd over de laatste gevechten. Hij verliet Combat in 1947, toen het een commerciële krant werd, en kwam in contact met Jean-Paul Sartre.

Na de oorlog maakte Camus deel uit van Sartres omgeving en bezocht hij regelmatig Café de Flore op de Boulevard St. Germain in Parijs. Camus toerde ook door de Verenigde Staten om lezingen te houden over het Franse existentialisme. Hoewel hij politiek links georiënteerd was, kreeg hij geen vrienden in de communistische partijen met zijn zware kritiek op de communistische stalinistische doctrine en vervreemdde hij uiteindelijk ook van Sartre met wie hij in 1952 brak.

Toen in 1949 zijn tuberculose terugkeerde, leefde hij 2 jaar in afzondering. In 1951 publiceerde hij L'Homme révolté, (De mens in opstand), een filosofische analyse van opstand en revolutie, waarmee hij zijn afkeer van het communisme verduidelijkte. Het boek zorgde voor veel controverse onder zijn collega's en tijdgenoten in Frankrijk en leidde tot de uiteindelijke breuk met Sartre. De kritische ontvangst maakte hem depressief en hij begon toneelstukken te vertalen.

Camus' kenmerkende bijdrage aan de filosofie was zijn idee van het absurde, dat inhield dat het leven geen betekenis of bedoeling heeft. Hij legt dit uit in De mythe van Sisyphus en nam het op in vele van zijn andere werken. Sommigen vinden dat Camus beter omschreven kan worden als een absurdist dan als een existentialist.

In de jaren vijftig spande Camus zich in voor de rechten van de mens. In 1952 stopte hij echter met zijn werk voor UNESCO wegens de toelating tot de VN van het door de dictator Generaal Franco geleide Spanje. In juni 1953 was hij een van de weinige linkse intellectuelen die de methodes van de Sovjet-Unie bij het neerslaan van de arbeidersopstand in Oost-Berlijn bekritiseerden. In 1956 protesteerde hij tegen de nog veel ergere praktijken bij de opstand in Hongarije.

Hij handhaafde zijn pacifisme en verzette zich tegen de doodstraf overal in de wereld.

Het begin van de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog in 1954 leidde tot een moreel dilemma voor Camus. Hij identificeerde zich aanvankelijk met de pied-noirs, zoals de Europese kolonisten genoemd werden, omdat hij er zelf een geweest was, en verdedigde de Franse regering. Deze zag Algerije niet als een van de vele koloniën, maar als een overzees Frans grondgebied. De opstand zou een integraal deel zijn van een nieuw Arabisch imperialisme, dat door Egypte werd geleid en als een anti-westers offensief werd gesteund door de Sovjet-Unie om Europa te omsingelen en van de Verenigde Staten te isoleren. Hoewel Camus een grotere Algerijnse autonomie of zelfs federatie goedkeurde, al dan niet in volledige onafhankelijkheid, geloofde hij dat de pied-noirs en de Arabieren in vrede konden samenleven. Tijdens de oorlog bepleitte hij een bestand dat de burgers zou sparen, maar dat door beide partijen als onzin werd verworpen. Hij werkte heimelijk voor gevangengenomen Algerijnen die de doodstraf onder ogen zagen.

Van 1955 tot 1956 schreef Camus voor het magazine L'Express. In 1957 werd hem de Nobelprijs voor de Literatuur toegekend, officieel niet voor zijn roman La Chute (De val), het voorafgaande jaar gepubliceerd, maar voor zijn schrijven tegen de doodstraf in het essay Réflexions sur la Guillotine (de guillotine werd destijds in Frankrijk nog gebruikt.) Toen hij met studenten van de Universiteit van Stockholm sprak, verdedigde hij zijn duidelijke inactiviteit in het Algerijnse vraagstuk en verklaarde dat hij ongerust was over wat er met zijn moeder kon gebeuren die nog in Algerije leefde. De Franse linkse intellectuelen gebruikten dit als een ander voorwendsel om hem te verketteren.

Zijn grafsteen

Camus overleed op 46-jarige leeftijd toen hij begin 1960 in een Facel Vega FV3B terugkwam van een bezoek aan Parijs. De auto, bestuurd door zijn vriend Michel Gallimard (neef van de uitgever Gaston Gallimard) verongelukte, waarbij beide inzittenden om het leven kwamen. Camus werd begraven op de begraafplaats van Lourmarin, Vaucluse, Provence-Alpes-Côte d'Azur, Frankrijk. Zijn nalatenschap wordt beheerd door zijn twee kinderen, Catherine en Jean, die de auteursrechten van zijn werk hebben.

Eind 2009 drukte de Franse president Nicolas Sarkozy de wens uit om de stoffelijke resten van Camus over te brengen naar het Panthéon, maar het voorstel veroorzaakte controverse in Frankrijk en het blijft wachten op de toestemming van Camus' nabestaanden.

Absurdisme

Camus wordt over het algemeen gezien als de grondlegger van het absurdisme, een filosofie die gerelateerd is aan het existentialisme. Volgens het absurdisme zijn mensen fundamenteel irrationeel en is het menselijk lijden het resultaat van vergeefse pogingen door individuen om rede of betekenis in een redeloos en zwijgend universum te vinden.

Camus beweerde dat de enige ware filosofische vraag die van zelfmoord was. Namelijk: zouden wij ons intensief bezig moeten houden met het leven of zouden wij ons eenvoudig moeten doden? Camus beargumenteerde dat historisch gezien de meeste mensen of geloofd hebben dat het leven zonder betekenis is en concludeerden ten gunste van zelfmoord, of een soort kunstmatige betekenis zoals godsdienst gecreëerd hebben om hun leven te vullen. Camus beweert dat er ook een derde optie is: wij kunnen realiseren dat het leven zonder betekenis is en niettemin onszelf in leven houden. Mensen die voor deze derde optie kiezen zijn absurde helden.

De Rebel, de Don Juan en de Artiest zijn drie figuren die Camus identificeert als absurde helden. Elk van deze mensen vindt betekenis in zijn of haar bezigheden/leven. Zij leven zo het voorbeeld van het Grieks mythologische figuur Sisyphus, die werd veroordeeld tot het voor eeuwig omhoog rollen van een kei op een heuvel, volledig bewust van het feit dat de kei simpelweg weer naar beneden zou vallen zodra hij zijn taak schijnbaar had beëindigd.

Werken

Romans

  • 1937 - L'Envers et l'endroit
  • 1942 - De vreemdeling (L'Étranger)
  • 1947 - De pest (La Peste)
  • 1956 - De val (La Chute)
  • 1970 - De gelukkige dood (La Mort heureuse) (eerdere versie van De Vreemdeling, postuum gepubliceerd)
  • 1995 - De eerste man (Le premier homme) (onaf, postuum gepubliceerd)

Korte verhalen

  • 1957 - Koninkrijk en ballingschap (L'exil et le royaume)
  • 1959 - De gast (L'Hôte)

Toneel

  • 1944 - Caligula
  • 1948 - L'État de siège.
  • 1950 - De rechtvaardigen (Les Justes over anarchisme)
  • 1959 - Les Possédés, bewerking van roman van Fjodor Dostojevski

Non-fictie

  • 1936 - Révolte dans les Asturies. In samenwerking.
  • 1939 - Noces, essays en schetsen
  • 1942 - De mythe van Sisyphus (Le Mythe de Sisyphe)
  • 1947 - Réflexions sur la Guillotine
  • 1948 - Lettres à un ami allemand onder pseudoniem Louis Neuville
  • 1950 - Actuelles I, Chroniques 1944-1948
  • 1953 - Actuelles II, Chroniques 1948-1953
  • 1951 - De mens in opstand (L'homme révolté)
  • 1954 - L'été (Essay, De zomer)
  • 1957 - Réflexions sur la peine capitale, met Arthur Koestler
  • 1958 - Chroniques algériennes, Actuelles III, 1939-1958
  • 1962 - Carnets I, mai 1935-février 1942
  • 1964 - Carnets II, janvier 1942-mars 1951

Boeken over Camus

Externe link

Wikiquote Wikiquote heeft een collectie citaten gerelateerd aan Albert Camus.
Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen