Momenten met Beatrix

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit is een pagina in de reeks: Herinneringen van oud-medewerkers Het Nationale Ballet. Voor meer informatie, zie aldaar.

Momenten met Beatrix

Door: Anton Gerritsen (Zakelijk Leider van Het Nationale Ballet 1966 – 1992)

De abdicatie van Koningin Beatrix ten gunste van haar zoon Prins Willem - Alexander op 30 april 2013 was voor mij aanleiding om de navolgende gebeurtenissen rond haar, in relatie tot Het Nationale Ballet en mij persoonlijk, in herinneringen te roepen.

New York - 19 april 1978

De openingsvoorstelling van onze tweede New Yorkse tournee. Ook op Broadway, weer in het Minskoff-theatre. Met het daar zo verwende danspubliek de sensatie van Rudolf Nureyev in Rudi’s Monument voor een gestorven jongen. Met ook belangrijke gasten: voor de eerste keer officieel, en niet incognito, Prinses Beatrix en Prins Claus. De prinses laat zich overhalen om mee te gaan naar de after-party ten huize van de consul-generaal Leopold Quarles van Ufford (die drie jaar eerder al, als ambassadeur aldaar, met een groot deel van onze Braziliaanse voorstellingen was meegereisd). De Prinses zit gewoon tussen ons in op een bedbank. Het gesprek gaat niet alleen over ons repertoire. Ze zegt de eigentijdse creaties van Rudi’s, Hans en Toer eigenlijk te prefereren boven Zwanenmeer en Romeo. Het gaat ook over iets anders. Zou, als ze ooit haar moeder opvolgt, het geen goed idee zijn om bij staatsbezoeken niet meer een contra-diner, maar een voorstelling of een concert aan het gastland aan te bieden? We spreken af daar later nog op terug te komen. En dat gebeurt. In het jaar na haar inhuldiging begeleiden we, samen met het Nederlands Balletorkest, het staatsbezoek aan Bonn. En weer een paar jaar later dat aan Ottawa. Dit keer samen met “ Henny Jurriëns’Royal Winnipeg Ballet. Er is een langlopende, inmiddels 30 jaar oude traditie geschapen.

(Deze herinnering is ook te lezen in een eerder door Anton Gerritsen geschreven stuk: http://wiki.theaterencyclopedie.nl/wiki/Bijzondere_data,_bijzondere_personen)

Athene - 20 juni 1978

Wij geven onze eerste voorstelling in het fenomenale openluchttheater Herodes Atticus, aan de voet van de Akropolis. De technische voorzieningen aldaar zijn bescheidener dan wij gewend zijn. De voorstelling zal geopend worden met Balanchine’s Serenade. Zoals bekend een decorloos ballet, dat het vooral van zijn maneschijnachtige belichting moet hebben. Het is 20 minuten voor aanvang. Jan Hofstra komt naar mij toe en meldt zijn wanhoop ten aanzien van de tekortschietende griekse belichtingsapparatuur: “je moet tegenover het publiek onze verontschuldigingen aanbieden”. Ik antwoord dat ik daar niet over pieker: “wie zal dat opmerken? Het zou alleen maar averechts begrip opwekken”. Het ballet neemt een aanvang. Precies op dat moment breekt de volle maan door de wolken en baadt onze Serenade in het mooist denkbare natuurlijke licht.

Een paar jaar later bezoekt koningin Beatrix, incognito, een voorstelling van ons met, ook dan, Serenade als openingsballet. Ik vertel haar over ons Atheense geschenk uit de hemel. Zoals bekend vergeet de koningin nooit iets.

Weer twee jaar later zijn Madeleine en ik te gast bij het Staatsiebuffet in het Leidse Museum van Oudheden, aangeboden door H.M. aan de Griekse president Tadzkitakis bij diens Staatsbezoek aan ons land. Een hofdame vraagt ons bij de koningin en de president te komen. H.M. vraagt mij het verhaal van de volle maan boven de Akropolis aan haar hoge gast te vertellen. Beide Staatshoofden stralen. Ik veroorloof mij om de President er over te informeren dat Beatrix mij dit niet laat vertellen in haar kwaliteit van vorstin, maar in die van primaire P.R. belangenbehartigster van ons gezelschap. Enkele jaren later worden wij teruggevraagd in Athene. Dit keer zonder Serenade.


Opening Muziektheater Amsterdam - 23 september 1986

Onze gebouwdirecteur Wim Sinnige heeft bij het Gemeentebestuur gedaan weten te krijgen dat er geen sprake zal zijn van gala- of feestelijke kleding. Iedereen in z’n gewone kloffie. De koningin draagt een prachtige turquoise jurk. In haar gevolg veel leden van het kabinet Lubbers-I. Daaronder ook de Staatssecretaris van Justitie, mevrouw Korte-van Hemel, o.m. belast met vreemdelingenzaken. H.M wil - zoals zo vaak – graag na afloop onze dansers op het toneel complimenteren. Ik begeleid haar naar het achtergebouw. Geheel in haar stijl beperkt zij zich in de gesprekjes niet alleen tot solisten en directieleden, maar komen ook kleedsters en corps de ballet-meisjes volop aan bod. Onze Iranese danseres Suzanne Arbabzadeh trekt de stoute schoenen aan: zij mag haar beroep in haar land van herkomst niet uitoefenen (vrouw, volgens extreme moslimbegrippen “ontkleed” op het toneel, met mannen in de zaal) en kan om diezelfde reden ook nooit terug naar Teheran. Kan zij niet een verblijfsvergunning krijgen? Mevrouw Korte-van Hemel wordt in het gesprek betrokken. Rond Sinterklaas krijgt Suzanne het mooiste cadeautje dat niet alleen een kind, maar vooral een jonge vrouw zich maar kan wensen!


Ottawa, National Arts Centre - 10 mei 1988

Na onze Staatsbezoekbegeleiding in 1981 (Bonn) worden wij opnieuw gevraagd om een keer mee te reizen voor de “Culturele contraprestatie”. Mijn vriend Floor Kist (op dat moment Grootmeester van de Koninklijke Hofhouding) vraagt mij om op Paleis Noordeinde te komen voor een overleg over programmamogelijkheden, organisatorische en financiele aspecten, etc. Op het Paleis blijkt al snel, volledig begrijpelijk, dat de afstand een bescheidener opzet verlangt dan, zoals in Duitsland “volledige groep met orkestbegeleiding, decorvervoer e.d.” Hebben Han en Lex niet een eigen programma? Ik antwoord bevestigend, maar meld dat dit niet door ons geëxploiteerd wordt. Ik heb een tegensuggestie: sinds een jaar is onze ex-solist Henny Jurriëns artistiek leider van het Royal Winnipeg Ballet, een van onze eigen solisten is Canadese: Nathalie Caris, HNB en RWB hebben gemeenschappelijk Nederlands repertoire, waaronder Vier Letzte Lieder, Adagio Hammerklavier en een aantal werken van Jirí Kylián. zou er niet een gezamenlijke Nederlandse-Canadese voorstelling kunnen worden gegeven?

De koningin betoont zich direct enthousiast en kan, een maand later, op de 10e mei, na afloop haar vreugde niet op.

En wij: met mij vlogen de dag daarvoor 8 dansers en 2 technici naar Canada, nog niet beseffend dat die 10e mei Henny de laatste voorstelling in zijn te korte leven zou dansen met HNB-collega’s.


Städtische Bühnen Bonn - 22 januari 1982

Op 2 maart daaraan voorafgaand, zullen wij voor de eerste maal een buitenlands Staatsbezoek van de Koningin en Prins Claus “cultureel” begeleiden. Bonn is dan nog de hoofdstad van de Westduitse Bundesrepublik Deutschland. Over het dan uit te voeren repertoire is ongebruikelijk veel vooroverleg gepleegd. Wens van het Hof is in elk geval: • met orkestbegeleiding • één groot ensemble - ballet • één zo recent mogelijke première van een Nederlandse choreograaf • maximale voorstellingsduur: ruim 1 uur, geen pauze

Onze keuze voor Balanchine’s Theme and Variations wordt direct geaccepteerd. Rudi’s Vier Letzte Lieder acht de koningin minder geschikt: wij hadden dat al een jaar eerder in Hamburg uitgevoerd en er zou dus geen sprake zijn van een première voor Duitsland. De koningin kiest liever voor Rudi’s kersverse ”Onder Mijne Voeten” , dat met Peter Schat meteen ook een Nederlandse componist aan bod laat komen. Alleen levert dat wel een decorchangements-probleem op wanneer er geen pauze kan zijn.

Siang en ik rijden met de ballet-Volvo op vrijdag 22 januari naar Bonn om dit – en andere zaken – te bespreken met de Oberreferent der Städtischen Bühnen Bonn. Het wordt erg passen en meten; ik laat mij tegenover Siang ontvallen dat met Vier Letzte Lieder de problemen veel sneller oplosbaar geweest zouden zijn. Onze gesprekspartner (hij blijkt een danskenner te zijn) spitst zijn oren: “Herr Gerritsen, Sie reden von van Dantzig’s Vier Letzte Lieder? Sie können diese Meisterschöpfung hier nicht durchfüren? Warum etwas anderes? Das Publikum bei diesem Empfang ist gar nicht interessiert an demjenigen dass Sie anbieten. Man setzt sich, schaut herum: Wo ist die Königin? Sieht Sie mich? Sieht Sie meine Orden? Die richtige Vorstellung ergibt sich nicht auf der Bühne, sondern im Zuschauerraum. Sie könnten den Vorhang ohnehin zulassen”. Gelukkig ging het doek wel op, met een gepaste 6 minuten changementsonderbreking. Met daarna de traditionele “passade” langs het koningspaar en Bundespresident Carstens. Tussen het publiek Zuid-Bevelands-gekapte oestermeisjes.

En ‘meine Orden” ? Han en Lex, Henny, Ed Spanjaard, Rudi en ik krijgen in een achterafzaaltje mooi nog het Bundesverdienstkreuz 1.Klasse. Bij wie van ons ligt dat inmiddels nog in welk laatje?

Zilveren bruiloft Beatrix en Claus - 11 mei 1991

In maart 1966 trok de gouden (huwelijks-) koets door de rookbommenduisternis van de Raadhuisstraat in de Amsterdamse binnenstad. De feestelijkheden daaromheen voltrokken zich in het toen zoveel rustiger stadsdeel Amsterdam-Zuid in de pas geopende nieuwe RAI ( de oude was net afgebroken om plaats te kunnen maken voor de toen nog in – de - toekomst – gedachte nieuwe behuizing voor Opera en Ballet aan de Ferdinand Bolstraat). Het Nationale Ballet had daarin een aandeel: onze dansers bemanden in hun witte Bizet-costumes praalwagens die door de tentoonstellingshallen trokken. Artistiek wel op een heel laag pitje. Verheugend was dan ook dat de Prinses van destijds 25 jaar later als koningin van HNB een veel inhoudelijker aandeel van ons gezelschap verkoos voor haar zilveren huwelijksjubileum. Een bijzondere voorstelling, met bijzondere gasten, die zou plaatsvinden in het pas ruim 2 jaar oude Muziektheater. Met onze groep voluit op het toneel in zijn reguliere doen en niet op karretjes. Het koninklijk paar wenste een programma met al onze 3 choreografen, en m.n. hun nadrukkelijke keus voor Toer’s Het Mythisch Voorwendsel deed ons veel deugd. De koningin en de prins waren uiteraard officieel gastvrouw en gastheer, maar ze lieten de verwelkoming van de genodigden over aan minister-president Lubbers en mijzelf. Die gasten – en met name hun placering in de zaal – getuigden van een oorspronkelijke opzet.

Op het middenbalcon zat het bruidspaar, omgeven door autoriteiten en bijzondere buitenlandse gasten. Het middengedeelte van de zaal werd bezet door persoonlijke vrienden en bekenden van koningin en prins. De beide zijvakken in de zaal door vertegenwoordigers van allerlei instanties, die het predicaat koninklijk voerden: van de KLM, de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, de Koninklijke Marine, Koninklijke Ahold, etc. Op de zijbalcons: echtparen die zelf ook juist op die dag 25 jaar getrouwd waren, en vertegenwoordigers van alle provincies en gemeenten in Nederland. Maar het tweede balcon werd toch wel het meest folkloristisch bevolkt: de hofleveranciers uit het hele land, kleine kruidkoekbakkers uit Sneek (die het predicaat nog van koningin Emma en de kleine Willemien hadden gekregen), kleermakers uit Deventer, Brabantse schoenmakers, enz. Bijna allemaal echtparen, die bij binnenkomst aan Lubbers vroegen waar in dit gebouw de w.c. was en waar je je jas kon ophangen. De premier liet het beantwoorden van die vragen maar aan mij over…. In de beide pauzes: geen receptie, koningin en prins wandelden rond in de foyers op de drie verdiepingen. Mij werd gevraagd de drie prinsen met onze dansers te laten kennismaken. Eén van hen had ik nog nooit ontmoet: Friso. Ik bracht hem in contact met Wim Broeckx. Om het gesprek te openen vroeg ik de prins of hij onze groep al eens eerder had zien optreden. Hij keek een beetje bedremmeld en zei: ”wel op de televisie, maar nooit live met zo’n band erbij”. De musici van het Nederlands Balletorkest aanvaardden na afloop deze kwalificatie met een minzame glimlach.


Beatrix bij de Hoofdstad Operette - 1996

In de periode 1993-1996 was ik (Anton) enkele jaren bestuursvoorzitter bij de Hoofdstad Operette. Wegens ziekte van de directeur Jaap Montagne nam ik ook nog twee keer enkele maanden diens functie waar. Ik raak vertrouwd met een voor mij nieuw terrein van de podiumkunsten, met een landelijk breed publieksbereik. Doorgaans wel ouder dan dat voor dans. De Hoofdstad Operette is direct na de tweede wereldoorlog opgericht en viert dus in het seizoen 1995-1996 haar gouden jubileum. Reden voor de koningin om ons met een voorstellingsbezoek ( haar eerste kennismaking met operette) te vereren. De keus valt op de Haagse voorstelling van de jubileumvoorstelling Gräfin Maritza. Dat gebeurt op 27 maart in de Koninklijke Schouwburg. Bij het gebruikelijke vooroverleg met de dienstdoende hofdame wordt afgesproken dat H.M. na afloop een aantal zangers en andere medewerkers voor tien minuten zal begroeten in de Koninklijke foyer. Zo’n officieel bezoek impliceert dat de koningin wordt vergezeld door o.m. de Staatssecretaris voor Cultuur, Aad Nuis, de Haagse burgemeester Ad Havermans en de Commissaris van de koningin mevrouw Leemhuis. Allen volgen de voorstelling met aandacht en nemen deel aan de ontvangst na afloop. Net zoals bij HNB beperk ik mij niet tot het presenteren van de solisten en de dirigent, maar betrek daarbij ook kleedsters, koorleden, balletmeisjes (ex-HNB-danseres Monique Rempt), enkele technici en ondernemingsraadsleden. De koningin is een en al belangstelling en de 10 minuten lopen uit tot meer dan een uur. Het officiële politieke cortège zal veel later thuiskomen dan was voorzien. Als na drie kwartier de koningin nog in gesprek is met de chef techniek, veroorloof ik mij HM er op te attenderen dat de decorvrachtwagen nog verder geladen moet worden omdat de inhoud daarvan de dag daarna, om half tien ’s ochtends in Venlo weer het toneel op moet. De koningin wil direct meer weten over de werktijden van m.n. de technici. Zij krijgt die uitleg en vertrekt kort daarop weer naar Huis ten Bosch.

Een half jaar later. Jirí Kylián heeft mij inmiddels gevraagd om in dat nieuwe seizoen tijdelijk (Carel Birnie is inmiddels gestorven) de directie van het Nederlands Dans Theater te komen versterken. (Mevrouw Gaskell zou zich in haar graf hebben omgedraaid). Op 11 oktober 1996 bezoekt de koningin een première in het Lucent Danstheater. Mij wordt verzocht om haar in de tweede pauze te begeleiden. Teruglopend naar de zaal breng ik onze ontmoeting van 27 maart in herinnering. Zij staat stil en zegt: “met die mensen die zo hard moeten werken! Ik heb daar met minister Melkert over gesproken”. Een paar dagen later breng ik dat ter sprake in een vergadering van de Ondernemingsraad van de Hoofdstad Operette. Hun dag kon niet meer stuk.