50 jaar Het Nationale Ballet - Loopbaanverhalen

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit is een pagina in de reeks: 50 jaar Het Nationale Ballet. Voor meer informatie, zie aldaar.

Loopbaanverhalen en 'Waar zijn ze gebleven?'

Het merendeel van de cursief gedrukte gedeelten zijn letterlijke teksten zoals die op de Facebook HNB50 groepspagina zijn geplaatst door degenen wiens naam erbij staat vermeld. De teksten zijn hier en daar ingekort, wanneer deze minder relevant waren in relatie tot het onderwerp. De inleiding, de samenstelling, de verbindende teksten en het slot zijn van Dhian Siang Lie.

NB1: De namen van de oud-medewerkers zijn die zoals ze in de tijd van hun dienstverband met Het Nationale Ballet (HNB) werden gebruikt. Een aantal van hen voert nu een andere naam.

NB2: Achter de namen van oud-medewerkers staat één maal tussen haakjes vermeld in welke periode de betrokkene verbonden was aan Het Nationale Ballet

Deze bundeling is gedateerd 22 april 2012. Er was toen nog niet echt sprake dat de 'oral history' van 50 jaar medewerkers van HNB een plaats zou kunnen krijgen in deze Theaterencyclopedie. Met de groei van de inhoud hoop ik dat de vraag die de titel van dit stuk vormt, geheel achterhaald is c.q. alle antwoorden hier te vinden zullen zijn.


Met de titel "Waar zijn ze gebleven?" heeft Jellie Dekker, de Nederlandse filmregisseur van dans-documentaires, jaren geleden, ergens midden tachtiger jaren denk ik, een documentaire gemaakt waarin zij op zoek ging naar de dansers uit wat toen het verleden was. Ik herinner me dat ze daarmee nogal wat kritiek opriep, natuurlijk omdat diverse dansers vergeten waren of niet genoemd werden en anderen weer teveel aandacht kregen volgens sommigen of hun dansers-afkomst geen recht zou zijn gedaan. Ik zou die documentaire graag nog eens zien.

Het verleden is een stuk groter geworden, nu HNB 50 jaar oud is. Dezelfde vraag: “Waar zijn ze gebleven?” en of “Wat doen ze nu, hoe is het met ze etc…..” is het afgelopen jaar hier op de FB-HNB50 reünisten pagina diverse malen gesteld. Recent bijvoorbeeld Julian Brandon (1979/80), die zich afvraagt wat er met Lindsay Fischer (1979/87) is gebeurd. Slechts enkele keren kwam er dan een concreet antwoord, zoals in dit geval, waarin verwezen werd naar een link naar The National Ballet of Canada, die een biografie van hem op hun website hebben staan.

Dankzij de reünie vorig jaar September en alle contacten die door deze reünisten pagina zijn ontstaan of geïntensiveerd werden, kunnen we van veel oud-collega’s nagaan, waar ze gebleven zijn, wat ze nu doen of hoe het met ze is. We kunnen velen nu zelfs direct weer bereiken, als het niet via Facebook is, dan wel gewoon per e-mail of via een andere oud-collega. Je kunt met andere woorden nu spreken van een Gemeenschap van oud-medewerkers van HNB, ook al zijn pogingen om die gemeenschap organisatorisch vorm te geven voorlopig niet meer aan de orde. In die gemeenschap delen we herinneringen, hoe het was tijdens onze loopbanen, welke collega’s we bewonderden, wie in welke balletten stonden en diverse anekdotes rond voorstellingen en zoals we met elkaar omgingen. Wat we vaak niet weten van elkaar is concreet: Wat ben je gaan doen na je vertrek bij HNB? Waarom ben je weg gegaan en hoe was het voor je daarna? Wat doe je nu? Wat hebben de jaren bij HNB voor je betekent als je daarop terugkijkt? Waarom wilde je danser worden? Hoe ben je bij HNB terecht gekomen. Mutatis mutandis, gelden deze vragen ook voor de diverse niet-dansers die werkzaam zijn geweest bij HNB. Uit diverse reacties op Facebook is me duidelijk geworden dat een aantal van ons er nog niet aan toe is om op dit soort vragen in te gaan en dat moet gerespecteerd worden. Het ‘hier en nu’ is daarvoor nog veel te belangrijk en op deze manier terug kijken frustreert alleen maar. Aan de andere kant denk ik oprecht dat te durven terug kijken en daar expliciet over zijn, een goede functie heeft wanneer je in de herftstij van je leven gaat komen. En wat is het dan waardevol als je je al veel eerder over dit soort vragen hebt uitgelaten.

Het leek me nu de moeite waard te inventariseren wat we van onze oud-collega’s kunnen weten, om te beginnen met een bundeling van de verhalen die zij zelf op onze FB-pagina heb geplaatst of hebben laten plaatsen. Een aantal collega’s heeft ook een eigen website, waarin meestal wel zelf een beschrijving geven van hun loopbaan en de huidige activiteiten zijn af te leiden. Het verhaal van een ander deel van onze oud-collega’s is vaak terug te vinden op een website van de instituten, balletscholen, -gezelschappen, theaters of ondernemingen waar ze nu werken. Met enig zoeken ontdek je ook dat er over diversen van hen geschreven is: op Wikipedia, in archieven, in boeken en krantenartikelen etc. Zo komen we ook te weten dat een behoorlijk aantal niet meer in leven zijn. Hun levensverhaal, met daarin een hoofdstuk over de jaren bij HNB, kan nu compleet geschreven worden, maar dat zullen dan anderen moeten doen en intussen hebben we op onze Facebook-pagina daar dan ook een aantal goede voorbeelden van. Maar is het niet veel beter om je levensverhaal te vertellen, nu je dat nog zelf kunt?

Een paar oud-medewerkers hebben dat ook zelf gedaan. Anderen willen ook wel iets kwijt over hun loopbaan of hun leven na HNB, vaak terloops. En er zijn weer anderen die iets over oud-collega’s weten te vertellen.

Ik heb zo veel mogelijk van die bijdragen over oud-medewerkers op de reünisten pagina opgezocht, waar mogelijk gecombineerd en gebundeld, in de veronderstelling dat we toch graag willen weten hoe het nu met mensen gaat. Diverse malen kwam immers de vraag naar een oud-collega langs. Uit de reacties is dan meestal wel een stukje loopbaan verhaal af te leiden. Zo vroeg Julian Brandon, behalve recent naar Lindsay Fischer op 21 juli 2011: “what ever happened to Clint (Farha 1972/98 ), anyone know?” En Nicolette Langestraat (1969/81) komt met een antwoord: “……..Clint has been in the Company till his 45th. Now he is a father of Niklas, a 5 year old boy (you can check him out on my photos) and he is living with Anna Seidl (1987/04). He is doing fine, lives in Amsterdam and we are spending a lot of time together as a big nice family. As you know Sabrina is our daughter and also she is very happy with her little half-brother.”

Op 31 juli 2011 vraagt Ans Lublinkhof (1967/73), naar aanleiding van foto’s van het ‘jongerenprogramma eind jaren zestig: “Zou graag iets meer weten van Eva.” en daarop kon Dhian Siang Lie (1966/91) als volgt reageren: Eva Würth (1967/70) en ik komen allebei van de de school van Johan Verdoner. Zij was dus net zo als jij succesvol in het programma: 'Jongeren in beweging' dat in seizoenen 1968/69 in premiere ging. Eva wierp zich op als zegsvrouw van de dansers in dat programma, die toch wel een beetje als 2e rangs werden behandeld. Het commentaar dat ze namens de groep aan de directie gaf is haar niet in dank afgenomen, althans haar contract werd niet verlengd. Voor Eva was de teleurstelling zo groot, dat ze stopte met dansen. Ze is gaan werken als secretaresse op de Ned. Film en TV academie (nu onderdeel van de AHK). Ik ben haar jaren uit het oog verloren, toen ik haar ontmoette op een reünie van de Akademie voor Kleinkunst en de laatste balletklassen van Johan Verdoner. We bleken al jaren vlakbij elkaar te wonen in Bussum. Ze was inmiddels getrouwd en met haar man, Wouter Vooren, die in naam van Eva lid is van onze FB- group, zijn ze verhuisd naar Zuid Frankrijk, Ik heb ze daar nog bezocht. Eva werd helaas zwaar ziek, ze heeft moedig gestreden, maar moest opgeven op 10 juli vorig jaar. 6 dagen eerder had ik nog een hoopvol mailtje van ontvangen, toen ze me feliciteerde met m'n verjaardag.”

Maar niet op alle vragen naar collega’s komen concrete reacties. Zo vraagt Barbara Leach (1978/90) op 27 augustus 2011: “Where is Bob now?” naar aanleiding van een foto waarop Robert Fischer (1961/92) staat in zijn onvergetelijk rol als Headmistress in Graduation Ball. Ook Daniëlle Valk (1987/96) krijgt op 1 september 2011 geen antwoord als ze vraagt: “Weet iemand iets over Hans van der Heijden (1983/90) ? Lijkt me leuk hem weer eens te zien.....”

Wel nog wanneer Danny de Leeuw (1970/71) vraagt: “Weet iemand wat van Jorge Fatauros (1969/72) …… hij staat niet op de lijst ‘niet meer onder ons’, maak ook niet onze de groep. Anyway, hij moet een ongelooflijke collectie foto's hebben. Ik zie hem nog voor me.” Hanneke Berlage (1962/75) reageert daarop: “Dat heeft hij zeker!!!! Alleen doet hij niets meer met fotografie. Hij is nu into Argentine Tango, zo ook onze dochter!! Het fotomateriaal ligt hier opgestapeld!!!!!” En Nicolette Langestraat geeft daarbij een link naar de website, waar Jorge zich als leraar en danser van de Tango Argentino presenteert: Website Jorge Fatauros

Indirect, toen de masseur en Yoga-leraar Fred van Beek (1972/90) onderwerp van gesprek was, kwamen we op 2 september 2011 ook nog een beetje te weten hoe het nu met Rob van Woerkom (1972/86) is en Corrice Rijkuiter (1969/78) verbaasd uitriep: “Rob van Woerkom was toch danser??? Is masseur geworden?" Waarop Dolf Smith (1987/03) reageert: “ja, en een goede ook!”

In de aanloop naar de reünie, was het uiteraard vooral nieuwsgierigheid omtrent welke oud-collega’s we wel en niet tegen zouden kunnen komen. De organisatie van het Nationale Ballet hielp niet erg mee, door daarover tevoren geen informatie te verstrekken. Aan de andere kant was het daardoor soms een aangename verrassing diverse bijna vergeten collega’s tegen het lijf te lopen. In de maanden na de reünie werd echtere toch nog regelmatig gevraagd naar collega’s die er niet waren of die men kennelijk mis gelopen was, maar toch graag zou willen weten wat er van iemand geworden is.

Zo vraagt Marijke van Duinhoven (1985/86) zich af, wanneer er namen passeren van dansers die men op de reünie had gemist, maar die anderen weer wel hebben ontmoet: “…..geen danser maar hij zit wel in mijn herinnering; Boudewijn Pleines (1969/89). Weet iemand iets van hem?” Marijke heeft Boudewijn kennelijk alleen meegemaakt in zijn latere functie als assistent artistieke staf en wist niet dat Boudewijn daarvoor een goede en bijzondere danser was. Niemand kan echter iets met zekerheid over hem vertellen, ook niet als hij op 4 februari 2012 opnieuw ter sprake komt en Corrice Rijkuiter vraagt: “……je hebt het over Boudewijn Pleines (vaak mee gedanst) ik heb hem niet op de reunie gezien ????? hoe is het met hem ???”

Joke Koop (1961/77) kon helaas niet aanwezig zijn op de reünie zelf, maar leefde wel erg mee met alles wat op Facebook werd gezegd aan fotomateriaal getoond en vroeg zich op 28 september 2011 af: “Hoe is het toch met Dick Hendriks (1973/98)? Jaren niets over gehoord/gelezen……….” Dolf Smith reageerde daar op, hetgeen niet echt meer informatie opleverde over hoe het hem ging: “Ik zie Dick bijna altijd bij premières en hij is qua humor en cynisme nog altijd dezelfde! Uiterlijk is hij wel erg veranderd: hij is aanzienlijk toegenomen in volume! Maar ik vind het nog altijd een feest om hem en Reuven (1961/00) te zien....”

Ook een tijd later, komen er steeds weer nieuwe gegevens boven tafel over waar onze collega’s gebleven zijn en hoe het ze vergaat. Op 14 januari 2012 stelt Connie Burgemeestre (1961/67) de volgende vraag: “Wie weet er iets van Clemmy Schenk (1962/65). Ik heb haar proberen te achterhalen voor 17 september, maar helaas niet gevonden. Het laatst heb ik haar gezien bij de crematie van mevrouw (Gaskell 1961/68). Ze vertelde getrouwd te zijn met (dacht ik) een architect. Wie weet zjin naam?” Toevallig kon Frank Polak (1964/65) daarover wat informatie geven en meldt terloops ook iets over zijn eigen loopbaan: “Ik heb Clemmy Schenk ontmoet toen zij haar dochter op balletles kwam doen bij het Tilburgs Dans Centrum waar ik samen met Mariet Reijnders en Toos Mutsaers de leiding over had. Het Tilburgs Dans Centrum is in september 1975 gestart op de Spoorlaan in Tilburg. Bij wie de dochter van Clemmy op les zat, weet ik helaas niet meer. Ook niet de naam van haar dochter. Wel kan ik me nog herinneren dat Clemmy niet in Tilburg woonde maar in een dorp in de buurt. Ook kan ik me de man van Clemmy herinneren. Ik dacht altijd dat hij veel ouder was, maar als Clemmy al in het seizoen 1957/1958 bij het Nederlands Opera Ballet danste, was zij ouder dan zij er uit zag. ……..”

Doordat Jessica Folkerts (1962/74) een paar foto’s laat plaatsen op 22 januari 2012, in relatie tot het overlijden van Rudi van Dantzig, vindt Gisela Reinhold (1961/71) kennelijk een goede oude collega terug en roept verheugd: “Jess............hoe gaat het met je? Als ik op het Gelderlandplein loop hoop ik je ergens nog steeds tegen het lijf te lopen. Waar zit je, waar ben je?????? Probeer contact te krijgen op deze manier. Zou dat lukken? Love!”Sonja Geerlings (1963/77) weet dat Jessie niet zelf op Facebook zit, maar antwoord in haar plaats: “Jessie woon tegenwoordig in Tasmanie waar zij een Cultuurcentrum heeft opgericht genoemd naar haar man Hans Vonk (1966/70). Na zijn overlijden is zij daar mee bezig. Ze leeft in de natuur en met haar honden en is voor zo ver ik het kan beoordelen happy.”

Aan deze hiervoor geciteerde berichten te zien, blijkt er steeds weer opnieuw aanleiding om zich af te vragen waar de oud-collega’s zijn gebleven en hoe het ze vergaat. Zelfs de Facebook pagina zoals we die nu hebben kan dus niet in alle gevallen antwoord daar op geven, maar laten we een kijken wat we verder wel kunnen weten, bijvoorbeeld van die oud-medewerkers die zelf zijn of haar loopbaan verhaal hebben neergeschreven in een document.

De eerste die dat deed was op 26 juni 2011 de technicus Martin Wagenaar (1978/81) in een document, getiteld: "Mijmeringen over mijn leven in het theater en bij HNB in het bijzonder."

Op 15 augustus 2011, volgde Danny de Leeuw (1970/71) met zijn document: “Door Daniel McLion. mijmeringen over zijn dansersleven."

Gevolgd op 30 augustus 2011 door Wendy Vincent Smith (1966/77) met het document: “Those Special Years with Het Nationale Ballet.”

En een andere technicus: Henk Veenker (1975/78), die zich in een open brief verontschuldigt niet aanwezig te kunnen zijn op de reünie van de 17e september, maar ons een geweldige dag wenst en groet en tevens iets over zijn verdere loopbaan vertelt.

Diverse andere oud-medewerkers vertellen in kortere berichten iets over hoe het ze verder is vergaan of wat ze nu doen. Met enig plak en knipwerk zijn zo ook hun loopbaan verhalen te achterhalen, eventueel aangevuld met wat vrij op internet is te vinden, zoals bijvoorbeeld in het geval van Wade Walthall (1975/82), die zich op 13 juli 2011 op Facebook meldt, nadat hij gehoord had dat er een reünie zal zijn: “ I just finished a Master of Fine Arts degree and I am living in Tucson, Arizona....Still don't know the details about all this tho!...lol” Met een simpele zoekactie op internet komt er dan een website van de Evergreen City Ballet te voorschijn, waarvan Wade de artistiek oprichter blijkt te zijn: Website Evergreen City Ballet; Daar ook een kleine biografie van hem.

Een andere manier is die van Gisela Reinhold bijvoorbeeld, die op 8 augustus 2011 aan de hand van een teruggevonden collage van oude foto’s tipjes oplicht van haar begin als danseres en een stukje van de tijd na HNB: “Deze collage, gemaakt door mijn nu 3 jaar geleden overleden partner, vond ik na zijn overlijden bij het uitzoeken van zijn schilderijen (was kunstschilder). Was destijds van plan helemaal met het balletverleden te kappen en wilde mijn albums weggooien. Heeft hij stiekem gered. Ben er nu wel blij mee. Op de foto's staan o.m. Ronald Snijders (1961/76) (zaten als kinderen op dezelfde balletschool 'De Kennermer Dans en Balletstudio' in Haarlem). Ook Mariette Mreyen (1961/1967) en Peter Appel (1961/62) zijn van dezelfde school evenals Mea Venema (1975/84), wel een generatie na ons. Helemaal links boven in de hoek Ronald en ik in de 'Blauwe Vogel' (schoolvoorstelling) . Foto met visnet en foto links daaronder zijn ook Ronald en ik op het strand van Bloemendaal. Deze foto's zijn gemaakt door Kees Pot. De man die mijn hand vasthoud is Rene Bon, een geniale Franse danser en gastdocent bij HBN. Werden verliefd en heb een jaar bij hem gewoond in Parijs, waar ik als free lancer o.m. bij Roland Petit, 'Les etoiles de Paris', tv-klusjes etc. heb gedaan. Zeer leerzaam……….” Een paar dagen later op 13 augustus, voegt ze nog een stukje toe over hoe ze aan ballet begonnen is: "Zelf ben ik ooit naar een balletschool gestuurd omdat er 'iets' met m'n rug was. Nooit wat van gemerkt. Vond het als kind zo leuk en zo is het gekomen. Geen drang achter me van ouders of zo. Gelukkig niet. Mijn moeder en grootvader (vader afwezig) waren verbaasd dat het uiteindelijk m'n beroep is geworden. Werd gestimuleerd door mijn balletleraren, die mij en Ronald Snijders (op dezelfde school) getraind en geholpen hebben. Onze ouders hadden geen geld voor de opleiding, dus wat deden we? Studio's schoonmaken, het huishouden doen etc. Allemaal om onze opleiding te financieren. En met uiteindelijk, resultaat........"

Of Nicolette Langestraat, die in diverse reacties stukjes van haar verdere leven na HNB loslaat. Zo reageert ze op 25 juli 2011 wanneer het gaat over het veel te vroege overlijden van de technicus Jos Janssen (1977/96): “Ik werkte toen als doktersassistente bij zijn huisarts en heb het van dichtbij meegemaakt. Het was verschrikkelijk en zo snel.” En op 14 augustus wanneer het gaat over de afbraak van de ‘Grote studio’in de Stadsschouwburg: “Ik werkte als directiesecretaresse bij het Mediafonds dat kantoor hield in de Korte Leidsedwarsstraat, ooit onderdeel van de Stadsschouwburg. Mijn kantoor keek uit op de Grote Studio. Toen in 2008 de grote sloop begon voor een vernieuwde Schouwburg bevond mijn ziel zich in een echt vreemd gevoelsleven. De grote studio werd als eerste afgebroken.”

Helemaal via een omweg komen we op 22 juli 2011 iets meer te weten over wat Ilse van Berkel (1975/80) is gaan doen na haar danscarrière. In een wat wazige discussie over wie waar op een recent geplaatste foto staat, merkt ze op: “……Ja, ik ben gaan dansen met paarden! En dat is als ballet: iedere beweging betekent iets. Lichaamstaal, zowel op een paard als ernaast." En ze vervolgt even later: “Het geeft me iedere dag veel voldoening, de communicatie kan heel diep gaan. Ik doe dressuur als basis en geef ook les. Zit die mensen behoorlijk op hun huid over hun houding, hahahha hoe zou dat nou komen?”

Maar we moeten wachten tot 17 januari 2012 om meer te weten te komen, wanneer Marcelle Meuleman (1964/69), naar aanleiding van een foto van Ilse laatste voorstelling, aan haar vraagt: “…... Waarop stopte je bij HNB Ilse? Had je een contract elders? Wat ben je na je dansen gaan doen…………?" Ilse van Berkel belooft in de toekomst het hele verhaal te vertellen, maar beperkt zich nu tot het volgende: “Waarom ik ben gestopt met dansen hoop ik later nog eens toe te lichten. Na het dansen ben ik Archtectonische Vormgeving gaan studeren in Utrecht (Artibus)." Marcelle Meuleman reageert en vraagt verder: "Wow, interessant Ilse, architectonische vormgeving! Wat ben je daar na je studie mee gaan doen?" En Ilse zegt daarop: “Toen ben ik samen met mijn toenmalige echtgenoot een lijstenmakerij begonnen, ondertussen was ik (al gedurende mijn studie) kleedster bij het programma van Han (1970/1989) en Lex (1970/99) en bij het Scapino Ballet en gaf ik paardrijlessen in Aalsmeer". Daarop reageert ook Jeanny van Bergen (1969/79) enthousiast en Ilse voelt zich daardoor kennelijk aangespoord nog meer te vertellen, maar ze vervolgt met: “Ik zal het kort houden, het is een wens om alles ooit uitgebreid op te schrijven, maar sommige dingen zijn nog steeds te pijnlijk. ik wil er goed over nadenken! Na de lijstenmakerij, waar ik elke 2 -3 maanden een expositie verzorgde, heb ik een relatie gekregen met de vader van Zis. Hij was fotograaf en ik ben gaan fotograferen, de boekhouding etc. gaan doen. Onze boekhoudster zocht iemand om de telefoon op te nemen. Een prachtige kans, want we hadden het niet breed en zo kwamen we in het ziekenfonds! Ik mocht ook inboeken en ben in de avonduren weer naar school gegaan en heb mijn diploma boekhouden gehaald en daarna de vervolgopleiding. Na een paar jaar daar gewerkt te hebben ben ik gaan werken bij een consultingbureau als boekhoudster. Dit bedrijf verzorgde cultuurveranderingen bij grote bedrijven. KPN, UPC, echt groot dus. Helaas stond het bedrijf er financieel erg slecht voor toen ik er kwam. Er was nog geen goede georganiseerde boekhouding, maar die had ik al vlug op poten. 4 directiewisselingen, de oprichting van een Engelse dochtermaatschappij, de omschakeling naar de Euro plus een maanden durende computer(netwerk)storing zorgde voor een ernstige burn-out. Daar zat ik! Thuis en ik kon niets meer. Mijn moeder kreeg borstkanker, maar genas gelukkig, het was toch schrikken.”

Marcelle Meuleman vertelt op 24 augustus 2011 ook het een en ander over zichzelf, wanneer ze in een Facebook gesprek gewikkeld is met Kathleen Smith (1962/67), Gisela Reinhold en Nicolette Langestraat. Ze zegt: “ Thank you for your reactions Kathleen, Nicolette and Gisela. I don't think you will remember me Kathleen, me being one of the many corps de ballet girls; but for sure I remember you! As for Gisela, I remember you also very well. Nicolette, I think you joined HNB after I left? Hope you will recover soon. Burn out for sure is the pits! My HNB years were mainly Sonja Gaskell and a short period Robert and Rudi. Nice to hear about everybody's whereabouts after leaving the HNB. I tried after quitting the HNB, to dance in a musical for a year which made me even more unhappy as dancing at the HNB (at which I was unhappy for various reasons, but Gaskell and her strange hierarchy for sure was one of the most important one's) I stopped dancing and switched to acting. After drama school I acted for several years. After studying in NY became a theatre director. Had my own company in Amsterdam for ten years. I am a free lance director since. I teach acting, directing and screenwriting. I am also a (film)scriptdoctor.” Na enige reacties van haar oud-collega’s vertelt Marcelle Meuleman onder andere verder: “…………I studied directing in NY (amongst others) with Stella Adler and Jack Garfein. I loved NY!!!” En in een reactie daarop van Kathleen Smith komen we ook een klein stukje meer te weten over haar loopbaan: “………Actually I was not so talented but really loved to dance and loved to work hard, unwisely hard, hence a total hip replacement in 1991. On a totally bright note, your experience with Stella Adler must have been terrific. She is one of the greatest, most highly respected artist in the field of acting/directing. I do not know of Jack Garfein, but I had only a small experience with acting in NY. In 1975 between contracts I spent about six months in NYC. At that time I took a scene study class with Earle Hyman. It completely changed my approach to performing dramatic story ballets. He was so inspiring and really so honest and direct with his criticisms, but always sensitive and nurturing. I will never forget him.” Een ander stukje van Kathleen’s loopbaan wordt indirect duidelijk op 11 oktober 2011, wanneer ze reageert op een aantal foto’s die Loes van Veen plaatst over haar opleiding in Antwerpen: “The third photo shows a program of the graduation class at the Stedelijke Instituut voor Ballet in Antwerp in 1973(?). That was my class and Loes was one of my most accomplished students.” En waar Kathleen Smith nu is en hoe het haar gaat wordt helemaal duidelijk in haar bericht op 15 september 2011: “I am well and very happy with my husband Howard, dogs Sophie and Lucky and cat Carson. We all live in Oregon which is a most wonderful part of the United States…….”

Ook van Sonja Geerlings komen we via een zijweggetje wat te weten over haar opleiding, wanneer ze in discussie met Hein Hazenberg (1982/88) over ‘gemakkelijke schoenen’ aan hem vraagt: “Lieve Hein Hazenberg, weleens op spitsen gestaan? Als jongste telg van vier kinderen, twee meiden en een jongen, groeide ik op. Vanaf mijn zesde jaar wilde ik of directrice van een weeshuis of balletdanseres worden. Mijn moeder, pianiste, begeleidde o.a. balletlessen en mijn oudste zus wilde in eerste instantie ook balletdanseres worden. In Rotterdam, Blijdorp waar ik tot mijn 11ste jaar heb gewoond was een balletschooltje dat werd geleid door Nora Durant. Dat kwam dus ook voor mij goed uit. Gelukkig heb ik een moeder gehad die ondanks aan de piano zat zich nergens mee bemoeide. Zij keek en zweeg en speelde. In stilte was zij natuurlijk trots als een pauw. Binnen een paar jaar mocht ik meedoen in de klas waar ook mijn grote zus, vier jaar ouder, les kreeg. Ik vergeet dit nooit. Eerst balletles daarna wisselend een half uur acrobatiek of spitsenles. Met acrobatiek moest ik altijd voordoen. Dat vond mijn oudste zus niet leuk. Het ergste voor mij komt nu nml. Nora Durant opende een kastdeur en haalde er een paar oude en te grootte spitsen uit waar zij watte en mijn voet in propte. Natuurlijk vond ik op spitsen staan toen prachtig niet wetende dat ik daarvan later een paar geweldige knobbels aan beide grote tenen heb over gehouden. Ik heb met die voeten nog zo’n 25 jaar in spitsen rond gedanst, niet direct het confortabelste vandaar altijd maar weer opzoek naar schoenen waarbij je geen pijn meer lijdt.”

Christine Anthony (1962/83) vertelt naar aanleiding van het overlijden van Rudi van Dantzig (1961/91) hoe zij hem (en Toer van Schayk (1966/01) voor het eerst heeft ontmoet, maar maakt tegelijkertijd een beetje duidelijk wat zij vóór HNB deed: “I left London & the Royal Ballet Company in December 1962 for HNB. Arnold Haskell, my mentor since attending Royal Ballet school had told me about this new company in Amsterdam directed by Madam Gaskell which had (and still has) an amazingly varied repertory and new exciting, interesting choreographers, among them Rudi van Dantzig!As the rep in London was at that time very limited and because I was very hungry for the chance to learn more & experience working in different styles with different people I decided to audition for HNB & happily received a contract to start with them as soon as possible which I did! On the first Sunday I was in A’dam I went to the Stedelijk Museum & it was there in the coffee shop that I first met Rudi & Toer. They realised that I was English because I was reading an English Sunday paper & asked me if they could join me. At this point they were unaware that I had just joined the company but they found out of course during our chat and that was the start of a great & special friend ship! ……….”

Alles bij elkaar staat er al heel wat informatie over onze (oud-)collega’s op de Facebook reünistenpagina, maar ten opzichte van het totaal van de (oud-)medewerkers is het natuurlijk maar een schijntje. Ook ten opzichte van wat er verder op internet te vinden is aan loopbaan informatie. Met een beetje slim zoeken heb ik inmiddels van ongeveer140 van onze oud-collega’s websites verzameld. Maar elke dag blijken er weer nieuwe te vinden te zijn. Een aantal pagina’s op het www bestaat uit artikelen uit kranten en tijdschriften. De meesten echter bestaan uit uitgebreide vermeldingen tot en met complete biografieën, in websites van hun ondernemingen of van die waarvoor ze werken. Zeker 30 van onze oud-collega’s hebben ook een Wikipedia en/of encyclopedie pagina. Van alle huidige werknemers zijn daarnaast korte biografische beschrijvingen te lezen op de website van HNB zelf.

Tegenwoordig is het dus heel gewoon, dat balletliefhebbers en andere geïnteresseerden, kunnen lezen hoe werknemers bij HNB in dienst zijn gekomen, wie hun leermeesters waren of welke opleidingen ze hebben gedaan en uiteraard wat hun huidige positie en werk bij HNB is. Dat was vroeger niet zo, in ieder geval gedurende de eerste 25 jaar van HNB, maar zeker ook in later jaren. Ik denk dat Ted Brandsen dat pas heeft ingevoerd; hoe terecht is dat, want we komen allemaal ergens vandaan en zijn op weg ergens naar toe. We leren op elk stuk van die weg door de omgevingen waar we langs komen en langer of korter verblijven en vooral van de mensen die ons zijn voor gegaan en begeleiden. Alles bij elkaar geeft dat een resultaat dat van invloed is op wat we verder hebben gedaan, nu doen en wie we zijn.

Wanneer thans biografische gegevens kennelijk belangrijk gevonden worden om een gezelschap en zijn voorstellingen te kunnen beoordelen, dan lijkt me dat ook het geval om de geschiedenis van dat gezelschap te kunnen begrijpen. Zeker ook als je leest welke verbluffende carrières diverse van onze oud-collega’s vaak hebben gemaakt na hun loopbaan bij HNB of de bijzondere dingen die zij gedaan hebben, thans doen of maken. Of plat gezegd, waar een loopbaan bij HNB al niet toe kan leiden.

Het is niet voor niets dat de Theaterencyclopedie, die het Theater Instituut Nederland aan het bouwen is, voorziet dat van elke voormalige medewerker van een theatergezelschap de biografische gegevens opgenomen kunnen worden. Zoek maar eens via bijvoorbeeld via Google: Theaterencyclopedie gevolgd door de naam, waarmee je in de programmaboekjes hebt gestaan. Bovenaan de keuzelijst die verschijnt, staat dan een pagina van de Theaterencyclopedie te zien, met je naam. Kies je die, dan krijg je die pagina te zien en zeer waarschijnlijk de mededeling staat: “Deze pagina bevat geen tekst…………of deze pagina bewerken.”

Op dit moment hebben alleen de pagina’s van een klein aantal van onze oud-collega’s ook echt een inhoudelijke tekst. Door op ‘……..deze pagina bewerken’ te klikken kun je zelf (als je je eerst geregistreerd hebt) over jezelf schrijven wat je wilt. Er zijn natuurlijk wel een paar spelregels om te zorgen dat het om serieuze informatie gaat, het doel van een encyclopedie dient en binnen de grenzen van de Nederlandse wetgeving blijft. Overigens is het ook mogelijk linken te plaatsen naar andere websites, dus ook naar je eigen website als je die al hebt, of die van een instelling waar je werkt of aan gelieerd bent.

Ik ben nu van mening dat alle oud-werknemers een plaats verdienen in deze encyclopedie. In ieder geval met een korte biografie, maar dat kunnen daarbij ook andere teksten zijn. Ik denk bijvoorbeeld dat er voor alle oud-collega’s die er niet meer zijn ook een ‘in memoriam’ geplaatst zou moeten worden. En ik denk aan nog veel meer, maar daarover een volgende keer.

Voor vele van onze oud-collega’s is wellicht het ‘schrijven van teksten (over jezelf en/of anderen) en deze uploaden op een website op internet’ moeilijk en veel te ingewikkeld; daar heb ik alle begrip voor. Je kunt echter altijd vragen of een ander dat voor je zou willen doen en ik zelf ben dan ook graag bereid daarbij de helpende hand te bieden.


Terug naar 50 jaar Het Nationale Ballet