Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
T S Eliot Simon Fieldhouse.jpg


T.S. Eliot getekend door Simon Fieldhouse.

NaamT.S. Eliot
Volledige naamThomas Stearns Eliot
Geboortedatum26 september 1888
Geboorteplaats Saint Louis, Missouri
Overlijdensdatum4 januari 1965
Overlijdensplaats Londen
BeroepAuteur
DisciplineToneel
Externe databases:
DBNL
IMDb
VIAF

Er is nog geen biografie beschikbaar voor T.S. Eliot. Klik hier om de tekst toe te voegen (je moet hiervoor ingelogd zijn; je kunt je hier hier registreren).
Let op: mogelijk staat er verder op de pagina (onder het carrièreoverzicht) al wel een biografietekst; deze tekst kan dan door middel van eenvoudig “knippen en plakken” in het veld "biografie" worden gezet!

T.S. Eliot heeft bijgedragen aan 24 productie(s).

T.S. Eliot heeft gewerkt in de volgende functies:


Het gehele overzicht van voorstellingen waaraan T.S. Eliot heeft meegewerkt, voor zover geregistreerd in de Theaterencyclopedie:

NB: Bij de carrièreoverzichten zijn de voorstellingen gekoppeld aan de premièredatum. Het kan echter voorkomen dat personen niet aan de première meewerkten, maar pas later bij de voorstelling betrokken raakten.

Curriculum Vitae Theatrum
Productie Functie Producent Seizoen Premièredatum In regie van
De moord in de kathedraal
IsGeschrevenDoor
Amsterdams Toneelgezelschap (A.T.G.) 1949/1950 29 oktober 1949
De cocktailparty
IsGeschrevenDoor
De Nederlandse Comedie 1951/1952 18 januari 1952 Johan de Meester jr.
De particulier secretaris
IsGeschrevenDoor
De Nederlandse Comedie 1954/1955 6 november 1954 Han Bentz van den Berg
Een staatsman van verdienste
IsGeschrevenDoor
Toneelgroep Theater 1959/1960 19 september 1959 Elise Hoomans
Hoelabaloe
IsGeschrevenDoor
Robert Borremans 1970/1971 13 december 1970
Het vijfde jaargetijde
IsGeschrevenDoor
De Haagsche Comedie 1971/1972 4 april 1972
Cats
IsGeschrevenDoor
Stichting Carré Theaterprodukties 1987/1988 18 juli 1987 Trevor Nunn, Gillian Lynne
Monologue
IsGeschrevenDoor
Het Concern 1990/1991 1 november 1990
Moord in de kathedraal
IsGeschrevenDoor
Haarlems Toneel 1991/1992 3 juni 1992 Joanna Bilska
Cats
IsGeschrevenDoor
Stichting Carré Theaterprodukties 1992/1993 17 november 1992 Gillian Lynne
Familiereünie
IsGeschrevenDoor
Hogeschool voor de Kunsten Arnhem 1993/1994 13 juni 1994
Liefde van zeven poppen
IsGeschrevenDoor
Theatergroep Laan van Poot 1997/1998 8 maart 1998 Donna Corboy
Cocktail Party
IsGeschrevenDoor
De Tijd vzw 1999/2000 28 september 1999 Peter van Kraaij
The Waste Land
IsGeschrevenDoor
Terschellings Oerol 2004/2005 11 juni 2005 Eric Langendoen, Ilse Heus, Jori Hermsen, Hanna Jansen, Sikko Hoogstra, Remco de Kluizenaar, Erik Woltmeijer
Cats
IsGeschrevenDoor
Joop van den Ende Theaterproducties BV 2006/2007 7 oktober 2006 Christine Cartwright
Readings
IsGeschrevenDoor
Théâtre National de Chaillot 2006/2007 30 mei 2007 Deborah Warner
WeerSlechtWeer
IsGeschrevenDoor
Toneelhuis (gezelschap) 2007/2008 11 juni 2008 Peter Missotten
I Went to The House But Did Not Enter
IsGeschrevenDoor
Théâtre Vidy-Lausanne 2008/2009 17 juni 2009 Heiner Goebbels
Of Wittgenstein
IsGeschrevenDoor
De Tijd vzw 2009/2010 8 januari 2010
Time
IsGeschrevenDoor
Euritmie & Theater Impresariaat Nederland 2015/2016 22 april 2016 Franziska Knetsch
Cats
IsGeschrevenDoor
The Really Useful Group 2018/2019 20 december 2018 Trevor Nunn
Porgy and Bess Uitvoerende New York Harlem Theatre Productions Inc. 1993/1994 18 januari 1994 Baayork Lee
Jubilee 15 Muziek Koninklijk Ballet van Vlaanderen 2000/2001 23 september 2000 Frank van Laecke
Musicals in Ahoy' 2006 Muziek Joop van den Ende Theaterproducties BV 2005/2006 17 mei 2006 Guus Verstraete, Anthony van Laast

Biografie

T.S. Eliot (1888 – 1965) was een Amerikaans-Brits dichter, toneelschrijver en literatuurcriticus. Hij was een van de belangrijkste figuren uit de wereld van de literatuur van de 20e eeuw, een van de grootste vernieuwers van de poëzie, en kreeg in 1948 de Nobelprijs voor de Literatuur.

Eliot werd geboren als zoon van Henry Ware Eliot en Charlotte Champe Stearns. Zijn grootvader van vaderskant, William Greelleaf Eliot, was de stichter van een unitaristische kerk in St. Louis en oprichter van de Washington University. Na zijn middelbare school volgt Eliot een voorbereidingsjaar aan Smith's Academy, waar hij Oud-Grieks, Latijn, Frans en Duits leert. Van 1906 tot 1909 studeert hij letteren en filosofie in Harvard, waar hij colleges volgt bij George Santayana, Babbit, William James en Royce. Later studeert hij in Parijs aan de Sorbonne, waar hij colleges volgt bij Henri Bergson. In 1911 keert hij terug naar Harvard, waar hij enige tijd Sanskriet en Pali studeert.

In 1914 krijgt hij een beurs om aan het Merton College te Oxford te studeren. Via London en Marburg, Duitsland, komt hij uiteindelijk in Oxford aan, maar na een jaar verlaat hij het college weer. In 1915 trouwde Eliot met Vivienne Haigh-Wood. Het werd een ongelukkig huwelijk, mede door een hormonale aandoening van Vivienne, die hevige stemmingswisselingen veroorzaakte. Het jonge paar woonde enige tijd in het appartement van Bertrand Russell.

Na enkele jaren docent te zijn geweest aan de Highgate School en de Royal Grammar School in High Wycombe, kiest Eliot voor een positie bij de Lloyds bank, op de afdeling buitenlands betalingsverkeer. Daarnaast was hij werkzaam als assistent-redacteur bij The Egoist (1917-1919). Ook begon hij een eigen tijdschrift, The Criterion (1922-1939), waarin hij in 1922 The Waste Land publiceert. Het redigeren van The Criterion leverde Eliot een indrukwekkend netwerk op, met onder andere auteurs zoals James Joyce en Marcel Proust. Het redigeren van het tijdschrift is echter moeilijk te combineren met zijn baan op de bank. Tijd voor eigen werk was er amper nog. Pas wanneer hij in 1925 de bank verlaat en een plaats in de directie van de nieuwe uitgeverij Faber and Gwyer, later Faber and Faber accepteert, komt hierin verandering.

In 1927 treedt Eliot, tot verbijstering van sommige van zijn vrienden, toe tot de Anglicaanse Kerk. Daarnaast besluit hij zijn Amerikaanse nationaliteit op te geven en wordt hij Brits onderdaan. Als de Universiteit van Harvard hem de Charles Eliot Norton-leerstoel voor het jaar 1932-1933 aanbiedt, vertrekt hij naar de Verenigde Staten, zijn vrouw in Engeland achterlatend.

In 1933 kwam er een eind aan het huwelijk met Vivienne; met medewerking van haar familie kreeg Thomas controle over haar vermogen en liet hij haar opsluiten in een psychiatrisch ziekenhuis, waar ze de laatste negen jaar van haar leven zou slijten. Eliot zou haar tot haar dood in 1947 nog één keer bezoeken.

In 1948 won hij de Nobelprijs voor de Literatuur, met name voor de Four quartets, het werk dat Eliot zelf als zijn meesterwerk beschouwde.

In 1957 trouwde Eliot met Esmé Valerie Fletcher, die vanaf 1949 zijn secretaresse was geweest bij Faber en Faber. Het werd een gelukkig, maar kort huwelijk. Op 4 januari 1965 overleed Eliot in Londen. Zijn lichaam werd gecremeerd; de as werd overgebracht naar St. Michael's Church in East Coker, de plaats waarvandaan zijn voorouders naar Amerika emigreerden.

Theater/Dans

Een chronologisch en daaronder een alfabetisch overzicht van de voorstellingen die in première zijn gebracht, c.q. die in Nederland te zien zijn geweest en waarbij hij geregistreerd werd in de Productiedatabase als auteur, alsmede zijn overige bijdragen aan voorstellingen

Op deze plek stond tot voor kort een tabel met het carrièreoverzicht van T.S. Eliot, maar deze is ondertussen vervangen door het nieuwe overzicht hierboven.
Dit oude informatieblok zal binnenkort worden verwijderd of verplaatst.


The Waste Land

T.S. Eliot, gefotografeerd door Lady Ottoline Morrell (1934)

In de periode tussen 1917 en 1922 schreef Eliot zijn eerste grote werken: Prufrock and Other Observations (1917), Poems (1920) en The Waste Land (1922). In deze gedichten, die doordrongen zijn van het cultuurpessimisme van na de Eerste Wereldoorlog, beschrijft Eliot het lijden, de ontluisterende ervaring van de grote stad, de onvruchtbaarheid en de uitzichtloosheid van het moderne bestaan en de absolute isolatie van ieder individu door het geestelijke en morele failliet en de verspilling van de goddelijke liefde.

The Waste Land, onder redactie van vriend en dichter-criticus Ezra Pound, kreeg onmiddellijk aandacht van de literaire kritiek en het publiek en vestigde Eliots reputatie als een belangrijk dichter. De complexe structuur en de afwezigheid van romantische lyriek betekenden een radicale breuk met de negentiende-eeuwse poëtische tradities. In 'The Waste Land' toont Eliot een cultuur van verspilling en verval, van lusteloze en doelloze seksualiteit, van eenzaamheid en godsverduistering, kortom een cultuur die niet meer gedragen wordt door de liefde, maar door de dood. 'The Waste Land' is overladen met literaire verwijzingen en citaten. Eliot greep onder meer terug op de herinneringen van Maria Larisch, een beschermelinge van de Oostenrijkse keizerin Elisabeth, de religieuze antropologie, James George Frazers The Golden Bough, op Dantes beschrijvingen van de hel, de Franse symbolisten, zoals Charles Baudelaire, Jules Laforgue en Stéphane Mallarmé, christelijke en hindoestaanse teksten, zoals de Confessiones van Augustinus, de Pentateuch en de Bhagavagitha, op het libretto van Wagners 'Tristan und Isolde', de filosofie van F.H. Bradley, Shakespeares 'Anthony and Cleopatra' en op de graallegende, zoals beschreven door Jessie Weston.

Kritische werken

Eliots kritische werk bestaat uit een dissertatie, Knowledge and Experience in the Philosphy of F.H. Bradley, enkele bundels kritieken en essays, waaronder 'The Sacred Wood' (1920), 'After Strange Gods', 'For Lancelot Andrewes' (1928) en 'Essays Ancient and Modern' (1936) en 'On Poetry and poets' (1957) , en twee cultuurfilosofische studies, het onvoltooid gebleven 'The Idea of a Christian Society' (1939) en 'Notes Towards the Definition of Culture' (1948). Zijn essays zijn grofweg te verdelen in drie groepen; essays over de literatuur in het algemeen onder meer 'Tradition and individual talent', 'The Use of Poetry and the Use of Criticism', 'Religion and Literature', en 'What is a Classic' , beschouwingen over individuele schrijvers onder wie Philip Massinger, Dante Alighieri, John Milton, de "Metaphysical Poets" (John Donne, Herbert, Vaughan), Andrew Marvell, Percy Bysshe Shelley, William Blake, Matthew Arnold, Lord Alfred Tennyson, Charles Baudelaire, William Butler Yeats en James Joyce, en filosofische opstellen over het humanisme en het christendom, onder meer over Blaise Pascal, F.H. Bradley, Irving Babbit, Lancelot Andrewes en John Bramhall. Zijn essays, die algemeen worden gezien als de belangwekkendste bijdragen uit het Engelse taalgebied aan de literatuurreceptie van de 20e eeuw, hebben een diepgaande invloed uitgeoefend op het denken over de relatie tussen religie, cultuur en literatuur, op voor de herziening van de Engelse canon. Dichters als Donne en Herbert, die voordien als 'minor poets' werden beschouwd, ondergingen een grondige herwaardering en werden opnieuw op de literaire kaart gezet, en gevestigde literaire grootheden als Milton en Shelley worden bekritiseerd op hun soms gebrekkige metrum en taalgebruik. Zijn cultuurfilosofische studies, met name 'Notes towards a Definition of Culture', hebben veel waardering en navolging gevonden onder meer bij F.R. Leavis, Roger Scruton en George Steiner.

Latere werken

In Eliots latere werk, na zijn bekering tot de Anglicaanse Kerk in 1927, nam hij meer en meer afstand van de enigszins oppervlakkige religieuze antropologie en het cultuurpessimisme die The Waste Land kenmerkten, en werd zijn poëzie nadrukkelijk christelijk van karakter. In een essay verklaarde hij anglo-katholiek te zijn in de godsdienst, een classicist in de literatuur en een royalist in de politiek. In deze periode publiceerde hij Hollow Men, Journey of the Magi (1927), A Song for Simeon (1928), Animula (1929), Marina (1930), Ash-Wednesday (1930)', en zijn magnum opus Four Quartets (1943)'. Dit laatste gedicht, dat de sporen draagt van Augustinus, Dante, Johannes van het Kruis, het boek Prediker en het Nieuwe Testament, bestaat uit vier gedichten, die elk gewijd zijn aan een van de vier elementen. De titels van de gedichten verwijzen naar plaatsen die een bijzondere plaats in Eliots leven speelden; Burnt Norton, East Coker, The Dry Salvages en Little Gidding. Elk gedicht is opgedeeld in vijf canto's. Elk bevat een theologisch-filosofische meditatie over het wezen van de tijd. Het gedicht kan worden beschouwd als een christelijke odyssee, een mystieke zoektocht en terugkeer vanuit het tijdelijke naar de eeuwige tijd in God. Een heel eigen plaats in zijn oeuvre nemen de katten-gedichten in, die Eliot geschreven heeft voor zijn vrienden: Old Possum's Book of Practical Cats. Deze gedichten liggen aan de basis van de musical Cats.

Toneelwerken

Eliot schreef ook drama, waarvan de belangrijkste stukken Murder in the Cathedral, dat gewijd is aan de moord op Thomas Becket (1935), The Family Reunion (1939), The Cocktail Party (1949), The Confidential Clerk (1953) en The Elder Statesman (1958) zijn.

Invloed

De poëzie van Eliot heeft een diepgaande invloed uitgeoefend op de poëzie van de 20e eeuw. Dichters als W.H. Auden, Stephen Spender, Wallace Stevens en in Nederland Martinus Nijhoff hebben zijn invloed ondergaan. Laatstgenoemde vertaalde onder andere 'The Lovesong of J. Alfred Pruffrock' en 'the Journey of the Magi' uit de Ariel Poems.

Figuur in romans

Eliot en zijn 'Four Quartets' spelen belangrijke rollen in het romandebuut 'De Archivaris' van Martha Cooley.

Bibliografie

  • Prufrock and other Observations 1917
  • Poems 1919
  • The Sacred Wood 1920
  • The Waste Land 1922 (vertaling 2007 door Paul Claes, met commentaar en nawoord: Het barre land)
  • Hommage to John Dryden 1924
  • The Hollow Men 1925
  • Poems 1925
  • Shakespeare and the Stoicism of Seneca 1928
  • For Lancelot Andrewes 1928
  • Ash Wednesday 1930
  • Sweeney Agonistes 1932
  • The Use of Poetry and the Use of Criticism 1933
  • After Strange Gods 1934
  • Elisabethan Essays 1934
  • The Rock 1934
  • Murder in the Cathedral, 1935
  • Essays Ancient and Modern 1936
  • Collected Poems 1936
  • Old Possum's Book of Practical Cats 1939
  • The Family Reunion 1939
  • The Idea of a Christian Society 1940
  • Four quartets 1943
  • Notes Towards a Definition of Culture 1948
  • Cocktail Party 1950
  • Poetry and Drama 1953
  • The Confidential Clerk 1953
  • The Three Voices of Poetry 1954
  • The Elder Statesman 1959
  • Collected Poems 1909-1962 1963

Bronnen