Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gebaseerd opDas Feuerwerk - Paul Burkhard

Oh, mijn papa! is een musical van Opera Forum. Het is gebaseerd op de opera Das Feuerwerk van Paul Burkhard met een libretto en liedteksten van Jürg Amstein, Erik Charell en is vertaald door Ernst van Altena.[1] Das Feuerwerk is de Duitse versie van het Zwitserse ''Der schwarze Hecht''.
De musical Oh, mijn papa! is een bewerking van de dialectklucht van Emil Sauters: De sächzigschte Giburtstag.[2] De titel van het stuk Oh mijn papa! verwijst naar het meest bekende liedje uit het stuk Feuerwerk. De veelbezongen papa in de musical staat voor de legendarische clown, wijlen de vader van Iduna die getrouwd is met Alexander (circusdirecteur).[3]

Verhaal

Op het familiefeestje dat de fabrikant Albert Oberholzer geeft ter gelegenheid van zijn 50e verjaardag, is iedereen aanwezig: zijn vrouw Caroline, dochter Anna, zijn broer Frist en diens vrouw Bertha, broer Gustaaf en Paula, zijn vrouw, zijn broeder Hendrik, de bankier, en Lisa, zijn vrouw.

Allen zitten aan de feestdis. Neen, niet allen, want Alexander Oberholzer is er niet bij. Alexander, alias Obolski, is in zijn jonge jaren de wijde wereld ingegaan en heeft het tot circusdirecteur gemaakt. Alexander, die getrouwd is met Iduna en die eveneens in het circus optreedt, is het zwarte schaap van de familie. Iedereen hoopt heimelijk, dat hij bij het feest niet aanwezig zal zijn.

Maar juist wanneer iedereen aan tafel zijn, komt Alexander binnen met zijn vrouw. De feeststemming is even verstoord, maar Alexander laat zich niet uit het veld slaan en begint onmiddelijk hoog op te geven over zijn circus. Iduna zet onmiddellijk een vrolijk lied in op haar lievelingspony.

De enige die geboeid toehoort en in de ban is van het verhaal is Anna. Zij is zo geboeid, dat zij tot ontzetting van haar ouders en de overige familieleden aankondigt dat zij ook wel graag aan een circus verbonden zou willen zijn. Iedereen is met stomheid geslagen, maar gelukkig ontbrandt oom Hendrik, de bankier, juist op dat moment het vuurwerk.

De jonge tuinman Robert, die bij papa Oberholzer in dienst is, bemint in stilte Anna en zij bemint hem. Zij vertrouwt hem toe, dat zij zo graag circusartieste zou willen worden. Robert tracht haar voor te houden.

Hun gesprek wordt wreed verstoord door de tussenkomst der familieleden, die Anna met verwijten overladen. In haar wanhoop vlucht zij naar oom Obolski, die haar troost met zijn verhalen over de heerlijkheden van het circusleven. Anna weet niet wat te doen.

Iduna is er ondanks haar charme niet in geslaagd om de gedaalde stemming weer goed te maken. Zwager Gustaaf en zwager Frits gaan zowaar met haar dansen. Maar in haar hart is Iduna toch niet zo vrolijk als zij voorwendt te zijn: dikwijls droomt zij van een rustig leven, ver van het gewoel van het onrustige circusgedoe, van een leven zonder reizen en gestadig heen en weer trekken. En zij hoopt in stilte dat ook haar man daarin zal volgen. Dit alles vertrouwt zij Anna toe, die hierdoor kennis maakt met de keerzijde van het bonte circusleven.

Het gezelschap zal zich nu eindelijk aan tafel begeven, maar opeens vormen de vrouwen een gesloten front tegen de indringer Obolski en zijn vrouw, die hun mannen maar het hoofd op hol brengt. De onwelkome broeder en zijn vrouw Iduna besluiten heen te gaan, maar niet nadat hij nog eens duidelijk zijn mening aan de “huichelaars” kenbaar heeft gemaakt. Anna neemt teder afscheid van Iduna. Dankzij haar weet Anna wat ze met haar leven wilt. Ook haar vader heeft iets geleerd: hij verzet zich niet langer tegen een huwelijk van zijn dochter Anna met Robert, de tuinmansknecht.[4]

Context

Deze musical was het eerste stuk waarbij het Opera Forum buiten zijn geijkte paden trad. Deze komedie was namelijk meer een voorstelling voor zingende acteurs dan voor acterende zangers. Het spel stond voorop en niet het belcanto van de opera.[5] Qua genre hangt de musical een beetje tussen van alles: musical-ette: musical en operette.[6]
De musical zit vol met geestige trekjes, die door de medewerkenden dusdanig overtuigd ten tonele werden gebracht dat het “open doekjes” regende. Het hoogtepunt van de voorstelling was voor velen de circusvoorstelling in het tweede bedrijf.[7] Er was in het gehele stuk echter een magere begeleiding van de pianisten Frits Kox en Cor Lemaire.[8]

Betrokkenen

De onderstaande personen hebben een (in)directe bijdrage geleverd bij de realisatie van de theaterproductie (in voorkomende gevallen op basis van- of uitgaande van een bestaand werk). Aanvullingen zijn welkom.

Auteurs en makers

Aan de realisatie van deze productie hebben meegewerkt:




Rolverdeling en uitvoerenden

NB: De rolbenamingen zijn veelal direct overgenomen zoals in het originele programmaboekje vermeld.

Hans Boskamp - Alexander Obolski
Hetty Verhoogt - Iduna
Gerrit Evertzen - Albert Oberholzer
Lony Vonk - Caroline
Louise Rettich - Anna
Henriëtte Klautz - Kaatje
Riek Schagen - Bertha
Bert van der Linden - Gustaaf Oberholzer
Péronne Hosang - Paula
Ger Smit - Robert
Sjirk Bouwman, Dirk Swanborn - Joseph
Johan van Haagen - Frits Oberholzer
Peter van Zon - Hendrik Oberholzer
Annie Steiner - Lisa Oberholzer


      Zie voor verdere details: Opera-archief.nl

      Bronnen

      1. Nieuwe Rotterdamse courant, 3 januari 1966.
      2. Jan de Carpentier, Het Parool, 18 februari 1966.
      3. K. de G., De Volkskrant, 3 januari 1966.
      4. Programmaboekje Oh, mijn papa!, Theatercollectie UvA.
      5. Haagsche courant, 3 januari 1966.
      6. E. Bekius, Het Vaderland, 18 februari 1966.
      7. Fortgens, Trouw, 3 februari 1966.
      8. Jan de Carpentier, Het Parool, 18 februari 1966.