De TheaterEncyclopedie is vernieuwd!

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Elckerlyc 1977.jpg


Elckerlyc 1977

NaamCarel Briels
Volledige naamCarel Antonius Briels
Geboren26 juni 1916
Tilburg
Overleden25 maart 1983
Amsterdam
BeroepRegisseur, Acteur
DisciplineToneel
VIAF-profiel

Biografie

Carel Briels (1916 - 1983) was een Nederlands acteur en regisseur. Hij is vooral bekend geworden door het organiseren van massa-spektakels. Het leverde hem de bijnaam "De Napoleon van het Massaspel" op. Hij groeide op in Roosendaal. Al van jongs af speelde hij toneel. Bijvoorbeeld op zijn middelbare school, het Sint Norbetuslyceum in Roosendaal tijdens Toneelavondenen en tijdens een plechtige feestviering ter gelegenheid van zijn communiefeest op het Instituut St. Louis te Oudenbosch.

Hij bezocht de toneelschool in Amsterdam en behaalde in 1939 zijn diploma. Eind 1939 richtte hij zijn eigen toneelgezelschap op, Het Nederlands Toneellyceum. Dit was meer dan een toneelgezelschap, het gezelschap had tot doel "het cultuurbezit te beschermen door begrip en liefde bij het Nederlandse volk aan te kweken voor de grote toneelwerken in de literatuur van alle tijden". Het Nederlands Toneellyceum wilde dat doel bereiken "door het organiseren van toneelvoorstellingen, voordrachten, lezingen, cursussen en alle andere uitvoeringen, welke binnen het kader van Het Nederlandsch Tooneellyceum vallen". In april 1940 had Briels een enquête laten doen onder middelbare scholen waaruit bleek dat er grote behoefte was aan lesmateriaal over de Nederlandse klassiekers. Het Nederlands Toneellyceum zou deze gaan leveren.

Kultuurkamer

Briels zelf had de algemene leiding van Het Nederlands Toneellyceum. Eduard Verkade kreeg de functie van 'artistiek adviseur'.

Briels had per november 1941 de volgende acteurs geëngageerd: Han Bentz van den Berg; Aaf Bouber; John Gobau, Ans Koppen, Asta Lee, Hans van Meerten, Ank van der Moer, Jan Musch, Nel Oosthout, Henk Schaer en Johan Schmitz. Veel artiesten waren afkomstig van het Gemeentelijk Theaterbedrijf Amsterdam

Hoewel het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten (DVK) Briels bij de start van Het Nederlands Toneellyceum gunstig gezind was, was het dat na de zomer van 1941 niet meer. De oorzaak daarvan was dat er 18 acteurs van het Gemeentelijk Theaterbedrijf Amsterdam waren weggegaan om bij Briels te worden geëngageerd. Maar ook de aanstelling in de zomer van het nieuwe hoofd Theater en Dans, Frans Primo, speelde een rol. Frans Primo streefde naar de oprichting van gesubsidieerde stadsgezelschappen in Nederland, zoals die ook in Duitsland bestonden. Het Gemeentelijk Theaterbedrijf was zo'n stadsgezelschap. Het vertrek van de acteurs bij dit gezelschap wilde hij daarom tegengaan. Primo verbood alle theaters om Het Nederlands Toneellyceum te engageren, waardoor bestaande overeenkomsten moesten worden ontbonden.

Briels verzette zich hiertegen en spande een rechtzaak aan tegen het DVK. Als reactie daarop werd Briels gevangen gezet in het Oranjehotel in Scheveningen (september 1942). Hij werd gedwongen Het Nederlands Toneellyceum op te heffen waarna hij werd vrijgelaten.

B2C2

Gedurende de winter van 1944-1945, de hongerwinter, organiseerde Briels illegale huiskamervoorstellingen, voornamelijk bij bekende industrielen en 'captains of industry', zoals Brenninkmeyer (C&A), Vroom (V&D), Philips en Kips (leverworst). Voor de voorstellingen haalde Briels veel geld op dat hij gebruikte voor het voorzien van voedsel aan een kleine honderd in Amsterdam ondergedoken kunstenaars: beeldhouwers (w.o. Hildo Krop, musici, letterkundigen (Ed. Hoornik, Bert Voeten), toneelspelers (de joodse acteur Jo Sternheim), kunstschilders. Voedsel kocht hij op de zwarte markt. Het werd gedistribueerd volgens een bepaald systeem - zodat de koeriers niet zouden opvallen. De organisatie waaronder hij dit doet heette B2C2 - B kwadraat C kwadraat. Waarvoor deze afkorting stond is niet duidelijk. Van de distributie hield Briels een nauwkeurige boekhouding bij. Deze administratie maakt deel uit van zijn archief dat bij het Theater Instituut Nederland wordt bewaard.

Na de Tweede Wereldoorlog ontwierp en regisseerde hij een reeks groots opgezette massa- of openluchtspelen. De slag bij Waterloo, in 1963, is de laatste. Vanaf 1 januari 1974 heeft Carel Briels enige jaren achtereen geprobeerd de Amsterdamse traditie om Vondels Gijsbreght van Aemstel op nieuwjaarsavond op te voeren te doen herleven met voorstellingen in de Westerkerk. In 1983 is de "Gijsbreght" voor het laatst onder zijn leiding in Haarlem opgevoerd.

Theater/Dans

Een overzicht van de voorstellingen die in première zijn gegaan en waarin hij is opgetreden en voorzover geregistreerd in de Productiedatabase

Idem de voorstellingen in een regie van hem

Idem de voorstellingen waarbij hij geregistreerd werd als auteur

Idem voor het decor

Trivia

In 1980 publiceerde Carel Briels een boek over zijn ervaringen onder de titel "De verbijsterde terugblik van een massaregisseur".

Externe Links

  • De geschiedenis van Het Nederlands Toneellyceum heeft Briels uitvoerig beschreven in Naar een bevrijd tooneel in Nederland, een brochure die hij uit frustatie over de toneelsituatie heeft geschreven en uitgebracht.

Bronnen