Interview: Frédérique Sluyterman van Loo over het spelen van Conny Stuart

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Frédérique Sluyterman van Loo als Conny Stuart. Foto: Roy Beusker

In 2017 en 2018 schitterde Frédérique Sluyterman van Loo in de rol van Conny Stuart in de musicalproductie Adèle Conny Jasperina – de grote drie. Komend najaar is ze opnieuw te zien als de veelzijdige comédienne, zangeres en actrice. Hoe is het om als actrice onderzoek te doen naar en in de huid te kruipen van een Nederlandse theatergrootheid?

Hoe is het om Conny Stuart te mogen spelen?
“Het is hartstikke leuk. Haar repertoire kende ik natuurlijk al en ik wilde het al heel lang een keer zingen. Dus toen ik werd benaderd voor de audities, was het erg fijn om daarmee aan de slag te gaan. Ik moest twee nummers voorbereiden: "Zeur Niet" en "Wat Voor Weer Zou Het Zijn In Den Haag". Als Haags meisje is dat natuurlijk erg leuk materiaal om in te studeren. Daarnaast had ik al veel met Ellen Pieters gewerkt, die in ‘De Grote Drie’ Adèle Bloemendaal speelt, dus dat was extra leuk.”

Hoe goed kende je Conny Stuart al?
“Ik kom niet uit een gezin dat vroeger veel naar theater ging, dus helaas heb ik haar nooit live gezien. Ik wist van haar bestaan en kende dus het repertoire een beetje, maar ik moest nog wel veel studeren.”

Hoe heb je die voorbereiding aangepakt?
“Zo’n proces is altijd een kwestie van ergens heel erg induiken en vervolgens weer loslaten. Ik ben dus eerst gaan zoeken naar informatie en beeldmateriaal. Ik had bijvoorbeeld veel aan het boek ‘Uitverkoren’, waarin Conny en anderen vertellen over haar leven. En op YouTube is wel een en ander te vinden. De integrale registratie van ‘En nu naar bed’ staat daar bijvoorbeeld op. Ze speelde daarin samen met Mary Dresselhuys. Dat is geweldig om te zien. Ik ontdekte daarnaast kanten die ik echt niet van haar wist. Ik kende Conny vooral op latere leeftijd, maar ik vond ook een lied over een prikkende bij, waarin ze juist een enorm gekkige kant laat zien. En er is een uitgebreid interview met haar terug te zien, waaruit ik goed haar uitspraak heb kunnen afleiden. De eerste zinnen uit dat interview spreekt ze zo keurig uit, dat ik deze zinnen ook altijd hardop zei voor aanvang van de voorstellingen. Verder heb ik gesprekken gevoerd met onder andere Arie Cupé en Frans Mulder, die haar goed hebben gekend, en heb ik zijdelings gekeken naar Gerrie van der Klei, die wel iets wegheeft in haar doen en laten van Conny. Door dit allemaal mee te nemen, glijd je eigenlijk vanzelf in zo’n rol.

Tijdens de repetities ben ik vervolgens op zoek gegaan naar een ouder fysiek. Ik ben van huis uit danseres, dus ik had vrij snel door hoe ze zich bewoog, maar in de voorstelling is ze wel echt de oudste van de drie dames. Dat verschil moest wel duidelijk worden. Ik moest daarom voor aanvang ook altijd eventjes inlopen. Daarnaast doet make-up natuurlijk wonderen. Conny had een brede neus, een meer rond gezicht en amper een bovenlip. Dat heb ik van mezelf niet. Dit zijn dingen die je dan probeert over te nemen. Regelmatig zaten Ellen, Hanneke en ik ieder voor een spiegel onze karakteristieke gezichtsuitdrukkingen te oefenen, haha.”

Vergt het neerzetten van een bestaand persoon een andere aanpak dan een fictief personage?
“Nee, niet per se eigenlijk. Je probeert in elke rol toch altijd iets van jezelf te leggen. Ook bij fictieve personages ga ik op zoek naar iemand die op dat karakter lijkt. Ik creëer altijd wel een soort kader voor mezelf. Wat dat betreft is de aanpak niet heel anders, maar je hebt natuurlijk wel te maken met verwachtingen van mensen die ook jouw personage al kennen. Nu had ik al wel ervaring met het spelen van bestaande personen. Ik had al Liza Minnelli, Ava Gardner en Marlene Dietrich gespeeld, en later nog Maria Callas. Bij dit soort rollen probeer ik altijd een midden te vinden tussen mezelf en het personage. Het gaat er natuurlijk ook niet om dat ik die mensen zo goed mogelijk naspeel. Het is de bedoeling om de kern van zo iemand te raken en het verhaal te vertellen. Wat dat betreft is het geen ‘TV-kantine’, maar echt een eigen vertolking. Je probeert te laten zien waar iemand voor stond en hoe iemand in situaties zou hebben kunnen reageren. Dat probeer je geloofwaardig over te brengen.”

Conny Stuart in 'Heerlijk duurt het langst'

Wat voor iemand was Conny Stuart volgens jou?

“Ze was een ontzettend gedreven en harde werker, die volgens mij heel hartelijk en gul was naar haar medespelers. Ik begreep dat veel mensen haar op latere leeftijd wat streng vonden, maar in haar jongere jaren durfde ze juist gek te doen. Dat maakte haar heel energiek en heel eigen, maar wel op een gecontroleerde manier. Ik begrijp niet zo goed waarom mensen haar soms truttig vonden, zeker niet in die tijd. Ze was bovendien niet alleen bezeten van het vak, maar zorgde ook heel goed en graag voor haar familie en kinderen.”

Komend najaar kruip je opnieuw in de huid van Conny. Ga je nog op zoek naar andere kanten van haar karakter?
“Ik zal sowieso weer even naar haar gaan kijken. De voorstelling wordt namelijk sowieso anders. Het was eerst een avondvullende show, maar het wordt nu teruggebracht naar een uur. In deze tijden moet je wel proberen om twee keer op een avond te kunnen spelen. De focus komt nu te liggen op het concert dat de Adèle, Conny en Jasperina geven, met ook deels nieuw repertoire dat eraan wordt toegevoegd. Het verhaal wordt dus beknopter, maar het gevoel van de voorstelling willen we natuurlijk overeind houden. We moeten dus weer even opnieuw gaan kijken om de verhoudingen tussen de drie dames goed te blijven neerzetten, maar waarschijnlijk glijden we er ook wel weer snel in.”

Hoe denk je dat Conny Stuart het zou hebben gevonden dat ze nu zelf een personage in een musical is?
“Ik heb eigenlijk geen idee. Ze heeft dat tweeledige: dat strengere, maar ook dat gekkige. Ik denk dat ze het of een grappig idee zou vinden, of dat het van haar niet zo zou hoeven. Ze heeft natuurlijk op een gegeven moment bewust besloten om te stoppen met haar carrière en uit de schijnwerpers te stappen. Dat is trouwens iets typisch Nederlands. Jasperina de Jong heeft dat bijvoorbeeld ook gedaan. De andere personages die ik heb gespeeld, hadden een constante hang naar glamour en gingen na het einde van hun carrière het leven somber uitzitten. Qua personages waren zij daardoor wat extremer en ongenaakbaarder en dus lastiger om te spelen. Conny heeft die drang naar blijvende glamour nooit gehad. Zij was gek op haar kinderen en heeft na haar carrière allemaal andere dingen van het leven omarmd en gezien.”

Welke rol heeft Conny uiteindelijk gespeeld voor het Nederlands theater?
“Ze heeft zeker haar sporen nagelaten in het vak, onder meer door haar gekkigheid en haar typetjes ten tijde van Wim Sonneveld. Bovendien was zij te zien in de eerste grote Nederlandse musicals. Nederlands erfgoed zoals het nummer Het Is Over heeft zij als eerste vertolkt. Daarmee heeft ze een basis gelegd voor veel mensen na haar. Ze is daarmee voor veel mensen een inspiratiebron geweest. Je ziet haar manier van spelen ook terug bij mensen die in die tijd jong waren.”

Wat zou ze van het huidige musicallandschap hebben gevonden?
“Ik ken haar natuurlijk niet persoonlijk, maar ik heb de indruk dat ze wel hield van goede intelligente talige humor. Maar misschien had ze wel een guilty pleasure, haha. Die talige humor is in ieder geval ook wel meer mijn eigen smaak. Nu zijn veel voorstellingen best commercieel, dus ik vermoed dat ze dan naar de wat kleinere voorstellingen zou gaan. Zelf heb ik bijvoorbeeld in een aantal Sondheim-voorstellingen gespeeld, waar die humor in de taal ook altijd wel aanwezig is. Ik vermoed dat ze dat soort voorstellingen wel had gewaardeerd.”

In het huidige musicallandschap lijken de ‘biografie’-musicals in de laatste jaren goed vertegenwoordigd en succesvol te zijn. Hoe zou dat komen?
“Ik vind biografie-musicals zelf altijd wel leuk om te spelen, maar ik weet niet of ik het per se een goede ontwikkeling vind. Mensen lijken tegenwoordig voor een soort herkenning te willen gaan. Ze zijn niet zo nieuwsgierig naar wat ze nog niet kennen, behalve als er grote namen aan verbonden zijn. Tegenwoordig kiezen mensen eerder voor een bekend verhaal, of een voorstelling over een personage dat ze al kennen. En omdat zeker de grote zalen toch vol moeten, wordt er over het algemeen wat commerciëler geproduceerd. Ergens is dat wel jammer. Aan de andere kant kan het ook betekenen dat Nederlanders trots zijn op hun erfgoed en dat is natuurlijk wel positief.

'De Grote Drie'. Foto Roy Beusker

Toen wij zelf met onze eerste eigen productie aan de slag gingen (samen met Irene Kuiper en Ger Otte, red.), over Marlene Dietrich en Edith Piaf, wilde onze regisseur Daniël Cohen ook absoluut geen biografische musical schrijven. We vonden het een veel interessanter idee om een voorstelling te maken over wat er gebeurd had kúnnen zijn als je verschillende personages bij elkaar zou zetten. Die strekking heeft ‘De Grote Drie’ ook, en hebben we later zelf ook weer toegepast bij ‘Callas – Onassis – Kennedy’.”

Hebben jullie al een derde bijzondere combinatie voor ogen?
“Op dit moment nog niet. We vinden het in deze tijden iets te spannend om zelf weer een nieuwe voorstelling te gaan produceren. We hebben van ‘In bed met Dietrich en Piaf’ wel een postzegelversie gemaakt van een uur. Die speelden we al voor de Coronacrisis en dat blijven we soms ook nog wel doen. Voor nu ligt mijn focus vooral op ‘De Grote Drie’ en op mijn eigen voorstelling in het Tapastheater, samen met Ellen Röhrman. Verder biedt deze tijd ruimte om het lesgeven weer op te pakken, dus ik stort me komende tijd ook weer op de zanglessen, lessen liedinterpretatie en auditiecoaching. En ondertussen laten we de ideeën voor nieuwe voorstellingen rustig borrelen.”


Dit interview komt voort uit het thema rondom Conny Stuart. Kijk voor het actuele thema op de Nu Centraal-pagina.

Nieuwsgierig naar alle andere interviews op de Theaterencyclopedie? Kijk snel op de overzichtspagina!