De TheaterEncyclopedie is vernieuwd!

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Unknown.png

NaamWilfred Teixeira
GeborenParamaribo, 19 oktober 1920
Beroep[[Beroep::Acteur, Toneelschrijver]]



VVLogohome.jpg

Wilfred Teixeira (Paramaribo, 19 oktober 1920) is een Surinaams acteur, toneel- en hoorspelschrijver. Hij vervulde vele functies in het culturele leven: acteur, grimeur, toneel- en grimedocent, directeur van Thalia, bestuurslid van de Buitensociëteit Het Park (1960-1963) en van de Raad voor Culturele Samenwerking.

Biografie

Wilfred Teixeira begon zijn toneelcarrière als acteur en zanger in de operettes The Yankee Consul (1939), The gypsy troubadour (1945), My China doll (1951) en Victoria en haar huzaar (1955). Zijn laatste rol speelde hij in 1964 als Falstaff in De vrolijke vrouwtjes van Windsor van William Shakespeare.

In 1944 schreef hij zijn eerste musical: Met wat fantasie, voor het Koninklijk Nederlands Indische Leger. Daarna volgden de eenakter Nene Bekka (1958), Dr T'ai (1960), De kwaal (1964), en A no bon priti oen (Herinnering) (1967). Nene Bekka en A no bon priti oen werden later ook als hoorspel uitgezonden door Radio Apintie. Met het laatste stuk verwierf hij de derde prijs in een Sticusa-toneelprijsvraag (Stichting Culturele Samenwerking).

Na een lange periode waarin hij zich toelegde op het hoorspel, werden er opnieuw verschillende van zijn stukken op de planken gebracht door het Theater Thalia: Het evenbeeld van haar tante, of En tante spiti na ini en mofo (1987), Mi tori e taki (Mijn verhaal spreekt) (1991), de tragikomedie over het lot van de Surinaamse ambtenaar Het schrijvertje in losse dienst (1997) en de thriller Yu no bribi ley, yu no bribi tru, of Schijn en zijn (1997). Met al deze blijspelen en kluchten versterkte Teixeira de tendens om Thalia tot een theater voor bredere lagen van de bevolking te maken. Zijn werk kan gezien worden als een trait d'union tussen het volkstheater en het klassieke theater.

Teixeira schreef afzonderlijke hoorspelen, maar verwierf grote bekendheid met zijn hoorspelfeuilletons. Van Famiri Misma (Familie Onzemensen) werden sinds 1958 gedurende 24 achtereenvolgende jaren in totaal 1117 afleveringen uitgezonden door Radio Apintie, tot 1982 toen het station werd gesloten. De serie vond haar basis in de generatieconflicten binnen een familie die vanuit armoede opklom tot welstand. Elke rol kreeg gestalte middels een eigen idioom: het Surinaams-Nederlands van de ouma was doorspekt met welhaast verdwenen Nederlandse woorden, terwijl de kleindochter ABN sprak, chauffeur en tuinman Sranantongo enz. Registerwisselingen en taalwisselingen vergrootten de toegankelijkheid van Teixeira's theaterstukken. De intrige van de serie Van halte tot halte met lijn E (circa 500 afleveringen) was opgebouwd rond de maatschappelijke en politieke actualiteit. Een derde serie, Abonoeman e waka nanga baka (Aboenoeman loopt achterwaarts) (circa 400 delen), ging in op zaken als bijgeloof, kwakzalverij en moderne verschijnselen als telekinese, en vervulde daarmee ook een voorlichtende functie, evenals in een vroeger decennium het toneel van Sophie Redmond dat gedaan had.

Voor zijn verdiensten op cultureel gebied werd hij onderscheiden door de Nederlandse overheid (officier in de Orde van Oranje Nassau) en door de Surinaamse regering (officier in de Ereorde van de Palm).

Theater/Dans

Film

TV

Overig

Trivia

Externe Links

Bronnen

‘Een geschiedenis van de Surinaamse Literatuur’ van Michiel van Kempen, De Geus, 2003.