De TheaterEncyclopedie is vernieuwd!

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

VVLogohome.jpg

NaamSharda Ganga
Geboren1 april 1966
Paramaribo
BeroepRegisseur, Schrijver
DisciplineToneel

Biografie

Sharda Ganga (1966) is een Surinaamse regisseusse, toneelschrijfster en columniste.

Zij was een drijvende kracht achter verschillende theatergroepen, achtereenvolgens: het Universiteitstheater (1986), de Surinaamse Drama Federatie, het Vrouwencabaret, het Surinaams Theatercollectief, en momenteel CAST2theater en Projekta. Zij bewerkte stukken van onder meer Bertolt Brecht, Edgar Cairo, Wilfred Teixeira en Willy Russell (Shirley Valentine, 1996, gespeeld door Helen Kamperveen) en smeedde teksten uit de Spiegel van de Surinaamse poëzie (1995) om tot de voorstelling Siene in Spiegelland (1996). Eigen stukken waren De vrouw droomt (1995) en De bruiloft (1999). Haar voorstelling No more stories zorgde voor ophef, toen het in 2006 geweigerd werd voor het Caraïbische festival Carifesta IX op Trinidad en Tobago, omdat er krachttermen in gebezigd zouden worden; met een beroep op de artistieke vrijheid weigerde Ganga het stuk aan te passen, zoals de organisatie vroeg.

Ganga verzorgde wekelijkse gesproken columns voor de Vlaamse radio. Verder schrijft ze recensies voor De Ware Tijd Literair. Essays over toneel verschenen in Sranan, cultuur in Suriname (1992), De Vlaamse Gids (1998), Mama Sranan; 200 jaar Surinaamse verhaalkunst (1999) en voorts verscheen een bijdrage aan het Nederlandse boekenweekmagazine Eeuwig El Dorado (1996), abusievelijk geplaatst onder de naam Tan Bun, haar Surinaamse afscheidsgroet onder haar radiocolumns: Blijf wel.

Haar educatieve speelfilm over hiv en aids Wan Lobi Tori: Lesley en Anne (2005) werd twee maal bekroond: met de Caribbean Media Award voor "best alternative media story on HIV/AIDS", en de Platinum Award Television van de UNFPA. In 2008 volgde Sma Mofo/Gossip: Shirley en John, in het kader van het Hiv/Aids Education Kit project van Projekta en Caricom/PANCAP. (1 april 1966)

"Ik ben in het theater verzeild geraakt toen we op de universiteit manieren zochten om weer leven in de campus te blazen na de sluiting van de universiteit in 1982. Door bonte avonden en meteen daarna ook echte stukken, begonnen we onze mond te roeren, en dat hielden we vol, ook na de eerste verkiezingen. Zonder aanzien des persoons dus. Bij Bryan X (haar laatste stuk, 2011) merkte ik dat "mond roeren" ook nu als doel op zich wordt ervaren door het publiek." Maatschappelijke context speelt een grote rol in haar werk. Humor en kritiek wisselen elkaar pijlsnel af.

In haar werk spelen invloeden door van het Latijns-Amerikaanse theater. Van de Cubaanse theaterschool en van verschillende Colombiaanse theatermakers, waaronder Santiago Garçia. Ganga schrijft een stuk nooit helemaal af: theatermaken is een collectief proces waarbij haar acteurs altijd ook een inbreng hebben. Ze maakt veel ensembles, ook vaak raamvertellingen en daarnaast community theatre. "Ik maak en schrijf voornamelijk zelf. Yorkafowru van Edgar Cairo (1998) was een uitzondering, dat koos ik omdat ik het magistraal vind en vond dat de tekst een publiek verdiende. En omdat de tekst volgens mij nog even goed overeind stond als toen Cairo het schreef. Brecht’s De goede mens van Sezuan kozen we omdat het in 1996/1997 een maatschappelijke realiteit weergaf: het was herkenbaar."

Ze heeft voor enkele edities van het Caribbean Festival of Arts, Carifesta voorstellingen gemaakt: In 2000 : De Vrouw droomt (Carifesta XII) en in 2003 Aphra’s Oronooko (Carifesta XIII) beide bestaande producties. In 2006 kreeg ze voor het eerst een opdracht van de regering: er moest een nieuw stuk worden gemaakt voor het Cultuur directoraat. Dat werd de voorstelling No More Stories, voor Carifesta IX, die door de organisatie geweigerd werd vanwege het gebruik van krachttermen.

Theater/Dans

Een alfabetisch overzicht van de voorstellingen die in première zijn gebracht en die zij heeft geregisseerd voorzover geregistreerd in de Productiedatabase

Bronnen

  • Productiedatabase
  • ‘Een geschiedenis van de Surinaamse Literatuur’ van Michiel van Kempen, De Geus, 2003.