De TheaterEncyclopedie is vernieuwd!

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

JGdeGroot-CollectieTIN.jpg


Portret van J.G. de Groot. Litho door J. Adams. Collectie TIN.

Geboren11 juli 1837
Rotterdam
Overleden16 december 1903
Antwerpen
BeroepRegisseur, Directeur
DisciplineMuziektheater
TrefwoordenOpera

Biografie

Johannes George de Groot (1837 – 1903), ook geregistreerd in de Productiedatabase als J.G. de Groot was de oprichter (tevens directeur en regisseur) van het eerste Nederlandse Opera gezelschap, de Hollandsche Opera. Na een carrière als gym-docent trad J.G. de Groot toe tot de Vereenigde Tooneelisten van Tjasinks. Hierna ging hij aan de slag bij het gezelschap van Prot en Kistemaker in Frascati in de Nes, waar hij speelde in vaudevilles en operettes. Later werd hij er een van de directeuren.

Bij de opening van de Parkschouwburg aan de Plantage Parklaan in 1883 werd De Groot aangesteld als onderdirecteur. Toen de exploitatie-maatschappij failliet ging tijdens een poging een Franse Opera in het theater te vestigen werd mr. Floris Adriaan van Hall de nieuwe huurder. Van Hall benoemde de Groot als zijn gevolmachtigde in de Parkschouwburg, en in 1886 richtte De Groot een gezelschap op dat uitsluitend opera- en operettevoorstellingen zou brengen in het Nederlands: het Hollandsch Opera-Gezelschap.

Met Faust van Gounod presenteerde het gezelschap zich op 16 oktober 1886 aan het Amsterdamse publiek. De Groot was verantwoordelijk voor de regie, dirigent was Simon de la Fuente. De voorstelling was een groot succes.

De Groot was een ouderwetse negentiende eeuwse theaterdirecteur: een drukke joviale man die geen blad voor de mond nam. Zelf had hij geen muzikaal talent, maar was erg goed het ontdekken van zangers zoals Jos Orelio, Desiré Pauwels, Cateau Engelen-Sewing en Henri Albers.

Succesvolle voorstellingen van het Hollandsch Opera gezelschap waren: Carmen (1886), Otello van Verdi (1888), De Jodin (1889), De hugenoten (1890) en La Traviata (1892). De laatste operavoorstelling onder leiding van De Groot is hoogstwaarschijnlijk De Afrikaanse geweest, in april 1894.

Doorlopende conflicten tussen De Groot en dirigent Cornelis van der Linden -voornamelijk over geld en bemoeienissen van De Groot met het muzikale beleid- leidden ertoe dat Van der Linden in 1894 een nieuw operagezelschap oprichtte, de Nederlandsche Opera. De meeste solisten gingen met hem mee. De Groot was inmiddels ook directeur van het Paleis voor Volksvlijt en zette zijn bedrijf (nu de Nederlandsche Opera Vereeniging) op die plek nog enige tijd voort. Bij zijn werk voor het Paleis voor Volksvlijt hoorde ook de zakelijke leiding over het Paleisorkest. Hij bezuinigde daar rigoreus en kwam bekend te staan als een uitbuiter van zijn muzikanten. In 1895 ging het gezelschap failliet.

De Groot deed nog één poging om een Nederlandstalig operagezelschap op te richten: de Sociétaire Noord en Zuid-Nederlandsche Opera-Vereeniging, met solisten Clémence Dirckx-Van De Weghe, Johan Schmier en August van den Hoeck. Ze brachten slechts één voorstelling: Samson en Dalila in 1897.

Trivia

  • Johannes George de Groot was gehuwd met Apolonia Maria Vergalen (Rotterdam, 14-11-1842 - 31-3-1900, Rotterdam) op 19-4-1865 te Rotterdam. Hij scheidde van Apolonia Maria Vergalen 24-7-1879 [Akte Amsterdam].
  • Hij huwde voorts met Maria Christina Schuurman (Amsterdam, 17-5-1856) op 4-9-1879 te Amsterdam.
  • Zij ouders waren Johannes George de Groot en Francina Johanna Kamme.
  • Op 14-2-1895, vierde hij zijn 25-jarig jubileum

Externe Links

Bronnen

  • Annalen van de Operagezelschappen in Nederland 1886-1995, Amsterdam, Theater Instituut Nederland, 1996
  • G. van der Tang: Cornelis van der Linden, een documentatie. Dordrecht 2008