De TheaterEncyclopedie is vernieuwd!

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Appeloog 175884.jpg


Jozef van den Berg in Appeloog, 1980.

NaamJozef van den Berg
Geboren22 augustus 1949
Beers
BeroepPoppenspeler, Acteur
DisciplinePoppenspel


Jozef van den Berg (1949) is een Nederlands poppenspeler, toneelschrijver en acteur, die tegenwoordig als kluizenaar leeft.

Biografie

Jeugd

Vanaf zijn zevende jaar heeft hij het grootste deel van zijn jeugd doorgebracht in Cuijk, waar zijn vader de oude pastorie kocht en daar een accountantskantoor hield. Zijn vader was eerst in Beers en Rijkevoort onderwijzer aan de lagere jongensschool en zat tijdens de oorlogsjaren in het verzet. Het gezin waar hij uit komt bestaat uit elf kinderen. Op 30 januari 1962, toen hij twaalf jaar oud was, overleed zijn vader en daarna ook zijn beste vriendje Frits. Van den Berg wilde als kind al priester worden. Zijn moeder gaf hem voor Sinterklaas een set om priestertje te spelen. Op 10-jarige leeftijd speelde hij zijn eerste rol als farizeeër in een Passiespel van de Welpen in het patronaatsgebouw in Cuijk. Op 13-jarige leeftijd kreeg hij een vriendinnetje, waardoor het priesterschap naar de achtergrond verdween. In zijn middelbareschooltijd op het Internaat Bisschoppelijk College in Roermond was hij zeer actief in het schooltoneel. Zo vertolkte hij Sisyphos in het stuk Sisyphos en de dood, en later, geïnspireerd door Henk van Ulsen, met veel succes Dagboek van een gek van Gogol.

Poppenspel

Eind jaren 60, na het behalen van het diploma gymnasium deed hij toelatingsexamen en begon met de toneelschool in Arnhem, waar hij in het begin van zijn tweede studiejaar mee stopte. Hij ging samenwonen met Ruth in Arnhem maar verhuist later naar Groningen. Hij vroeg bijstand aan en begon poppenkast te spelen. Hij leende een paard en wagen en trok daarmee al poppenspelend rond. In die tijd trad hij toe tot de Gurdjieff-beweging. In Groningen ging hij samenwonen met Hansje, met wie hij op 11 september 1973 trouwt. Met haar krijgt hij vier kinderen, Lotte, Maartje, Jasmijn en Jesse van den Berg. In Groningen woont hij in een boerderij. In een keldertje in de Zwanestraat speelt op woensdagmiddagen voor de kinderen en op de vrijdagavond improvisaties voor volwassenen.

Hij begon zijn professionele loopbaan als poppenspeler in een poppenkast en bracht daar tal van figuren tot leven. Uiteindelijk haalt hij het voordoek weg en wordt zodoende de man met de poppen die zichtbaar is voor zijn publiek. Zijn improvisaties worden vervangen door een voorstelling met een titel.

In 1980 krijgt hij de Hans Snoekprijs voor Appeloog. Hij vertrekt uit Groningen en gaat wonen in het Betuwse Herwijnen. Daar schrijft hij Moeke en de Dwaas voor het Holland Festival. In 1980 en 1981 speelt hij Moeke en de Dwaas, het was zijn grote doorbraak, hierna speelde hij in Parijs, de Verenigde Staten en Japan. In deze voorstelling speelde hij een monnik. Zijn poppen waren zijn familie, zo waren er onder anderen Luc de kluizenaar, de materialistische en opportunistische Portemonnee en de oude wijze strenge Mevrouw de Heks, de alles beredenerende Mijnheer de Koning, de melancholieke Grootoog, de romantische neuroot Frederik de Vogel, Pietje de Rups en Mannetje Pluim. In 1981 krijgt hij de CJP-Podiumprijs. Een aantal van zijn voorstellingen worden uitgezonden door de VPRO. In 1983 werd Stichting De Dwaas opgericht in samenwerking met het Ministerie van Sociale Zaken. De stichting werd opgericht voor Van den Bergs technicus Gerrit de Beuze, die vervangende dienstplicht deed, zodat deze in dienst kon komen van de stichting.

In 1988 en 1989 speelt Jozef van den Berg zijn laatste voorstelling Genoeg Gewacht, een reactie op Wachten op Godot van Samuel Beckett. Deze voorstelling maakte hij voor zijn ernstig zieke broer Aloys. Dit stuk heeft hij 80 keer gespeeld, zowel in Nederland als op een festival in New York. Het was zijn ultieme zoektocht en een getuigenis van zijn bekering. Zijn inspiratie haalde hij uit de Stabat Mater van Vivaldi, gezongen door Aafje Heynis. Zijn broer Aloys van den Berg is in een rolstoel naar Genoeg Gewacht komen kijken. In 1988 overlijdt zijn broer.

Overzicht voorstelllingen

Een overzicht van de voorstellingen die in première zijn gegaan en waarin hij is opgetreden en voorzover geregistreerd.

Idem de voorstellingen met een choreografie van hem

Idem de voorstellingen in een regie van hem

Idem de voorstellingen waarbij hij de dramaturgie deed

Idem de voorstellingen waarbij hij geregistreerd werd als auteur

Idem voor het decor

Idem voor de kostuums

Idem de voorstellingen waarvoor hij geregistreerd werd als producent

Affiche Moeke en de dwaas en De kleine tovenaar, 1980. Ontwerper onbekend. Collectie TIN

Ommekeer

Op 12 september 1989 is in Antwerpen de Belgische première voor Genoeg Gewacht. Die middag heeft Van den Berg zoals hij later zelf verklaart een Ontmoeting met God. Zittend in zijn kleedkamer schrijvend aan een brief die hij die avond voor het eerst in zijn voorstelling wil gebruiken. God stelt hem door zijn eigen pen de vraag: Waarom zie jij, steeds maar niet dat Ik niet komen kan omdat Ik er al ben. Op 12 september 1989 speelt hij nog de première, die naar later blijkt zijn allerlaatste voorstelling zal zijn. Van den Berg werd naar eigen zeggen geroepen door God en moest daar gehoor aan geven. Voor de avondvoorstelling op 14 september 1989 in De Singel in Antwerpen, heeft hij zijn Bijbel gepakt en vraagt aan God wat hij moet doen. Hij slaat de bijbel open bij de volgende tekst: Ga weg uit hun midden en scheidt u af. (II Kor. 6:17).

Voor de aanvang van de voorstelling zei hij tegen zijn publiek:

"Ik zal het u proberen uit te leggen. Ik hoop dat u één ding voor mij hebt en dat is respect voor mijn beslissing. Ik zal nooit meer spelen. Ik ben een werkelijkheid genaderd die niet meer te spelen is. U kunt u geld terughalen aan de kassa. Ik heb ontzettend lang gezocht, ben overal geweest. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie en die conclusie ben ik nu zelf, dat de zoeker zoekt, maar hij wordt gevonden. Daarom sta ik vanavond voor het laatst op de planken. U gelooft me niet, maar dat is het bedrieglijke van theater. Dus daarom, dames en heren: om deze man, om Christus, daarom alleen heb ik dit stuk gezocht. En ik weet nu dat dat zo is en ik stap uit dit vak. Voor mij is het voorbij. Ik zoek de werkelijkheid. Ik zeg u allen goedendag. Ik ga. Het ga u allen goed. Het geld wat u hebt betaald kan u terugkrijgen bij de kassa”.

Er heerst een dodelijke stilte, de zaal reageert geëmotioneerd. Zo komt op 14 september 1989 om 19:55 uur een einde aan de theatercarrière van Jozef van den Berg.

In 1990 begon Van den Berg met een zoektocht, die hem leiden zou naar Maldon, Athene en de Heilige Berg Athos, om verder uit te zoeken hoe hij zijn weg met God moest vervolgen. Zijn kinderen en zijn vrouw vonden zijn bekering moeilijk te begrijpen.

Er is een belangrijke gebeurtenis aan zijn bekering vooraf gegaan, een vrouw die hij kent uit de Gurdjieff-beweging komt bij een ernstig verkeersongeval om het leven en zij had te kennen gegeven dat ze orthodox begraven wilde worden. Dat gebeurde op 17 augustus 1989 in Eindhoven. Hij hoort daar voor het eerst het Trisagion in het Nederlands. Daar begon hij te zien dat Gurdjieff ongelijk had. Eind september 1989 gaat hij naar het Grieks-orthodox klooster van de H. Johannes de Doper te Maldon in Engeland, waar hij spreekt met de starets archimandriet Sophrony. Begin januari 1990 heeft hij in Athene een zeer belangrijke ontmoeting met de Griekse starets oudvader Porphyrios. Deze laatste bevestigt de ervaring die God hem heeft gegeven in Antwerpen en zegt hem, dat hij nu: Acteur van Christus moet worden. Hij wordt door vader Porphyrios doorverwezen naar de Heilige Berg Athos, daar heeft hij een ontmoeting met vader Païssios.

Na zijn terugkeer naar Nederland begint hij trouw aan het woord van vader Porphyrios te werken aan een nieuwe familievoorstelling De Omgekeerde Wereld, waar hij zijn nieuwe geloof in wil betrekken. Maar het lijkt of alles hem tegen zit en meer en meer komt hij in geestelijke nood. Hij kan hij niet meer slapen en raakt totaal oververmoeid. Midden in die crisis vraagt hij op 18 juni 1990 aan zijn priester om hem op te nemen in de Orthodoxe Kerk. Inmiddels zijn er 40.000 kaarten verkocht voor zijn nieuwe voorstelling. Maar er komt ook daardoor hoegenaamd niets uit zijn handen. In augustus wordt hij overspannen, 5 weken, opgenomen in het Psychiatrisch Centrum Nijmegen op de Heilige Land Stichting. En de nieuwe voorstelling komt er niet. Langzaam keert daardoor de rust terug en zo begint hij aan een nieuw stuk, De Ontmoeting te schrijven. Waar hij wil proberen datgene wat hem in Antwerpen is overkomen met zijn publiek te delen.

In april 1991 gaat hij opnieuw naar Athene, naar vader Porphyrios, om hem zijn zegen voor het spelen van zijn stuk De Ontmoeting te vragen. Maar hij heeft hem, vanwege zijn ouderdom en ziekte, niet meer kunnen spreken. Hierna gaat hij drie weken naar de Heilige Berg Athos, waar hij in het klooster Grigoriou werkt aan zijn voorstelling.

Teruggekeerd in Nederland ontwikkelt zich alles anders dan verwacht, vanwege o.a. de subsidie van het ministerie van CRM. Op verzoek van het bestuur van stichting De Dwaas, waar Van den Berg in dienst van gekomen is, formuleert hij een nieuw doel voor deze stichting. Op 21 mei 1991 maakt hij dit nieuwe doel op een bestuursvergadering bekend: Het ondersteunen en stimuleren van elke theatrale activiteit, dit in de ruimste zin genomen, die uiting geeft aan de geest van Christus. Het bestuur en het ministerie van CRM kunnen zich hier niet in vinden en de subsidie wordt ingetrokken. Maar toch houdt hij vast aan dit eenmaal door hem gestelde doel. Zo komt er dan een onverwacht toch nog een einde aan het hele project. En geleidelijk aan begint van den Berg te zien dat hij ook De Ontmoeting nooit zal gaan spelen. De autoriteiten namen aan dat hij opnieuw in de war was en hij wordt arbeidsongeschikt verklaard.

In de nacht van 1 op 2 juni ziet hij dat hij alleen komt te staan en hij gaat op 2 juni 1991 naar de Goddelijke Liturgie in het klooster van de Heilige Profeet Elias in St. Hubert. Daar laat hij zijn laatste geld, achter op de collecteschaal. “Heer vanaf nu moet U voor mij zorgen. Ik geef mij totaal over.” Archimandriet Pachom zegt daar in het Evangelie van die zondag van Allerheiligen: ”Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.” (Mattheüs 10:37-39). Hij gaat, twee uur later, na de liturgie, rechtstreeks naar het klooster van de Geboorte Moeder van de Moeder Gods in Asten, waar hij 19 dagen blijft, daar laat hij zijn Mercedes Combi achter omdat die niet meer wil starten. Op 21 juni 1991 zet hij een definitieve punt achter zijn toneelcarrière bij zijn nooit meer gespeelde eerste try-out van de voorstelling De Ontmoeting in de Streekschouwburg van Cuijk. Op 24 juni 1991 vertrekt hij op de fietst van huis, en krijgt bij Waardenburg een lekke band, hij overnacht bij kunstenares Juke Hudig in Neerijnen. Op 25 juni 1991 gaat Jozef bij Juke Hudig weg nadat zijn fiets gerepareerd is. Daarna fietst hij Noord-Brabant in, naar het zuiden. Hij wil het Brabantse land en de wijde wereld in. Maar al gauw begrijpt hij innerlijk dat dit niet Gods wil is en hij keert na één nacht in Eindhoven terug naar Neerijnen. Op 30 juni haalt hij een tweetal attributen uit zijn voorstellingen op uit zijn huis. Daarna gaat hij weer naar Juke Hudig.

Kluizenaar

Zijn enige vraag is: “Hoe wil God dat ik mijn roeping vorm geef?” Dan ziet hij innerlijk dat hij zijn speelkoffer moet ophalen. Op 9 juli 1991 haalt hij in Herwijnen de kist op en brengt deze lopend 15 km verder naar Neerijnen. In Neerijnen aangekomen, met zijn theaterkist op wieltjes, met daarop een Russisch kruis bevestigd, begrijpt hij meer en meer dat hij daar moest blijven. In juli verblijft hij ook nog 3 dagen op een boerderij in Neerijnen. Op 1 augustus 1991 gaat hij naar de fietsenstalling van het gemeentehuis van Neerijnen, en dan begint hij aan zijn openbare roeping. Na 50 dagen trekt hij zich weer uit de openbaarheid terug. En leeft 9 maanden in afzondering op de deel bij een inwoonster van Neerijnen. In juni 1992 keert Jozef terug naar het fietsenhok en sindsdien blijft hij daar, ook in de winter. In december 1992 maakt hij een klein kapelletje rond zijn kist. Op 1 november 1993 moet van den Berg op last van de gemeente Neerijnen vertrekken uit het fietsenhok. Twee leerlingen van de Neerijnense basisschool bieden de burgemeester een handtekeningenlijst aan namens dorpsbewoners die vinden dat hij in de stalling moet kunnen wonen, maar dat mag niet baten. Het Jeugdjournaal volgt de actie van de twee jongens en is ook ter plaatse op maandagochtend 1 november. Jozef besluit op maandagmiddag zijn spullen te pakken en vertrekt uit het fietsenhok. Dorpsgenoot Harm Hazelhoff heeft hem al eerder een plek aan in zijn tuin, onder de kweepeer aangeboden, maar Van den Berg begrijpt innerlijk nog niet dat hij die uitnodiging moet aannemen. Op maandagavond gaat hij met zijn spullen weer terug naar het fietsenhok. In de nacht van 1 op 2 november laat God hem zien dat hij nederig moet zijn en het fietsenhok toch moet verlaten. Dinsdag plaatst hij zijn hutkoffer en andere spullen onder de kweepeer bij Hazelhoff in de tuin. Dezelfde middag komt er iemand bij hem die zegt dat De Pleisterplaats zijn mooiste voorstelling was. Vlakbij de kweepeer staan vier palen en Jozef begrijpt hieruit dat hij de "Pleisterplaats" onder de kweepeer moet gaan bouwen. Samen met deze "boodschapper" bouwt hij de kleine kapel, van twee bij anderhalve meter, die tot op heden bestaat. Hier woont hij nog steeds. Daar ontvangt hij dagelijks mensen. Hij leeft van wat mensen hem brengen. Hij heeft geen aansluiting op welke nutsvoorziening dan ook. Sinds een jaar of acht is er een toilet van de kasteeltuin, waar Jozef en zijn gasten gebruik van kunnen maken.

In de media

Door zijn bijzondere levenswijze krijgt Jozef van den Berg veel aandacht van de media. Ook na zijn toneelcarrière verslapt de media-aandacht voor hem nooit. Sinds het begin van zijn roeping verschijnt er ieder jaar wel een artikel over hem in een van de grote landelijke dagbladen, weekbladen, tv., radio of op een weblog. De landelijke media weten hem ook te vinden. In 1993 wordt hij geïnterviewd door Rik Felderhof in het NCRV-t.v.-programma De Stoel. In 1994 is hij te gast in het NCRV-programma Rondom Tien en wordt hij voor de radio geïnterviewd door Maarten Nederhorst-Ten Berg. In 2001 interviewt Rik Felderhof hem opnieuw voor De Stoel. In 2003 maakt Arjan Visser een radio-interview met hem voor Spiegels (RVU), in 2005 interviewt Martin Simek hem voor de Kerstnachtuitzending van Šimek ’s Nachts (ook RVU) en in 2006 is er een radio-interview door Friedl' Lesage in Het beste moet nog komen voor Radio 1 (Vlaanderen]. Omroep Gelderland wijdde een aantal programma's aan hem. In 2007 maakte Auke Hamers de film Ik Speel niet meer, over zijn leven en religieuze opvattingen In 2010 maakte het TV-programma Man Bijt Hond een kort portret van Jozef van den Berg

Trivia

Professor Piet Vroon voerde een tijdje vlak voor zijn dood gesprekken met Jozef van den Berg.

Externe Links

Bronnen