De TheaterEncyclopedie is vernieuwd!

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Unknown.png

NaamDogtroep
Opgericht1975
Opgeheven2008
DisciplineToneel, Muziektheater
TrefwoordenStraattheater

Noordwesterwals; Auteur: Threes Schreurs; Regie: Threes Schreurs; Gezelschap: Dogtroep, 1996; Met: Wieger Woudsma (dikke man), Hannah Fox (de vrouw), Andrea Violata (de man). Collectie Theater Instituut Nederland

Informatie

Dogtroep was de naam van een Nederlands theatergezelschap dat bestond van 1975 tot 2008 en dat tot ver over de grenzen van Nederland bekendheid kreeg met locatietheater.

Dogtroep maakte grootschalige beeldende theatervoorstellingen op uiteenlopende binnen- en buitenlocaties. De groep maakte gebruik van beeld, spel en muziek en nauwelijks van tekst. De locatie was vrijwel altijd het uitgangspunt voor de voorstelling en niet alleen de fysieke mogelijkheden ervan, maar ook de geschiedenis en de sociale context van een plek vormden de inspiratiebronnen. Dogtroep bestond uit een kleine kern, die per voorstelling werd uitgebreid met freelance muzikanten, ontwerpers, vormgevers, technici en acteurs. Het was een reizend gezelschap, met een thuishaven in Amsterdam.

Warner van Wely was één van de oprichter die vanaf 1975 bij Dogtroep betrokken was. Hij verliet Dogtroep in 1990. Van 1990 tot 1998 wordt het gezelschap geleid door Threes Schreurs en Han Bakker, van 1999 tot 2004 door Titia Bouwmeester en Henk Keizer en de laatste periode door Henk Schut.

Voorstellingen

Een alfabetisch overzicht van de voorstellingen die onder de naam van dit gezelschap als producent in première zijn gebracht, al of niet in samenwerking met andere theaterorganisaties en voor zover geregistreerd in de Productiedatabase


Een korte historie

Wild theater (de jaren ’70 en ’80)

Dogtroep werd opgericht in 1975 door Warner van Wely (tegenwoordig artistiek leider van Warner & Consorten) en Paul de Leeuw (niet de tv-presentator). Samen met enkele geestverwanten - hoofdzakelijk beeldend kunstenaars en muzikanten, waaronder Jos Zandvliet, Lino Hellings en Cathrien Bos - brachten zij "wild theater": geïmproviseerde acts op ongebruikelijke locaties, uit protest tegen de saaiheid en ontoegankelijkheid van de kunst. Dogtroep was een kind van zijn tijd. De oprichting van de groep is mede geïnspireerd door de Performance Art en buitenlandse groepen als Bread and Puppet (USA) en Welfare State (GB). Dogtroep ontwikkelde een vorm van theater waarin archaïsche verhalen, zo oud als de mensheid zelf, toegankelijk werden gemaakt voor een breed publiek, ongeacht leeftijd en sociale of culturele achtergrond. Beeld en muziek stonden centraal, tekst speelde nauwelijks of geen rol. Al snel werd Dogtroep opgemerkt op festivals in binnen- en buitenland. Het aantal aanvragen groeide en eind jaren ‘70 kwam het gezelschap voor de keuze te staan om te stoppen of te professionaliseren. Dogtroep koos voor het laatste.

In de beginjaren manifesteerde de groep zich met een scala aan voorstellingsvormen: naast theatrale spektakels in de open lucht ook concerten, parades, tentoonstellingen en onaangekondigde publieksinfiltraties. Warner van Wely was artistiek leider van Dogtroep tot 1990. In die jaren ontwikkelde de groep een geheel eigen manier van theater maken. Deze aanpak en die periode worden uitgebreid beschreven door Warner van Wely in het boek "Dogtroep - werkwijzen van wild theatermaken" (Amsterdam, IT&FB 1992).

Grootschalige spektakels en internationaal succes (de jaren ’90)

Na het vertrek van Warner van Wely in 1990 veranderde Dogtroep haar koers. De artistieke leiding werd overgenomen door Jos Zandvliet. Threes Schreurs werd verantwoordelijk voor scripts en regie, en Dogtroep zocht ook samenwerking met externe regisseurs. Het werk ontwikkelde zich van een sferische aanpak tot een meer dramatische benadering middels een gestuurde focus van de kijker. De projecten werden grootschaliger. De groep concentreerde zich op voorstellingen op ongebruikelijke locaties, die gespeeld werden in langere series dan voorheen. Dogtroep trok van oude fabriekshallen naar watervlaktes, zandstranden en sneeuw-hellingen. De schaalvergroting bracht met zich mee dat de kunstenaars van Dogtroep zich meer gingen specialiseren.

Mede door groeiende aandacht van de televisie verwierf Dogtroep grotere bekendheid bij brede lagen van de bevolking. Uitnodigingen van de Olympische Winterspelen in Albertville, de World Expo 1992 in Sevilla, de Frankfurter Buchmesse 1993 en het International Theatre Festival of Chicago 1994, vestigden de reputatie van Dogtroep als belangrijk Nederlands cultureel exportproduct. In Nederland profileerde Dogtroep zich in deze periode vooral met de openluchtproductie De Mandarijn, die op de grote zomerfestivals meer dan 65.000 toeschouwers trok. In augustus 1994 speelde Dogtroep een maand lang Noordwesterwals, op een scheepshelling van de voormalige NDSM scheepswerf in Amsterdam-Noord. Het team dat deze voorstelling maakte, was - zoals gebruikelijk bij Dogtroep - internationaal samengesteld en bestond uit 30 medewerkers. Noordwesterwals was een spectaculaire voorstelling met 1,2 miljoen liter water in de hoofdrol. Een reprise volgde in 1995.

In augustus 1996 speelde Dogtroep Dynamo Mundi in Koninklijk Theater Carré. Het was voor het eerst dat Dogtroep een grote productie in een theater speelde. Dynamo Mundi werd speciaal voor Carré gemaakt en daar gedurende vijf weken gespeeld. Dogtroep benaderde het theater als een locatie. Er werd letterlijk ingegrepen in het gebouw: zo werd onder andere een gat in het dak gemaakt om een veertien meter lange ijzeren slinger uit de nok te kunnen laten neerdalen. In april en mei 1997 maakte Dogtroep in Groningen de voorstelling Adder Zonder Gras, ter gelegenheid van de heropening van het vernieuwde Academisch Ziekenhuis. Deze productie werd speciaal voor het ziekenhuis gemaakt, en achttien keer gespeeld. Een koor en orkest, samengesteld uit personeel van het ziekenhuis, maakte deel uit van de voorstelling.

In maart 1998 werd Dogtroep zwaar door het noodlot getroffen, toen twee medewerkers van de vaste kern (acteur Wieger Woudsma en lichtontwerper Marco Biagioni) in Frankrijk verongelukten. Niettemin besloot Dogtroep de voor de zomer van 1998 geplande nieuwe grote openluchtproduktie Hotazel toch doorgang te laten vinden. Hotazel ging in première op Terschellings Oerol en werd daarna ook in Groningen, Amsterdam en Deventer gespeeld.

Levende locaties (1998 – 2004)

Eind 1998 verlieten vier leden van de vaste kern, waaronder artistiek leider Threes Schreurs en zakelijk leider Han Bakker, het gezelschap. Rondom de nieuwe artistieke leider Titia Bouwmeester werd een grotendeels nieuwe groep opgebouwd, en als zakelijk leider werd Henk Keizer (voorheen Oerol Festival) aangetrokken.

In de winter 1999-2000 realiseerde Dogtroep met 40 medewerkers de locatievoorstelling Atom Tattoo in de Passenger Terminal Amsterdam, een gloednieuw gebouw aan het IJ. Het gebouw was nog niet helemaal af: in de voorbereidingsperiode werkten Dogtroep-medewerkers en bouwvakkers gelijk op om zowel het gebouw als de voorstelling tijdig klaar te hebben. In dit project ontwikkelde Dogtroep onder andere nieuwe vormen van (video)-techniek en elektronische muziek. In 2000 en 2001 speelde Dogtroep de reisvoorstelling Onno in Utrecht, Vlissingen, Moskou, Amsterdam en Eindhoven.

Op uitnodiging van Brugge Culturele Hoofdstad maakte Dogtroep in het voorjaar van 2002 een voorstelling in de grootste gevangenis van Vlaanderen. De groep had zeven weken om deze koude wereld van beton en staal te veroveren. Dogtroep selecteerde een twintigtal gedetineerden, verplaatste zijn mobile werkplaats naar de gevangenis en ging aan de slag. Van februari tot april 2002 werd gewerkt aan een voorstelling, gebaseerd op de verhalen en verlangens van opgesloten mensen. De voorstelling werd drie keer gespeeld voor gedetineerden en gevangenispersoneel en zes keer voor publiek van buiten. De gevangenis van Brugge is een duidelijk voorbeeld van wat Dogtroep een ‘levende locatie’ noemt. Het is een kruispunt van actuele maatschappelijke ontwikkelingen en een bron van verhalen en menselijk drama. Door de gedetineerden een actieve rol – als gidsen, spelers en zangers – te geven werd de voorstelling geworteld in zijn omgeving en kreeg op deze manier een sterke betrokkenheid.

In 2003 bezochten ruim 36.000 toeschouwers een kale zandvlakte in Leidsche Rijn, Utrecht om de voorstelling Dogtroep in Leidsche Rijn te zien. De speelplek werd aan één kant begrensd door eeuwenoud landbouwgebied en aan de andere kant door de oprukkende stad, een nieuwbouwwijk in aanbouw. Op deze plek realiseerde Dogtroep een kruispunt in de tijd. Archetypische personages ontmoetten mekaar in een bouwmaquette op ware grootte. De voorstelling Dogtroep in Leidsche Rijn was de laatste voorstelling onder het artistiek leiderschap van Titia Bouwmeester.

Begin 2004 bezette Dogtroep samen met een groep Limburgse fanfaremuzikanten en popzangers Theater Heerlen. Onder leiding van regisseurs Jos Thie en Csilla Lakatos werden muren doorgebroken en ruimtes binnenstebuiten gekeerd. Het geweld van trompetten, tuba’s en trommels deed het verlaten gebouw op z'n grondvesten trillen. Bij de voorstelling Deep Blue C stonden de tribunes op het toneel en keek het publiek de zaal in. Tijdens de voorstelling werd een wand neergehaald waardoor de stad zelf het decor werd van de voorstelling. Min of meer hetzelfde team trok enkele maanden later naar Berlijn om de voorstelling Die Botschaft te maken en te spelen. De locatie was de spraakmakende nieuwe Nederlandse ambassade van stararchitect Rem Koolhaas. Het gebouw zelf speelde de hoofdrol in een voorstelling waarin op een speelse manier vragen werden gesteld over het nieuwe Europa. Het team voor deze voorstelling werd versterkt met enkele Oost-Europese theatermakers en omwonenden van de ambassade.

Een drastische verlaging van de structurele subsidie lag ten grondslag aan een zeer grondige reorganisatie bij Dogtroep aan het einde van 2004. Noodgedwongen moest de groep afscheid nemen van een groep gewaardeerde medewerkers. In dezelfde periode werd Henk Schut bereid gevonden om het artistiek leiderschap op zich te nemen en met een sterk verkleinde groep een nieuwe koers uit te zetten.

Samenwerken met gemeenschappen op locatie(2004– 2008)

In Tulpen uit Kabul, de eerste voorstelling van Henk Schut bij Dogtroep werd samengewerkt met studenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht en een groep jonge asielzoekers. In een serie workshops in asielzoekerscentra werden 'kostbaarheden' verzameld in de vorm van herinneringen en verhalen. Deze kostbaarheden werden door een team van ervaren Dogtroep makers en jonge kunstenaars als theatrale installatie geplaatst in een fort bij Utrecht. Later dat jaar maakte Dogtroep met medewerking van een groot aantal amateurs uit de regio de Locatievoorstelling De Overlevering in het gebouw van de Nationale Reisopera in Enschede.

In 2006 keerde Dogtroep met een internationaal team terug naar bekend terrein. In de Aardinghal op het NDSM terrein werd de voorstelling Cargo gespeeld. In deze voorstelling ging de toeschouwer door middel van een reidende tribune op reis naar verre kusten en andere dimensies. Onderweg werden de zintuigen maximaal gemanipuleerd door een mix van techniek, muziek en beeldpoëzie.

In 2007 realiseerde Dogtroep twee grote projecten.. In januari werd LOKET 025 gemaakt en gespeeld in het Atrium, het stadhuis van Den Haag. Het spierwitte gebouw werd in deze voorstelling letterlijk en figuurlijk ingekleurd in samenwerking met een groep ex-dansers van het Nederlands Dans Theater en 140 bewoners van de Schilderswijk. Afgelopen zomer opende Dogtroep Schouwburg en Kunstencentrum De Kunstlinie in Almere met LAAD LOS, een grootschalige beeldende locatievoorstelling

Bronnen