De TheaterEncyclopedie is vernieuwd!

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken


Portret van Ariosto door Titiaan

Biografie=

Ludovico Ariosto (1474-1533) was een Italiaans dichter, toneel-schrijver, librettist en hoveling aan het hertogelijk hof van het hertogdom Ferrara]]. Zijn epos Orlando Furioso uit 1516 wordt beschouwd als een van de hoogtepunten uit de literatuur van de Italiaanse renaissance.

Lodovico is een renaissanceschrijver, die naambekendheid kreeg met zijn epos Orlando Furioso, oftewel De Razende Roeland[1], waar hij sedert 1505 aan had gewerkt. Samen met de Gerusalemme Liberata van Torquato Tasso wordt dit epische gedicht gezien als één van de belangrijkste werken van de Renaissance. Zijn werk was heel invloedrijk op literair vlak, en hoewel hij geen architect was en niet rechtstreeks architectuur beschreef oefende het eveneens invloed uit op architectuurgeschiedenis en architectuurbeschrijving. Galileo Galilei maakte in een van zijn geschriften een vergelijking tussen de Orlando furioso en de Gerusalemme Liberata aan de hand van een architecturale metafoor, en deze stelling zou nog veel inkt laten vloeien.[2] Daarnaast schreef Ariosto nog een aantal Latijnse verzen waarbij hij zich inspireerde op de Romeinse dichters Tibullus en Horatius.

Tussen 1522 en 1525 werkte hij wegens financiële problemen als landvoogd in de streek van Garfagnana. Deze streek bevond zich ver van zijn thuisstad Ferrara en ver van zijn minnares Allessandra Benucici Strozzi. De laatste acht jaar van zijn leven keerde hij terug naar Ferrara waar hij ook stierf. Hij trouwde met Alessandra Benucci, maar er wordt gezegd dat dit vooral uit interesse was voor haar erfenis.[3]

Bibliografie

Hij schreef vooral komedies: Cassaria’ (1508), I Suppositi (1509) , Il negromante (1520) , La lena (1529), I studenti (voltooid door zijn broer Gabriele en postuum gepubliceerd als La scolastica). In de periode tussen 1517 tot 1525 schreef hij in navolging van de Sermones van Horatius onder de titel 'Satire' zeven satires . In 1516 werd in Venetië zijn eerste versie van Orlando furioso gepubliceerd met 40 canto's in ottava rima, een strofe met elflettergrepige versregels volgens het rijmschema abababcc. Pas 16 jaar later werd zijn definitieve en derde versie van 46 canto's uitgegeven.

Orlando Furioso

Algemeen

De Orlando furioso is na de Divina Commedia van Dante en de Canzomere van Petrarca het meest invloedrijke boek van de klassieke Italiaanse literatuur. De eerste versie ervan verscheen in 1516. De derde versie, een herziene en uitgebreide versie, in 1532. In de eeuw daarop was het boek een bestseller en werd het vele malen herdrukt.

Het epos handelt over de oorlog tussen Roeland en de Saracenen. Dit onderwerp dient als achtergrond, voor de grote verscheidenheid van verhalen.

Het epos heeft geen duidelijke begin- of eindstructuur. Vermits de Orlando furioso gezien wordt als een vervolg op de Orlando innamorato van Baiordo.[4] Dit werk is nooit voltooid, en de Orlando furioso vormt een vervolg en is zowel episch als inhoudelijk hierop gebaseerd. Het gebrek aan eindstructuur kan te wijten zijn aan het feit dat Ariosto zelf achteraf 4 grote toevoegingen voor dit epos schrijft : The episodes of olimpia, The Rocca di Tristiano, Marganorre, Ruggiero in Hungary.[5]

Van het epos gaat een zodanig effectieve imaginatie uit dat bepaalde critici geen protest uitbrengen tegen de afwezigheid van visualisaties bij de tekst.[4]

De Orlando furioso is uiteindelijk pas veel later uitvoerig geïllustreerd door [Gustave Doré], die vanuit een zuivere verbale beschrijving zeer gedetailleerde visualisaties maakt.

Literaire aspecten

Architecturale aspecten

Waar we wel dieper op in zullen gaan is het architecturale aspect in het werk van Ariosto, en meer bepaald in de Orlando furioso. Dit kunnen we opdelen in twee grote lijnen. Enerzijds behandelen we architectuur in de mate dat ze aan bod komt in het werk. Anderzijds spreken we over een gevoerde discussie in het verleden, waarin Galileo Galilei de Orlando furioso van Ariosto en de Gerusalemme liberata van Tasso tegenover elkaar zet, en ze vergelijkt met respectievelijk een galerij en een studiolo.

Architectuurbeschrijving inherent in de Orlando furioso

Het opvallende is dat letterlijk heel weinig aan architectuurbeschrijving gedaan wordt in het epos van Ariosto. Meestal bevat het epos verwijzingen naar types gebouwen, en eventuele beschrijvingen. Maar de architectuur fungeert grotendeels als context of decor. Bij enkele passages wordt de architectuur een grotere rol toegediend. Architectuur moet emoties uitdrukken of dienen als betekenisdrager.

Er zijn verschillende manieren waarop architectuur een grotere rol krijgt in de verschillende canto’s. Zo is krijgt de architectuur bij de beschrijving van de tombe van Merlijn de tovenaar[6] de functie om de personages in vervoering te brengen. Ook in zijn beschrijving van de burcht[7] , moet architectuur een indruk nalaten op de personages. Dit wordt hier bewerkstelligd door de uitvoerige bespreking van gebruikte materialen.

Bij zijn beschrijving van het aardse paradijs, die als toppunt van schoonheid wordt voorgesteld, moet de architectuur een enorme impact uitoefenen op de mensen.[8]

Hij gebruikt architectuur ook als weerspiegeling van de bewoners van een ruimte. Zo is het bij zijn beschrijving van het kasteel de bedoeling uitdrukking te geven van rijkdom en macht van zijn bewoner, door de benadrukking van pracht en weelderigheid en dure materialen.[9]

Dit is ook het geval bij de beschrijving van het kasteel die door de koning van Nubië gebouwd wordt als eerbetoon aan Astolpho. De schoonheid moet symbool staan voor zijn roem en glorie.[10][11]

De beschrijving van architectuur bestaat over het algemeen niet uit een vormbeschrijving of een beschrijving van de planopbouw, maar materialisatie en decoratie vormen bij Ariosto de kern van architectuur. De materialen worden symbolisch gezien om de net genoemde effecten te bewerkstelligen. Glanzende stenen moeten verwijzen naar schoonheid en staal moet macht visualiseren. Edelstenen en goud verwijzen dan weer naar rijkdom. Ook lichtinval op de materialen heeft een symbolische betekenis. Zodat een oogverblindende schoonheid bijna letterlijk wordt genomen.

Connotaties van verschillende materialen moeten het gebouw een uitdrukking geven die zijn gebruiker weerspiegelt. Waarbij decoratie gebruikt wordt om gevoelens op te roepen.[12]

Architectuurbeschrijving door anderen aan de hand van de Orlando furioso

In de 16e eeuw ontstaan grootse discussies over welk van de 2 belangrijkste Renaissance-epossen nu wel degelijk de invloedrijkste is. Een discussie die gaat tussen het epos van Torquato Tasso : Gerusalemme Liberata en de Orlando furioso van Lodovico Ariosto. Een discussie die veel inkt heeft doen vloeien en die ook gevolgen heeft op architectuurtheoretisch vlak.

Eén van de belangrijkste meningen die wordt neergeschreven gedurende de 16e eeuw, is het werk van Galileo Galilei : Considerazioni al Tasso, waarin hij zijn voorkeur voor de Orlando furioso heel duidelijk maakt. 2 types uit de laat 16e eeuw: de studiolo en de galerij, worden er vergeleken om het verschil te visualiseren tussen respectievelijk Ariosto en Tasso.

Hij schrijft een architectuurkritiek over de 2 types aan de hand van een literatuurkritiek op de epossen. Hij vergelijkt de ruimtes op twee verschillende aspecten:

  • De manier waarop de ruimte ontworpen is
  • De manier waarop de ruimte gemaakt is met de bedoeling er objecten in te tonen

Hij ziet de galerij als een architecturaal en literair type. Waarbij het epos een ruimte biedt om de verschillende verhalen in tentoon te stellen, net als de galerij verschillende beelden tentoonstelt.

De studiolo daarentegen, waarmee Galilei het epos van Tasso vergelijkt, is een kleine ruimte die enkel een ruimte vormt voor objecten gekoppeld aan een individu. Terwijl de objecten of verhalen in de galerij een nut en belang uitstralen die niet langer voor 1 persoon is. Galileo over de Orlando furioso: “When setting foot into the Orlando furioso, I behold opening up before me a treasure room, a festive hall, a regal gallery adorned with a hundred classical statues, with countless complete historical pictures by the most excellent masters and full of everything that is admirable and perfect” Galileo over de Gerusalemme Liberata: “The study of some little man with a taste for curios who has been pleased to fit it out with things that have something strange about them because of age or rarity or for some other reason, but are , as a matter of fact, nothing but bric-a-brac”[13]

Ook het werk van [Galileo] is op zijn beurt invloedrijk, en voer voor meer discussies. Zo schrijft Dante della Terza als reactie op Galileo ‘Galileo, Man of Letters’[14]

Ook anderen gebruiken architucturale types om het verschil aan te tonen tussen deze twee epossen, waarbij elk zijn eigen voorkeur aan de hand van deze metafoor probeert duidelijk te maken.

Zo is er een discussie waarin Camillo Pellegrino in zijn werk Il carrafa overo dell’epica poesia zijn voorkeur voor Tasso uitdrukt door de Orlando Furioso te vergelijken met een paleis, waarbij rijkdom en pracht oppervlakkig zijn, enkel mogelijk om de simpelen te behagen, diegenen die objecten beoordelen puur op uitzicht, verschijning. Hij verwijt Ariosto dat hij schoonheid en genot koos, boven nut, en dat eenheid ontbreekt. Volgens Pellegrino kan Tasso’s epos daarentegen vergeleken worden met een gebouw van een iets kleinere schaal, maar met een goede planopbouw, maat, en architecturale proporties. Dit epos kan geapprecieerd worden door mensen die dingen beoordelen om wat ze echt zijn, niet hoe ze eruitzien. Hierop reageert Lionardo Salviati met zijn Difesa dell’Orlando furioso contra Camillo Pellegrino, waarin hij ook aan de hand van architecturale metaforen, net het omgekeerde wil aantonen.[15]

Delmino ziet in het plan van de Gerusalemme Liberata het plan van een paleis. ‘Probeer je in te beelden dat de Gerusalemme Liberata een gebouw is, met een niet al te grote schaal, maar goed bedacht op vlak van maat en architecturale proporties, en dat passend versierd is met echte friezen en kleuren’ Delmino ziet in dat ook de Orlando furioso geprezen moet worden, maar niet op dezelfde redenen als Tasso’s epos. Orlando furioso kan volgens Delmino vergeleken worden met een ”Palazzo falso di modello”. Waarop de achterban van Ariosto’s epos weer reageert dat Tasso’s epos een kleine, arme hut is, dat lang en laag is en gebouwd op oude fundamenten.[16]

Dit illustreert dat het bespreken van een literaire tekst aan de hand van architecturale termen en metaforen een veel voorkomend fenomeen is in de discussie om welk epos nu het nobelst is. De projectie van de tekst in een systeem van ruimtes, is in de 16e eeuw een veel gebruikt systeem, waarbij het literaire werk vergeleken kan worden met architecturaal types als het paleis, de galerij, een tempel, een theater, een studio…[17]

Bibliografie

Boeken

  • ARIOSTO, L. , Orlando Furioso: De Razende Roeland, (vertaling CIALONE, I.), Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1998,
  • BEECHER, D.; CIAVOLELLA, M.; FEDI, R., Ariosto Today: Contemporary Perspectives, Toronto: University of Toronto Press, 2003
  • BOLZONI, L., The gallery of Memory, Toronto: University of Toronto Press, 2001
  • ERIKSON, T.R., The Building in the Text: Alberti to Shakespeare and Milton, Pennsylvania: Penn State Press, 2001

Tijdschriften

  • DE SA WIGGINS, P., ‘Galileo on Characterization in the Orlando Furioso’, Italica, Vol. 57: No. 4, Renaissance, 1980, pp. 255-267
  • MOLINARO, A. J., ‘Sin and Punishment in the Orlando Furioso’, MLN: The Italian Issue, Vol. 89: No. 1, 1974, pp. 35-46
  • ORSINI, G N G, ‘Symonds and De Sanctis: A Study in the Historiography of the Renaissance’, Studies in the Renaissance, Vol. 11, 1964, pp. 151-187
  • PANOFSKY, E., ‘Galileo as a critic of the arts, aesthetic attitude and scientific thought´, Isis, vol 47: no 1 , 1956, pp3 – 15
  • ROSS, C., ‘Ariosto's Fable of Power: Bradamante at the Rocca di Tristano’, Italica, Vol. 68: No. 2, 1991 , pp. 155-175

Onuitgegeven bronnen

  • DELBEKE, M., Architectuurtheorie1, vormen van vroeg-moderne architectuurtheorie, 2009, Universiteit Gent, Vakgroep Architectuur en stedenbouw, pp. 44-55
  • COOL, E.; CEULEMANS, L., essay architectuurtheorie 1, Lodovico Ariosto en architectuur als aanwezigheid, Universiteit Gent , Vakgroep Architectuur en Stedenbouw, 2007
  • MOERMAN, K., essay architectuurtheorie1, het belang van materialiteit in de architectuurbeschrijving van Lodovico Ariosto, Universiteit Gent , Vakgroep Architectuur en Stedenbouw, 2008

Sjabloon:Referenties

Theater/Dans

Een alfabetisch overzicht van de voorstellingen die in première zijn gebracht, c.q. die in Nederland te zien zijn geweest en waarbij hij geregistreerd werd in de Productiedatabase als auteur of librettist

Bronnen


  1. LODOVICO, A., De Razende Roeland, (vertaling CIALONE , I.), Amsterdam: Athenaeum – Polak & Van Gennep, 1998
  2. DELBEKE, M., Architectuurtheorie1, vormen van vroeg-moderne architectuurtheorie, 2009, Gent: Universiteit Gent, Vakgroep Architectuur en stedenbouw, 2009, pp. 44-55
  3. ROSS, CHARLES, ‘Ariosto's Fable of Power: Bradamante at the Rocca di Tristano’ , Italica, Vol. 68: No. 2, 1991, pp. 160
  4. 4,0 4,1 BEECHER, D.; CIAVOLELLA, M.; FEDI, R., Ariosto Today: Contemporary Perspectives, Toronto : University of Toronto Press, 2003
  5. ROSS, C., ‘Ariosto's Fable of Power: Bradamante at the Rocca di Tristano’ , Italica, Vol. 68, No. 2, 1991, pp. 159
  6. Fragment uit De Razende Roeland: canto 3, 14-16
  7. Fragment uit De Razende Roeland: canto 10, 58-61
  8. Fragment uit De Razende Roeland: canto 34, 51-55
  9. Fragment uit De Razende Roeland: canto 33, 103-105
  10. Fragment uit de Razende Roeland: Canto 33, 116
  11. COOL, E.; CEULEMANS, L., essay architectuurtheorie 1, Lodovico Ariosto en architectuur als aanwezigheid, Universiteit Gent, vakgroep architectuur en wetenschap, 2007
  12. MOERMAN, K., essay architectuurtheorie1, het belang van materialiteit in de architectuurbeschrijving van Lodovico Ariosto, Universiteit Gent, Vakgroep architectuur en stedenbouw, 2008
  13. PANOFSKY, E., Galileo as a critic of the arts, aesthetic attitude and scientific thought, Isis, vol 47: no 1 , 1956, p 9-10
  14. DE SA WIGGINS, P., ‘Galileo on Characterization in the Orlando Furioso’, Italica, Vol. 57, No. 4, Renaissance (Winter, 1980), pp. 255-267
  15. BOLZONI, L., The gallery of Memory, Toronto: University of Toronto Press, 2001, p 207-211
  16. ERIKSON, T.R., The Building in the Text: Alberti to Shakespeare and Milton, Pennsylvania: Penn State Press, 2001, p89-90
  17. BOLZONI, L., The gallery of memory, Toronto : University of Toronto Press, 2001, p 212