Interview: Bob Oosthoek in het verzet

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Acteur Bob Oosthoek speelde na zijn afstuderen in 1934 bij onder meer Het Residentie Tooneel, tot de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Toen de keuze daar was om al dan niet lid te worden van de Kultuurkamer, besloot hij niet te tekenen en in het verzet te gaan. Uiteindelijk overleefde hij de oorlog niet. Theaterwetenschapper Eva van der Weerd deed onderzoek naar zijn leven en vertelt over zijn oorlogsjaren.

Waar kwam het idee vandaan om onderzoek naar Bob Oosthoek te doen?
“Tijdens mijn studie Theaterwetenschap liep ik in 2018 stage bij Zaal 3, onderdeel van Het Nationale Theater. Ik was daar verantwoordelijk voor de programmering en kreeg als opdracht om een avond te organiseren tijdens Dodenherdenking. Omdat Zaal 3 een nauwe verbintenis met de buurt heeft, ben ik op zoek gegaan naar verhalen over die buurt in de Tweede Wereldoorlog. Ik ben toen eerst wijkonderzoek gaan doen bij onder andere het Gemeentearchief van Den Haag. Ik vond een boekje over het Regentessekwartier, waarin een paar zinnen waren geschreven over twee acteurs die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het geheim theater organiseerden in deze buurt. Een van hen was Bob Oosthoek. Uiteindelijk ben ik daarop doorgegaan en heb ik onder andere met zijn dochter gesproken. Tijdens de avond op 4 mei zijn we ook met het publiek naar zijn onderduikadres gelopen, om daar de twee minuten stilte te houden.”

Hoe zag het leven van Bob Oosthoek voor de oorlog eruit?
“Hij komt oorspronkelijk uit Rotterdam, maar wilde naar de Toneelschool in Amsterdam. Toen hij daar in 1934 klaar was, heeft hij een aantal jaren bij het Residentietoneel gespeeld. In mijn onderzoek kwam ik er ook achter dat hij als regisseur werkte. Hij heeft bijvoorbeeld het Delftsch Studenten Tooneel Gezelschap geregisseerd. Daarnaast was hij in 1941 bezig om te proberen het Jong Rotterdamsch Tooneel op te richten, maar dit is nooit van de grond gekomen.”

In november 1941 moesten theatermakers verplicht lid worden van de Kultuurkamer om nog te mogen spelen. Hoe reageerde Bob daarop?
“Hij heeft hier niet voor getekend. In eerste instantie vonden veel mensen het sowieso onzin om lid te worden van de Kultuurkamer. In het begin waren de gevolgen van niet-tekenen nog niet zo erg, dus werd het ook weinig gedaan. Op een gegeven moment veranderde de situatie echter en werd men verplicht om te ondertekenen als men verder wilde spelen. Als je namelijk niet tekende en je speelde wel door, kon je worden gefusilleerd. Bob vond die maatregelen te ver gaan. Hij besloot daarom om eerst naar Amsterdam te gaan om zijn collega’s te waarschuwen voor de naderende maatregelen, en is vervolgens ondergedoken bij zijn schoonfamilie in Den Haag.”

Toch besloot hij niet om stil te gaan zitten.
“Hij ging juist het verzet in. Hij was daar trouwens ook al mee bezig voordat hij onderdook. Het laatste stuk dat Bob speelde, was bijvoorbeeld "De nacht in Zevenburgen". Hij speelde daarin de rol van keizer Jozef II van Oostenrijk, die bekend staat als progressieve leider. Je zou dit ook best als een kleine verzetsdaad kunnen zien. Hij zal in ieder geval iets van emotie of andere ideeën bij het publiek teweeg hebben willen gebracht.

Ondanks dat hij zelf dus moest onderduiken, was het een bewuste keuze om actief het verzet in te gaan. Zijn vrouw Hélène heeft later in een documentaire gezegd dat de keuze om niet te tekenen voor de Kultuurkamer echt uit zijn geweten kwam. Hij was iemand die altijd mensen wilde helpen. Hij vervalste bijvoorbeeld identiteiten voor Joodse onderduikers en hielp mee bij het illegaal verspreiden van een geheime perskring. Ook schaduwde hij Duitsers, die op hun beurt weer verzetshelden aan het schaduwen waren. Zodoende kon hij die verzetsmensen waarschuwen als ze opgepakt zouden worden. Hij heeft ook mensen helpen ontsnappen uit de gevangenis, en verschillende Joodse kinderen bij hem en zijn familie laten onderduiken.

Hij beschermde daarnaast ook zijn vrienden. Een collega-acteur, Hans Chris van Ees, was bijvoorbeeld opgepakt voor verzetswerk. Bob is toen vervolgens naar de rechtszaak gegaan om te getuigen dat zijn vriend geen geladen pistool bij zich had. Daarmee bracht Bob natuurlijk een verdenking op zichzelf, want hoe zou hij dat kunnen weten? Bobs vrouw bedacht vervolgens weer een alibi voor hem, zodat die verdachtmaking teniet werd gedaan. Overigens is Hans Chris alsnog terechtgesteld. Een mooi en tegelijk tragisch staartje aan dit verhaal is dat Bob en zijn vrouw hadden besloten om hun eerstvolgende zoon naar hem te vernoemen. Op de dag dat ze dit besloten, werd Bob zelf opgepakt. Zijn vrouw was op dat moment echter zwanger en het kind werd inderdaad Hans Chris genoemd.”

Bleef hij ook nog spelen tijdens de oorlog?
“Ja, maar over zijn eigen optredens is weinig informatie beschikbaar. Dat er ook tijdens de oorlog bij mensen thuis werd gespeeld, is sowieso bekend. Alleen zat hij natuurlijk in de situatie waarin hij was ondergedoken. In principe was het dan ook niet zijn eigen initiatief om te blijven spelen, maar deed hij het omdat er veel vraag bleef van zijn publiek. Hij speelde dus op zijn eigen onderduikadres of bij andere mensen thuis. Ook trad hij een keer op in een schuilkerk. Wat hij speelde, is niet met zekerheid te zeggen, maar het waren waarschijnlijk stukken die in het openbaar niet meer gespeeld mochten worden, zoals nationalistische stukken, of Engelse of Amerikaanse.

Ook over hoe hij het voor elkaar kreeg om de voorstellingen onder de aandacht te brengen en toch onder de radar te blijven, is niets bekend. Wel weet ik dat er ook in Arnhem veel van dit soort ‘zwarte avonden’ werden georganiseerd. Daarvan zijn zelfs affiches overgebleven.”

Uiteindelijk is Bob toch opgepakt. Hoe kwam dat?
“Hij is inderdaad verraden. Bob hielp mee bij een actie bij een distributiekantoor in het dorp Oude Wetering. Hij is niet direct daar gearresteerd, maar later op straat werd hij vlakbij zijn huis opgepakt. Dat gebeurde op 22 augustus 1944. Hij is vervolgens meegenomen en vastgezet in het Oranjehotel.[1] Op de een of andere manier is het hem nog gelukt om een geheime boodschap naar zijn vrienden te versturen om hen te waarschuwen. De tekst ‘De peren moeten met de wagen worden gehaald’ was codetaal voor ‘Ik zit in het Oranjehotel; kom me halen.’ Deze boodschap is echter niet bij zijn vrienden aangekomen. In de gevangenis werd hij verhoord, maar omdat hij niets wilde zeggen, werd hij tot verlamming toe gemarteld.”

Heeft hij uiteindelijk wel gesproken?
“Hij heeft weinig losgelaten. De Nazi’s raakten daardoor ook heel gefrustreerd. De situatie was op een gegeven moment zo dat de gevangenen in het Oranjehotel zouden worden vrijgelaten. Bobs vrouw vertelt in de documentaire dat er vrienden naar haar toekwamen met de mededeling dat Bob waarschijnlijk snel naar huis zou komen. Dit is echter niet gebeurd. Het verhaal gaat dat Bob (vanwege de martelingen) al op een brancard klaarlag om naar huis te worden gebracht, maar dat de Nazi’s zo gefrustreerd waren dat hij niet wilde praten, dat ze hem alsnog op de trein hebben gezet richting Rotterdam, en vervolgens naar Kamp Amersfoort.”

Uiteindelijk is het lichaam van Bob langs het spoor gevonden. Wat is er met hem gebeurd?
“Bob werd op 11 oktober 1944 naar Kamp Amersfoort gestuurd. Een dag later werd hij op de trein gezet voor transport richting Neuengamme. Waarschijnlijk heeft hij tijdens die treinreis een ontsnappingspoging gedaan tussen Borne en Hengelo en heeft hij dat niet overleefd, maar dat is niet met zekerheid te zeggen.

Opvallend is wel dat ik tijdens mijn onderzoek een interessante longread over hem tegenkwam, waarin te lezen is dat er tijdens die rit ook een actie plaatsvond tussen Amersfoort en Apeldoorn, waarbij vijftig man uit de trein zijn gesprongen. Er wordt daarin gesuggereerd dat er wellicht een ‘goede’ militair is geweest die Bob heeft weten te overtuigen om ook uit te trein te springen, nu het nog kon. Ze waren immers bijna bij de Duitse grens en daarna zouden alle deuren worden vergrendeld. De waarheid blijft echter gissen.”

Wat voor betekenis heeft zijn handelen in de oorlog gehad?
“Voor de familie leverde het nog wel wat vragen op. In het gesprek dat ik had met zijn dochter, benoemde ze zichzelf op latere leeftijd wel afvroeg waarom haar vader dit gevaar heeft opgezocht, terwijl hij thuis een klein kind en een zwangere vrouw achterliet. Dat was toch een risico. Maar hij heeft voor veel mensen natuurlijk heel veel goed werk gedaan.

Toen na de oorlog bekend werd wat zijn staat van dienst was, werd zijn lichaam in Hengelo opgegraven en kreeg hij dan ook een plekje op de Eerebegraafplaats in Bloemendaal. Daarnaast heeft hij postuum van Koningin Wilhelmina het Verzetskruis gekregen. En in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag hangt sinds 1994 ook een plaquette ter nagedachtenis aan hem. Het is mooi dat hij op deze manier in de herinnering blijft.”

Theatermakers in de oorlog staan deze weken centraal op de Theaterencyclopedie. Weet jij informatie hierover die echt niet mag ontbreken? Voeg deze dan toe.

  1. Het Oranjehotel was de bijnaam van de Deutsches Untersuchungs- und Strafgefängnis en Polizeigefängnis in het huis van bewaring in Scheveningen gedurende de Tweede Wereldoorlog.