De TheaterEncyclopedie is vernieuwd!

In memoriam Johan Mittertreiner

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit is een pagina in de reeks: Herinneringen van oud-medewerkers Het Nationale Ballet. Voor meer informatie, zie aldaar.

In memoriam Johan Mittertreiner

Door: Hans in der Rieden

Op 12 februari 2009 is op 93-jarige leeftijd de danser Johan Mittertreiner overleden. Zonder te overdrijven kun je zeggen, dat de danscarrière van Johan de langste is geweest in ons land en, waarschijnlijk, ver daarbuiten. De in 1915 in Weesp geboren Johan Mitterteiner begon op 15-jarige leeftijd als amateur. In 1937 wordt hij aangenomen in het gezelschap van Yvonne Georgi en hij danst daar tot het gezelschap in 1944 wordt ontbonden. Na de oorlog treedt hij op in de eerste Bouwmeester Revue "Als de lichtjes weer branden gaan", maar vanaf 1947 is hij danser in de gezelschappen De Amsterdamse Ballet Combinatie en het Ballet der Lage Landen, dat na de fusie met het Ballet van de Nederlandse Opera in 1959 verder gaat als het Amsterdams Ballet. Al deze gezelschappen stonden onder leiding van Mascha ter Weeme.

Het is in dat laatste gezelschap dat ik Johan vaak op het toneel heb gezien. Ik was in 1959 met een balletopleiding begonnen en ik ging zoveel mogelijk voorstellingen zien. Mijn beeld van het beroep van danser is in die jaren mede gevormd door dansers als Ben de Rochemont, Chris Torenbosch, Philip Kaesen, Maria Sylvaine, Angela Bayley en Panchita de Péri. Weinig kon ik toen vermoeden, dat deze dansers kort daarna mijn collega's bij Het Nationale Ballet zouden zijn. Ik heb wel eens het gevoel, dat met name de solisten van Het Amsterdams Ballet na de fusie met Het Nederlands Ballet tot Het Nationale Ballet onrecht is aangedaan, want enkele jaren later waren ze allemaal verdwenen. Sommigen naar een ander gezelschap, anderen waren eenvoudig gestopt. Voor het corps de ballet van Het Amsterdams Ballet gold dit veel minder, maar de solisten werden snel afgevoerd. Pasten zij niet in het nieuwe gezelschap of kregen zij eenvoudig geen kansen? Dat zou best eens onderzocht mogen worden.

Bij Het Amsterdams Ballet dansten ook twee oudere dansers: Job Leerink en Johan Mittertreiner. Johan was toen al 45 (!), maar hij had een sterke aanwezigheid op het toneel en een grote dramatische expressie. In bij hem passende choreografieën en op de juiste manier gebruikt maakte zijn optreden vaak grote indruk. In haar boek over 'Het Ballet der Lage Landen' (een van de voorgangers van Het Amsterdams Ballet) schrijft Janet Sinclair: "Johan Mittertreiner zou met zijn grote donkere ogen en aristocratische handen zo uit een schilderij van Velasquez kunnen zijn gestapt".

Als in 1961 de oprichting van Het Nationale Ballet (de z.g. balletconcentratie) wordt voorbereid, gaat Johan in op een uitnodiging om in Zuid-Afrika de leiding op zich te nemen van het Johannesburg City Ballet. Iedereen die Johan een beetje gekend heeft, kon zo zien, dat zo'n positie niet bij hem paste. In een interview heeft hij het zelf als volgt omschreven: "Ik kreeg een kantoor met een telefoon en alles, maar ik wist bij God niet wat ik moest doen, echt niet. Ik moest gewoon de dingen zeggen die moesten gebeuren........Ik heb het een half jaar volgehouden. Het beviel me daar helemaal niet."

Toen hij in 1962 naar Amsterdam terugkwam, was de oprichting van Het Nationale Ballet een feit. Afgesproken was, dat alle leden van Amsterdams Ballet schriftelijk te kennen moesten geven of zij in aanmerking wilden komen voor een contract met de nieuwe groep. Johan wist dat niet eens en hij had het ook niet gedaan. De weg naar het nieuwe gezelschap was daarmee voor hem afgesneden. Je kunt je trouwens afvragen of mevrouw Gaskell zat te wachten op een karakterdanser van achter in de veertig. Hij heeft toen hemel en aarde bewogen en hij had een sterke aanwezigheid op het toneel e om een positie in de groep te krijgen en uiteindelijk wordt hij in 1964 aangesteld in een 'ondersteunende functie'. Zelf zei hij daarover: "Rudi van Dantzig heeft me daarbij enorm gesteund. Ik zal hem daarvoor mijn hele leven dankbaar blijven".

Het was in die nieuwe functie, dat ik Johan persoonlijk leerde kennen. In het voorjaar van 1962 was ik in het corps-de-ballet aangenomen. De groep groeide in die eerste jaren snel en het opbouwen van een goede organisatie en een strak disciplinair kader was nog in volle gang. Daarbij kwam, dat het corps-de-ballet, zeker bij de jongens, bestond uit een groep 'vogels van diverse pluimage' met heel verschillende achtergronden voor wie de handhaving van een zekere discipline geen overbodige luxe was. Een deel van Johan's taak was het om elke ochtend te controleren of iedereen in de les aanwezig was, om bij voorstellingen in de provincie (en dat waren er veel in die tijd) na te gaan of iedereen aanwezig was (en op tijd!) als de bus van het Museumplein vertrok, of we allemaal een uur voor aanvang in het theater waren en of we, precies een half uur na afloop van de voorstelling, klaar waren voor vertrek naar Amsterdam. Daar had hij zijn handen vol aan. Hij was niet in de wieg gelegd voor sergeant-majoor en sommige dansers, alweer met name de jongens, probeerden de grenzen steeds wat te verleggen. Dat leidde wel eens tot conflicten, zeker als hij zich genoodzaakt zag om overtredingen van de regels te bestraffen met een boete. Bij zijn aanstelling had mevrouw Gaskell duidelijk gemaakt, dat hij niet als danser werd aangenomen en Johan had daar begrip voor. Toch keerde hij korte tijd later terug op het toneel. Dat zat zo. In het seizoen 1964-1965 werd aan de Engelse choreograaf Jack Carter gevraagd om zijn ballet Het Heksenjong (The Witch Boy) in te studeren. Carter had dit ballet in de jaren vijftig al eens ingestudeerd bij Het Ballet der Lage Landen en Johan had daarin een belangrijke rol gedanst. Toen Carter Johan weer in de groep aantrof, vroeg hij hem onmiddellijk of hij de heks wilde dansen in zijn choreografie. "Dat wil mevrouw Gaskell absoluut niet. Dat heeft ze me zelf gezegd". "Wat een onzin. Jij bent de meest geschikte persoon voor de rol". "Bespreek jij dat dan maar met haar. Ik kan dat onmogelijk doen". Zo gezegd, zo gedaan en Johan danste in december 1964 de première van Het Heksenjong bij Het Nationale Ballet. Toen Rudi van Dantzig in 1967 zijn Romeo en Julia maakte, kreeg Johan daarin twee rollen: de hertog van Verona en broeder Laurentius. Tijdens de repetities konden we van dichtbij zien hoe Johan die rollen opbouwde. Zeker wie hem in de eerste akte tijdens het hoogtepunt van het gevecht tussen de Montecchi en de Capuletti heeft zien opkomen om de strijdende partijen te scheiden, zal dit niet licht vergeten. Hij maakte de woede van de man die de vrede in zijn stad wil bewaren, maar die tegelijkertijd weet, dat hij de vijandige groepen niet meer in de hand heeft, duidelijk zichtbaar, waarmee hij tegelijkertijd vooruitwees naar de gebeurtenissen die zouden volgen. Heel indrukwekkend. Als broeder Laurentius zette hij in dezelfde voorstelling een totaal ander personage neer. Een bescheiden kluizenaar, die in zijn ijver om de jonge gelieven te helpen, een tragedie aanricht. In alle grote klassieke producties in de jaren daarna trad Johan op. Sleeping Beauty (ceremoniemeester Cattalabutte), Giselle (de graaf), Het Zwanenmeer (de huisleraar Von Rasposen). Maar ook in choreografieën van Toer van Schayk als Voor, tijdens en na het feest (als de butler) en in Jeux konden we hem zien. Hij heeft in een interview eens verteld, dat hij in zijn jeugd eigenlijk acteur wilde worden, maar dat hij, toen hij eenmaal met dans in aanraking was gekomen, daarvoor had gekozen. Met een lange omweg heeft hij die jongensdroom toch vervuld.

Na zijn afscheid van Het Nationale Ballet zag ik hem nog wel eens bij voorstellingen in het Muziektheater en daarna een hele tijd niet meer. Een paar jaar geleden echter, op een avond op weg naar de parkeergarage in de Marnixstraat, zag ik hem zitten in een kamer van het bejaardenhuis Bernardus. Ik klopte op het raam en hij zwaaide terug. Met gebaren vroeg hij of ik hem een keer wilde bellen. Toen ik een afspraak wilde maken om hem een keer te bezoeken, zei hij: "Je hoeft geen afspraak te maken. Kom maar gewoon, ik ben toch altijd thuis". Toen ik hem tijdens dat bezoek van alles wilde vragen over zijn tijd bij Yvonne Georgi, bij het Ballet der Lage Landen en Het Amsterdams Ballet, wimpelde hij dat af. "Het is allemaal al zo lang geleden. Ik heb helemaal geen zin meer om daarover te praten". Zijn wereld was heel klein geworden. De laatste keer dat ik hem bezocht, zei hij: "Ik zit hier maar zo'n beetje......te wachten". Waarop hij wachtte, is op 12 februari 2009 dan eindelijk gekomen. De dood van Johan Mittertreiner sluit een lang hoofdstuk in de geschiedenis van de dans in Nederland af.

Door: Hans in der Rieden

Terug naar Herinneringen van oud-medewerkers Het Nationale Ballet