Feike Boschma: Volgens Feike Boschma

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Logo eenlevenlangtheater2.jpg

Fotograaf onbekend. Collectie: Feike Boschma

Eenlevenlangtheater Feike Boschma:


Citaten van Feike Boschma

In de loop van zijn carrière heeft Feike Boschma regelmatig meegewerkt aan interviews voor kranten, tijdschriften, boeken, radio en televisie waarin hij vertelt over zijn spel en de emotie en techniek erachter.

Hieronder kunt u enkele van zijn uitspraken en gedachten lezen.

Poppen als schetsmatige figuren

„Mijn poppen zijn altijd schetsmatige figuren. Ze hebben meestal geen neus, geen handjes of oogjes. Het is meer zoals een tekenaar met een paar lijnen een hollend paard neerzet. De toeschouwer ziet dan eigenlijk twee dingen: een hollend paard én het feit dat er maar een paar lijnen op papier staan. Als ik een figuur wil maken denk ik eerst aan de beweging. Om het voorbeeld van het paard aan te houden: dan denk ik dat zijn oren in de nek liggen, dat zijn kop ver vooruit staat, bijna één lijn met de rug vormt en daarachteraan komt dan ook nog de bijna horizontale staart. Dus maak ik dan van slang en ijzerdraad een ruglijn die kan trillen en golven. Het uiterlijk van dat paard is verder volledig bijkomstig. Die slang en de daaraan bevestigde lap (want ik werk bijna altijd met textiel) suggereren de beweging. Als ik dat maar kan vangen is de rest overbodig."

Geciteerd uit: NRC, 20 december 1990

"Mij kunnen die poppen niet zoveel schelen, die lappen doen me weinig. Het zijn middelen om contact te maken met het publiek, geen doel op zich. Het is interessant dat je kunt optreden met heel beperkte middelen. Als je op een bepaalde beweging en een bepaald ritme beweegt ziet het publiek daar een realiteit in. Ik wil niet dat de poppen mannetjes of vrouwtjes zijn. Ik begin altijd door aan de beweging te denken."

Geciteerd uit: Trouw, 25 april 1996

Poppen en acteurs samen op het podium

Over het samen op een podium staan van acteurs en poppen zei Feike Boschma in een interview voor NRC, 20 november 1990:

"Dat kan alleen als een acteur in de pop gelooft. Vergeleken met een acteur speelt een pop altijd een melodramatische rol: alles wat ze doet moet extremer uitgebeeld worden. Als een pop schrikt strekt zij beide armen en deinst achteruit. Een acteur kan zoiets innerlijk spelen. Ik heb veel geleerd van de acteurs in stomme films: zij moesten ook zonder woorden hun emoties aanschouwelijk maken."

Lapjes die tot leven komen

"ledere poppenspeler is een 'erge individu'. Ik zie wel verwante vormen maar heb nog nooit hetzelfde als wat ik doe gezien. In principe ben ik een solist; het is ook zo dat je met de stijl van de poppen als je ze zelf gemaakt hebt, het beste kan omgaan. De poppen zijn eigenlijk meer lapjes die bewegen en dat is ook de kracht. Vooral omdat je in het begin geen ervaring en techniek hebt, duurt het een tijd voordat je de wetmatigheid kent van deze techniek. Pas als je deze kent ben je in staat dit over te dragen. Vanaf dat moment hoef je nietmeer alleen te werken.

Op dit moment werk ik met twee mensen, je ziet niet wie wat beweegt. Ik ben nu ook in staat de 'lapjes' zo te maken dat ze bij een persoonlijkheid passen. Dat is belangrijk omdat er naast het 'bewegen' een onderlaag moet zijn. Het is nu mogelijk langere stukken te maken. Bij mij werken stoffen zoals bij een musicus een sleutel. Hoort een musicus een sleutel vallen dan registreert hij bruikbaar geluid. Dat heb ik bij stoffen. Ik zal altijd voor het publiek niet herkenbare stoffen gebruiken. Herkenbare stoffen storen de illusie. Het is een uniek fenomeen: lapjes die tot leven komen."

Geciteerd uit: UIT Arnhem, december 1990

Kindervoorstellingen

"Dat heb ik met vallen en opstaan moeten leren en eigenlijk heb ik het maar tot één goeie voorstelling kunnen brengen, een bewerking van het sprookje 'De duivel met de gouden haren'. Dat heeft tot in de jaren zeventig op mijn repertoire gestaan. Toen kreeg je de inspraak-periode, die ook consequenties had voor het gedrag van het kinderpubliek. Het bleek bijvoorbeeld voor die kinderen zo leuk te zijn, niet op je plaats te blijven zitten maar achter de kast te gaan kijken, mijn kwetsbare popjes vast te pakken enzovoorts. De beslissing was in vijf minuten gemaakt: ik schei d'r mee uit, met dit genre."

Geciteerd uit: Brabants Dagblad, 20 november 1990

Een natuurlijke beweging

'Zoals de vloedlijn beweegt langs het strand, zo wil ik ook mijn materiaal in beweging brengen', vertelt Boschma in de camera. 'Ik zoek naar een cadans en motoriek die past bij de natuurlijke beweging van het materiaal. Door de beweging moet de toeschouwer begrijpen wat zich in het leven van die pop af speelt. Die beweging is de essentie, zonder de beweging is er niets.

Geciteerd uit: Als een vloedlijn, documentaire van Leonard Retel Helmrich (Scarabee Films, 2001)

Nonchalant en relativerend

"lk wil geen boodschap, maar een leuke avond. Ik heb eens iemand ontmoet die kritiek had op mijn nonchalante houding: hij vond dat ik met de poppen speelde alsof het cabaret was. Volgens hem ging ik voorbij aan de dramatiek van de poppen. (...) Dat relativeren heb ik misschien overgehouden uit de begintijd, toen ik me uit onzekerheid overal voor wilde excuseren. Ik vraag me weleens af wat ik eigenlijk aan het doen ben met zo'n popje. Ik speel een merkwaardig spelletje met het publiek: het zelfbedrog is zo doorzichtig. Soms denk ik dat we allemaal in een gekkenhuis zitten, maar dat moet je natuurlijk niet laten merken. Nou ja, voor vijf procent dan."

Geciteerd uit: NRC 20 november 1990

Draadjes of stokjes

Feike Boschma werkt in zijn voorstellingen met zowel met stokpoppen als marionetten. Hoewel marionetten zijn voorkeur hebben, hebben ze wel één bezwaar:

"Omdat het poppen aan draadjes zijn, blijven ze altijd wat zweverig; als je ze stil probeert te zetten zwabberen ze nog wat na. Om een dramatische opbouw te krijgen heb je een lyrische beweging nodig, en dan plotseling een scherp afgebakende beweging. Alsof je een punt in de ruimte aangeeft. Met een stokje kun je een vloeiende lijn maken en ook abrupt ophouden — daarom ben ik meer en meer met stokjes gaan werken, hoewel draadjes toch eigenlijk mijn voorliefde hebben, daar ben ik mee begonnen."

Geciteerd uit: NRC 20 november 1990

Overgang van leven naar dood en weer terug

"lk ben een manipulator die het publiek laat zien hoe je leven kunt brengen in dode dingen en hoe dat leven er ook weer is uit te halen. Het verrast mij telkens opnieuw dat je met zo'n primitief hulpmiddel die illusie kunt wekken. Ik heb gemerkt dat de pop interessanter wordt naarmate de uitvoering simpeler is. Hoe realistischer de pop, hoe minder men hoeft te fantaseren en hoe minder emoties het oproept. Met een eenvoudige lap en een stok is veel meer te bereiken. Om die reden gebruik ik ook zo min mogelijk tekst."

Geciteerd uit: NRC, 20 november 1990

"Ik kan de mensen laten geloven in de poppen-illusie. En dan houd ik ervan om de draadjes te laten zakken, om die lap neer te leggen en de mensen te laten zien: dit is helemaal niks. Die overgang van leven naar dood en weer terug is het grootste en waarschijnlijk ook enige echte drama dat ik met mijn marionetten kan spelen."

Geciteerd uit: De Gooi en Eemlander, 4 april 1991

Mensen amuseren

"Naar mijn gevoel heeft poppenspel altijd veel waardering gehad. Misschien is het nu zo dat het als een volwaardige discipline wordt gezien, wat het uiteindelijk ook is. Ik ben destijds heel serieus begonnen, op zoek naar het klassieke, mijn voorstelling had een 'dodelijke' ernst. Tot mijn verbazing reageerde het publiek hier soms anders op dan ik verwachtte, je bent nog onzeker. Langzamerhand begrijp je dit effect beter. Doordat je alles relativerend speelt, kan dit zeer komisch werken. Het is fantastisch als het je lukt een avond lang mensen te amuseren. Daar gaat het om!

Geciteerd uit: UIT Arnhem, december 1999

"De mensen hebben de moeite gedaan om naar mij toe te komen. Ik moet erin slagen hen te amuseren, ze moeten het leuk en mooi vinden. Mijn stijl is niet te zwaar, geen grote drama's. Het moet een lichte avond zijn".

Geciteerd uit: Haagsche Courant, 31 oktober 1990

Beïnvloed door de Peking Opera

Op de vraag 'Waardoor is uw werk in de loop van de tijd beinvloed?', gesteld in UIT Arnhem, december 1999, antwoordde Feike Boschma:

"Door de samenwerking met andere mensen en door dingen die ik zag. Ik zag bijvoorbeeld jaren geleden tijdens het Holland Festival een optreden van de Peking Opera. Geweldig; vond ik dat. Niet dat ik me hiermee wil meten, maar ik voelde toch een zekere aansluiting. De stijl, de mensen lijken geen gewicht te hebben, zeer imaginair. Dat is mijn relatie met deze vorm. Het leek alsof ik mij er niet van kon losmaken; om dat op te lossen moet je dan maar zelf iets maken."

Over geld

"leder mens moet geld hebben om te leven, en ik heb goddank mijn hele carrière van mijn poppen kunnen bestaan. Maar vraag niet hoe, in het begin. Later boden ze mij voor reclamewerk bedragen die ik nooit had durven vragen. En daarna kwam er zelfs een moment - ach ja, als je maar lang genoeg doorgaat - dat er sprake was van subsidie. En de staat toonde zich niet eens benepen. Op dit moment hebben we een structurele vierjarige subsidie. Ik heb nu wat te bieden. Ik kan een belichter inhuren, een danser, we hebben zelfs een vrachtwagentje.

Tja, eenieder wenst zich weleens wat, maar ik zou echt niets anders weten dan door te kunnen blijven gaan met wat ik altijd al gedaan heb. Misschien zou ik grootser theater gaan maken: Het Nationale Ballet inhuren, een heel orkest, de Stopera als repetitieruimte... Maar oneindig veel geld, eigenlijk kan ik daar niets mee. Oneindig is een soort theatrale vergroting."

Geciteerd uit: HP De Tijd, 22 oktober 1999

De jaren dertig

In een dagboek dat Feike Boschma in het NRC van 26 november 1994 bijhoudt, vertelt hij dat hij, terwijl hij aan het werk is een plaatje uit de jaren dertig draait.

"Het geluid staat zacht en vormt een achtergrond, maar soms luister ik toch weer even. Ze hadden in die tijd andere stemmen, een beetje gevoileerd en nèt nog niet sentimenteel. Het is zoiets als foto's uit die tijd: portretten met een andere oogopslag. Ook wat gevoileerd, kun je zeggen. En nu bedoel ik nog niet eens de filmsterren die daar natuurlijk wel raad mee wisten, maar ook mijn zusters op hun bruin getinte, vaak ovale portreten. Ze keken anders. De theaterprogramma's in Griekenland hebben die stijl nog enigszins. Als wij daar spelen worden wij ook op die manier nog ondergedompeld in wat ik ervaar alsde 'jaren dertig'. Een beetje nostalgie."