De TheaterEncyclopedie is vernieuwd!

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Informatie

't Kan verkeeren van Henri ter Hall
In 1925 maakte Henri ter Hall de revue ’t Kan verkeeren. Deze revue bestond uit drie bedrijven met elk een finale. Het eerste bedrijf vindt plaats op een reclamebureau van Sjors en Kors waar verschillende figuren langskomen, onder wie Juffrouw Reclame. Zij neemt twee mannen mee die reclame willen maken voor de bokssport, maar stuit dan op een oude dame met een ouderwetse sjaal. Mevrouw Reclame besluit reclame te maken voor de sjaalmode wat resulteert in de "sjaalfinale".

In het tweede bedrijf ontmoeten Sjors, Kors en Reclame elkaar weer. Reclame draagt een nieuw kostuum waardoor zij mannelijker oogt en wil een modern huwelijksaanzoek doen: een vrouw die een man vraagt. Hierbij herrijst de dichter Bredero uit zijn graf, omdat deze gebeurtenis volgens hem bewijst dat zijn lijfspreuk “‘t Kan verkeeren” nog steeds van toepassing is. Sjors, Korst en Reclame hebben even genoeg van het reclamevak en reizen naar China en vervolgens naar de Cote d’Azur, met de bijbehorende Cote d’Azur finale.

Het derde bedrijf begint met Koninginnedag, een feestdag waar Sjors en Kors niets mee hebben. Ze ontmoeten Reclame die een reclame aan het maken is in samenwerking met de volkenbond en de politie. Het resultaat toont Reclame uiteindelijk in de vorm van de slotfinale.

De ontvangst

Er werd in recensies lovend gesproken over deze finales. Op 7 augustus 1925 schreef de Leeuwarder courant:

“We denken in de eerste plaats aan de schitterende sjaalcostuums, waarvan het met de hand borduren voor elk costuum een maand duurde, aan de costuumpjes, welke in het beeld Oud-China met gratie worden gedragen, voorts aan die in de finale: Aan de Côte d’Azur, aan die in “De Volkenbondspolitie” en niet het minst aan de keur van toiletten in de “Vredesconferentie”.

Deze recensie gaf al aan dat de kostuums een belangrijk onderdeel vormden van de finales van de revue. Dit blijkt ook uit het script, waar in het eerste bedrijf over de sjaalfinale het volgende gezegd wordt:

“ROOSJE: Wel moedertje…. jouw sjawl is allang weer in de mode, al is het dan ook niet hetzelfde patroon. In Parys en hier in de stad dragen de dames niets anders dan zoo’n sjawl over hun kleed.
VROUWTJE: Myn me zorg,… de dames kenne drage wat ze wille… maar wat mot je nou voor een ander soort sjaal dragen dan de myne?
ROOSJE: O… dat kan ik je wel eens laten zien… Ik ga reclame maken voor de sjawls.”

Kostuums

Kostuums en tekst waren sterk met elkaar verbonden in ’t Kan verkeeren en speelden een grote rol in de finales. Dit zijn de kostuums die volgens het programmaboekje en de krantenartikelen ontworpen waren door mevrouw Ter Hall en vervaardigd door Maison Mouwen.

Wie ontwierpen de kostuums voor de revue ’t Kan verkeeren?

In het Haags Gemeentearchief is veel documentatie terug te vinden over de Ter Hall-revues. Ook de kostuumontwerpen. Deze zijn echter niet gesigneerd door mevrouw Ter Hall, zoals de informatie in de recensies en het programmaboekje zou doen verwachten. Onder de ontwerpen staan de namen van twee andere ontwerpers: Alexander Blaschke en Madeleine Vilpelle. Bij de ontwerpen in het Haags Gemeentearchief staat niet vermeld voor welke revues de kostuums zijn ontworpen. Door de personagelijst in het programmaboekje van ‘t Kan Verkeeren en het script van deze voorstelling te vergelijken, kan de conclusie alleen maar zijn dat het hier ook om ontwerpen voor ‘t Kan Verkeeren gaat. Voorbeelden hiervan zijn de ontwerpen van het vredeskostuum en het kostuum van Cannes. De schetsen komen overeen met de beschrijvingen in de recensies. Ze zijn prachtig, maar dus niet ontworpen door Mevrouw Ter Hall zoals dezelfde recensies vermelden.

Madeleine Vilpelle en Alexander Blaschke

Er is nauwelijks informatie te vinden over de echte ontwerpers. Over Madeleine Vilpelle is enkel bekend dat ze een Franse kostuumontwerpster was. In de collectie van Bijzondere Collecties/TiN bevinden zich ook schetsen die zij heeft gemaakt voor de danser Iril Gadescov. Ook worden schetsen van haar hand verkocht op "Chairish", een website voor het kopen en verkopen van design. Hierbij wordt gesteld dat ze ook ontwierp voor Folies Bergère. Over Blaschke is nog minder te vinden dan over zijn collega-ontwerper. Bekend is dat hij naast kostuumontwerper graveur was. Zo verzorgde hij boekillustraties voor Faust. Hoe Blaschke in contact is gekomen met de familie Ter Hall niet bekend, en dat geldt ook voor Vilpelle. Op enkele ontwerpen van Vilpelle en Blaschke staat de tekst: “Eigendom van mevrouw”, met daaronder een stempel met de signatuur van Henri ter Hall. Hiermee eigende mevrouw Ter Hall zich de ontwerpen als het ware toe. In die tijd was dit geen ongebruikelijke procedure. Zo werden liedjes die geschreven werden door relatief onbekende schrijvers op de naam gezet van bekende cabaretiers.

Maison Mouwen

Het atelier waar de kostuums gemaakt werden, heette Maison Mouwen. Ook hierover is vrijwel niets gedocumenteerd. Via de Kamer van Koophandel is te achterhalen dat het atelier van 1921 tot 1969 heeft bestaan (en daarmee Ter Hall heeft overleefd) en was gevestigd in Rijswijk.

Team

Producent: Henri ter Hall Revue
Choreografie: Dickson
Muziek: Gerrit van Weezel, Cor Köhler

Rolverdeling

Roosje Köhler-Van Gelder
Piet Köhler
Johan Buziau
Mathilde Kiehl
S. Kapper
Henk Bood
Danspaar Dickson
A. Sommer (dans)

Bronnen

  • Productiedatabase
  • website Delpher.
  • website Delpher
  • Henri ter Hall, “Programmaboekje revue ’t Kan Verkeeren,” 1925. Haags Gemeentearchief, Eerste Nederlandse Revue Gezelschap van Henri ter Hall, 0925-01 map 17, Haags Gemeentearchief, Den Haag.
  • Henri ter Hall, “Script revue ’t Kan Verkeeren,” 1925. Haags Gemeentearchief, Eerste Nederlandse Revue Gezelschap van Henri ter Hall, 0925-01 map 13, Haags Gemeentearchief, Den Haag.
  • website Charish.
  • website Kamer van Koophandel 's-Gravenhage.
  • Patrick van den Hanenberg. “In humor verpakt.” Actuele Onderwerpen (2002).
  • website Biografisch Woordenboek van Nederland.
  • Piet Hein Honig, Acteurs- en kleinkunstenaarslexicon, 3200 namen uit 100 jaar Nederlands toneel (Heino: Diepenveen, 1984).