De TheaterEncyclopedie is vernieuwd!

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Biografie

Heinz Rühmann (Essen, 7 maart 1902 - Aufkirchen, 3 oktober 1994), eigenlijke naam Heinrich Wilhelm Rühmann, is een van de bekendste Duitse filmacteurs, filmproducent en toneelspelers van de 20e eeuw.

Hij was het prototype van de ontwapenende kleine man en van de onopvallende Duitse doorsneeburger. Trad op in films als Die drei von der Tankstelle, Bomben auf Monte Carlo, Charley's Tante, Der Hauptmann von Köpenick, Der brave Soldat Schwejk, Maigret und sein größter Fall, Quax, de brokkenpiloot (als antwoord op de Britse film It's in the air met George Formby), en vele andere.

Jeugd en vroege carrière

Rühmann bracht zijn jeugd door in Wanne waar zijn vader een stationsrestauratie had gepacht. In 1913 vertrok het gezin naar Essen, waar zijn ouders het hotel Handelshof leidden. Zijn ouders lieten zich in 1916 scheiden, waarop zijn vader zelfmoord pleegde. Zijn moeder vertrok met haar drie kinderen naar München, waar Heinz de realschule bezocht en een toneel-opleiding volgde.

In juni 1920 kreeg Rühmann zijn eerste bijrol in het theater van Breslau en trad daarna met Theo Lingen op in het Residenztheater Hannover. Na meerdere engagementen in Bremen en München trouwde Rühmann op 9 augustus 1924 met zijn collega Maria Bernheim die als Maria Herbot optrad.

In 1926 trad Rühmann voor het eerst op in de stomme film Das deutsche Mutterherz en verdere filmrollen verhoogden zijn bekendheid. In 1927 kreeg hij een hoofdrol in Berlijn aan de zijde van Marlene Dietrich. Zijn optreden in Die drei von der Tankstelle (1930) vormde zijn definitieve doorbraak als filmacteur en vanaf die tijd behoort hij, samen met Hans Albers tot de meest geliefde Duitse acteurs.

Carrière onder de nazi's

Bestand:Rühmann2.jpg
Oude ansichtkaart met Heinz Rühmann

Nadat de nationaalsocialisten in 1933 de macht hadden overgenomen, hield Rühmann zich op de vlakte omtrent politiek. In 1938 liet hij zich van zijn Joodse vrouw scheiden, wat hem later het verwijt opleverde dat hij zijn carrière voorrang boven zijn vrouw gaf, maar waarschijnlijk was het huwelijk al op de klippen gelopen. Hiervoor spreekt ook dat zijn tweede vrouw, Hertha Feiler, die hij kort na de scheiding trouwde, een Joodse grootvader had en volgens de rassenwetten van Neurenberg dus ook (ten dele) Joods was, wat Rühmann moeilijkheden met de nazi's opleverde. Zijn eerste vrouw overleefde de oorlog in Zweden. Naast zijn huwelijk had Rühmann een affaire met zijn collega Leny Marenbach, die samen met Rühmann een filmkoppel vormde in o.a. Der Mustergatte en Fünf Millionen suchen einen Erben.

Onder de nazi's slaagde Rühmann erin zijn aureool als unpolitische filmster te behouden. Zo was hij een van de lievelingsacteurs van Anne Frank, die een foto van hem uit Paradies der Junggesellen (1939) aan de muur van Het Achterhuis had hangen.

Toch kwam hij er niet onderuit zich tijdens de Tweede Wereldoorlog meer en meer in dienst van de propaganda te stellen, voornamelijk door komedies zoals Quax, der Bruchpilot, die het publiek moesten afleiden van de gebeurtenissen. In totaal speelde hij in de nazi-periode in 37 films en regisseerde er vier. in 1941 speelde hij, onder regie van de voorzitter van de Reichsfilmkammer, Carl Froelich, in Der Gasmann een meteropnemer die van spionage wordt verdacht. In 1944 werd de première van Die Feuerzangenbowle door de censuur verboden wegens "gebrek aan respect voor de autoriteiten", maar door zijn goede connecties met het regime kon Rühmann zijn film toch vertoond krijgen door een privévoorstelling te organiseren in de Wolfsschanze voor o.a. Hermann Göring. De laatste wist bij Hitler de vrijgave van de film te bewerkstelligen. De film was overigens een remake van So ein Flegel uit 1934.

Als acteur (Staatsschauspieler) was Rühmann vrijgesteld van dienstplicht, maar was wel verplicht een basisopleiding te volgen in Quedlinburg. Voor het regime was hij als acteur veel belangrijker dan als soldaat. Het gerucht dat Rühmann kapitein bij de Luftwaffe was, is dan ook onzin.

Na de oorlog

Beeld van Heinz Rühmann voor het Filmmuseum in Berlijn

Na de val van het Derde Rijk tot aan 1946, de periode van denazificatie, mocht Rühmann niet optreden, maar al in 1946 hadden de geallieerden geallieerden geen bezwaar meer tegen de voortzetting van zijn carrière en Rühmann vraagt een vergunning voor theater-optredens aan en trekt met een kleine theatergroep rond langs verschillende steden. In 1947 richt hij de studio Comedia op die echter in 1953, na verscheidene flops, failliet gaat. Pas nadat de regisseur Helmut Käutner hem helpt, kan Rühmann met Keine Angst vor großen Tieren in 1956 zijn comeback als acteur vieren. Zijn hernieuwde doorbraak als groot acteur lukt hem met Der Hauptmann von Köpenick, waar hij de rol van Wilhelm Voigt speelt in de verfilming van het tragikomische werk van Carl Zuckmayer, een rol die hem op het lijf geschreven is en waarvoor hij in 1957 de Preis der deutschen Filmkritik krijgt.

Ook in het theater maakte Rühmann furore, bijvoorbeeld in de Münchner Kammerspielen, waar hij onder regie van Fritz Kortner optreedt in Warten auf Godot en van 1960 tot 1962 was hij lid van het Wiener Burgtheaters, waar hij onder andere optreedt in het stuk Tod eines Handlungsreisenden. Zelfs operette is hem niet teveel, in 1976 treedt hij als Frosch op in Die Fledermaus bij de Wiener Staatsoper.

Late carrière

Bestand:Heinz Ruehmann Marke.jpg
Heinz Rühmann postzegel

Op latere leeftijd vond Rühmann zijn liefde voor de recitatie en verwisselde meer en meer het witte doek voor de platenstudio en het spreekgestoelte. Bijzonder geliefd waren zijn optredens in een serie kerstlezingen die door de ZDF werden uitgezonden. In het programma Stars in der Manege trad hij op met de wereldberoemde clown Oleg Popov.

Bij de begrafenis van Edith Schultze-Westrum, met wie hij in het begin van zijn carrière optrad als een van de kleinen Großen, sprak Rühmann de grafrede uit. In 1982 publiceerde hij zijn autobiografie onder de titel Das war's ("Dat was het dan"). Het laatste optreden van Rühmann was het programma Wetten dass...? waar hij door het publiek werd geëerd met een minutenlange staande ovatie, die Rühmann tot tranen toe bewoog.

Heinz Rühmann stierf begin oktober 1994 op 92-jarige leeftijd in Aufkirchen am Starnberger See en werd een dag later - zoals hij voor zijn overlijden had verzocht - gecremeerd. De urn werd op 30 oktober 1994 bijgezet op het plaatselijke kerkhof en de straat waar hij woonde werd tot Heinz-Rühmann-Weg omgedoopt.

Theater/Dans

Voor een overzicht van alle voorstellingen zie: Alle voorstellingen van Heinz Rühmann

Film

Filmografie als acteur

  • 1926 Das deutsche Mutterherz Géza von Bolváry
  • 1927 Das Mädchen mit den fünf Nullen Kurt Bernhardt Adele Sandrock, Paul Bildt, Veit Harlan
  • 1930 Einbrecher Hanns Schwarz Ralph Arthur Roberts, Lilian Harvey, Willy Fritsch, Oskar Sima
  • 1930 Die drei von der Tankstelle Wilhelm Thiele Lilian Harvey, Willy Fritsch, Oskar Karlweis en de Comedian Harmonists
  • 1931 Bomben auf Monte Carlo Hanns Schwarz Hans Albers, Ida Wüst, Peter Lorre
  • 1931 Der Mann, der seinen Mörder sucht Robert Siodmak Lien Deyers, Hans Leibelt
  • 1931 Meine Frau, die Hochstaplerin Kurt Gerron Käthe von Nagy, Fritz Grünbaum, Theo Lingen, Fritz Alberti
  • 1931 Man braucht kein Geld Carl Boese Hans Moser, Ida Wüst, Hedy Lamarr
  • 1931 Der brave Sünder Fritz Kortner Max Pallenberg, Dolly Haas, Josefine Dora
  • 1932 Der Stolz der dritten Kompanie Fred Sauer Adolf Wohlbrück, Viktor de Kowa, Rudolf Platte
  • 1932 Es wird schon wieder besser Kurt Gerron Fritz Grünbaum, Dolly Haas, Oskar Sima
  • 1933 Lachende Erben Max Ophüls Lien Deyers, Ida Wüst, Max Adalbert
  • 1933 Heimkehr ins Glück Carl Boese Paul Hörbiger, Luise Ullrich
  • 1933 Ich und die Kaiserin Friedrich Hollaender Mady Christians, Conrad Veidt, Hubert von Meyerinck
  • 1934 Die Finanzen des Großherzogs Gustaf Gründgens Viktor de Kowa, Hilde Weissner, Fritz Alberti, Theo Lingen
  • 1934 So ein Flegel Robert A. Stemmle Inge Konradi, Oskar Sima
  • 1934 Frasquita Carl Lamac Hans Moser, Rudolf Carl, Charlott Daudert
  • 1934 Ein Walzer für dich Georg Zoch Camilla Horn, Adele Sandrock, Theo Lingen
  • 1934 Heinz im Mond Robert A. Stemmle Annemarie Sörensen, Rudolf Platte, Oskar Sima, Inge Konradi
  • 1935 Der Himmel auf Erden E. W. Emo Adele Sandrock, Hermann Thimig, Hans Moser, Rudolf Carl, Theo Lingen, Lizzi Holzschuh
  • 1935 Eva Johannes Riemann Hans Moser, Adele Sandrock, Magda Schneider
  • 1936 Allotria Willi Forst Renate Müller, Jenny Jugo, Adolf Wohlbrück
  • 1936 Ungeküsst soll man nicht schlafen gehn E. W. Emo Liane Haid, Theo Lingen, Hans Moser
  • 1936 Lumpacivagabundus Géza von Bolváry Hans Holt, Paul Hörbiger, Fritz Imhoff
  • 1936 Wenn wir alle Engel wären Carl Froelich Leny Marenbach, Harald Paulsen, Will Dohm
  • 1937 Der Mann, von dem man spricht E. W. Emo Hans Moser, Theo Lingen, Gusti Huber
  • 1937 Der Mann, der Sherlock Holmes war Karl Hartl Hans Albers, Marieluise Claudius, Hansi Knoteck
  • 1937 Der Mustergatte Wolfgang Liebeneiner Leny Marenbach, Heli Finkenzeller, Hans Söhnker
  • 1938 Die Umwege des schönen Karl Carl Froelich Margarete Kupfer, Karin Hardt, Ernst Legal
  • 1938 Fünf Millionen suchen einen Erben Carl Boese Leny Marenbach, Vera von Langen, Oskar Sima
  • 1938 Nanu, Sie kennen Korff noch nicht? Fritz Holl Victor Janson, Franz Schafheitlin, Fritz Rasp
  • 1938 Dreizehn Stühle E. W. Emo Hans Moser, Annie Rosar, Inge List
  • 1939 Der Florentiner Hut Wolfgang Liebeneiner Herti Kirchner, Paul Henckels, Christl Mardayn
  • 1939 Paradies der Junggesellen Kurt Hoffmann Josef Sieber, Hans Brausewetter, Trude Marlen
  • 1939 Hurra, ich bin Papa! Kurt Hoffmann Albert Florath, Carola Höhn, Ursula Grabley
  • 1940 Kleider machen Leute Helmut Käutner scenario: Helmut Käutner naar het boek van Gottfried Keller, met Hertha Feiler, Erich Ponto, Hilde Sessak
  • 1940 Wunschkonzert Eduard von Borsody Ilse Werner, Carl Raddatz, Joachim Brennecke
  • 1941 Der Gasmann Carl Froelich Anny Ondra, Walter Steinbeck, Will Dohm
  • 1941 Quax, der Bruchpilot Kurt Hoffmann Karin Himboldt, Lothar Firmans, Beppo Brehm, Harry Liedtke
  • 1941 Hauptsache glücklich! Theo Lingen Hertha Feiler, Ida Wüst, Hans Leibelt
  • 1943 Ich vertraue Dir meine Frau an Kurt Hoffmann Lil Adina, Else von Möllendorff, Paul Dahlke
  • 1944 Die Feuerzangenbowle Helmut Weiss Karin Himboldt, Hilde Sessak, Erich Ponto, Paul Henckels, Hans Leibelt
  • 1945 Quax in Afrika Helmut Weiss Scenario: Hermann Grote, met Hertha Feiler, Bruni Löbel, Beppo Brem)
  • 1946 Sag’ die Wahrheit Helmut Weiss Gustav Fröhlich, Georg Thomalla, Susanne von Almassy
  • 1948 Der Herr vom anderen Stern Heinz Hilpert Peter Pasetti, Hilde Hildebrand, Hans Cossy, Anneliese Römer
  • 1949 Ich mach Dich glücklich Alexander von Slatinay Hertha Feiler, Karl Schönböck, Dorit Kreysler
  • 1949 Das Geheimnis der roten Katze Helmut Weiss Gustav Knuth, Angelika Hauff, Trude Hesterberg
  • 1952 Das kann jedem passieren Paul Verhoeven Gustav Knuth, Gisela Schmidting, Liesl Karlstadt
  • 1952 Schäm’ dich, Brigitte! (later: Wir werden das Kind schon schaukeln) E.W. Emo Annie Rosar, Hans Moser, Margarete Slezak, Theo Lingen, Brigitte Ratz, Nadja Tiller, Hilde Berndt
  • 1953 Keine Angst vor großen Tieren Kurt Hoffmann Ingeborg Körner, Gustav Knuth, Gisela Trowe
  • 1953 Briefträger Müller John Reinhardt (en Heinz Rühmann, al werd hij niet genoemd) Heli Finkenzeller, Wolfgang Condrus, Susanne von Almassy
  • 1954 Auf der Reeperbahn nachts um halb eins Wolfgang Liebeneiner Hans Albers, Fita Benkhoff, Erwin Strahl
  • 1955 Zwischenlandung in Paris („Escale à Orly“) Jean Dréville Dany Robin, Dieter Borsche, Claus Biederstaedt
  • 1955 Wenn der Vater mit dem Sohne Hans Quest Oliver Grimm, Waltraut Haas, Robert Freytag
  • 1956 Charleys Tante Hans Quest Hertha Feiler, Claus Biederstaedt, Walter Giller
  • 1956 Das Sonntagskind Kurt Meisel, Walter Giller, Werner Peters, Siegfried Lowitz, Kurt Pratsch-Kaufmann
  • 1956 Der Hauptmann von Köpenick Helmut Käutner Martin Held, Hannelore Schroth, Wolfgang Neuss, Walter Giller
  • 1957 Vater sein dagegen sehr Kurt Meisel Marianne Koch, Hans Leibelt, Paul Esser
  • 1958 Der Mann, der nicht nein sagen konnte Kurt Früh Hannelore Schroth, Siegfried Lowitz, Renate Ewert)
  • 1958 Es geschah am hellichten Tag Ladislao Vajda Sigfrit Steiner, Siegfried Lowitz (Inspektor Henzi), Gert Fröbe, Ewald Balser)
  • 1958 Der eiserne Gustav Georg Hurdalek Lucie Mannheim, Ernst Schröder, Karin Baal, Ingrid van Bergen)
  • 1958 Der Pauker Axel von Ambesser Wera Frydtberg, Bruni Löbel, Gert Fröbe, Klaus Löwitsch, Peter Kraus, Michael Verhoeven
  • 1959 Menschen im Hotel Gottfried Reinhardt O. W. Fischer, Gert Fröbe, Sonja Ziemann
  • 1959 Ein Mann geht durch die Wand Ladislao Vajda Rudolf Vogel, Hubert von Meyerinck, Peter Vogel
  • 1960 Mein Schulfreund Robert Siodmak Loni von Friedl, Ernst Schröder, Mario Adorf
  • 1960 Der Jugendrichter Paul Verhoeven Karin Baal, Lola Müthel, Hans Nielsen
  • 1960 Der brave Soldat Schwejk Axel von Ambesser Ernst Stankovski, Franz Muxeneder, Ursula von Borsody, Senta Berger, Jane Tilden, Fritz Eckhardt, Fritz Muliar
  • 1960 Das schwarze Schaf Helmuth Ashley Lina Carstens, Karl Schönböck, Maria Sebaldt, Siegfried Lowitz
  • 1961 Der Lügner Ladislao Vajda Annemarie Düringer, Blandine Ebinger, Gustav Knuth
  • 1962 Er kann’s nicht lassen Axel von Ambesser Lina Carstens, Rudolf Forster, Grit Böttcher, Ruth Maria Kubitschek, Horst Tappert
  • 1962 Max, der Taschendieb Imo Moszkowicz Elfie Pertramer, Hans Clarin und Ruth Stephan
  • 1963 Meine Tochter und ich Thomas Engel Gertraud Jesserer, Gustav Knuth, Agnes Windeck, Herta Staal
  • 1963 Das Haus in Montevideo Helmut Käutner scenario: Curt Goetz, met Ruth Leuwerik, Paul Dahlke, Hanne Wieder
  • 1964 Vorsicht Mr.Dodd! Günter Gräwert Maria Sebaldt, Robert Graf, Anton Diffring)
  • 1965 Das Narrenschiff („Ship of Fools“) Stanley Kramer Vivien Leigh, Simone Signoret, Oskar Werner, Lee Marvin
  • 1965 Das Liebeskarussell Rolf Thiele, Alfred Weidenmann, Axel von Ambesser Curd Jürgens, Nadja Tiller, Ivan Desny, Gert Fröbe, Catherine Deneuve, Friedrich von Thun, Ingeborg Wall, Johanna von Koczian, Anita Ekberg,Peter Alexander, Axel von Ambesser
  • 1965 Dr. med. Hiob Prätorius Kurt Hoffmann scenario: Curt Goetz, met Liselotte Pulver, Fritz Tillmann, Fritz Rasp
  • 1966 Hokuspokus oder: Wie lasse ich meinen Mann verschwinden...? Kurt Hoffmann scenario: Curt Goetz, met Liselotte Pulver, Fritz Tillmann, Richard Münch
  • 1966 Geld oder Leben („La bourse et la vie“) Jean-Pierre Mocky Fernandel, Jean Poiret, Marilu Tolo
  • 1966 Maigret und sein größter Fall Alfred Weidenmann Günter Strack (Kommissar Delvigne), Eddi Arent, Günther Stoll
  • 1966 Grieche sucht Griechin Rolf Thiele Hannes Messemer, Charles Régnier, Irina Demick
  • 1967 Die Abenteuer des Kardinal Brown („Operazione San Pietro“) Lucio Fulci Edward G. Robinson, Wolfgang Kieling, Herbert Fux
  • 1968 Der Tod des Handlungsreisenden (TV) Gerhard Klingenberg Käthe Gold, Christoph Bantzer, Boy Gobert
  • 1968 Die Ente klingelt um halb acht Rolf Thiele Hertha Feiler, Charles Régnier, Rudolf Schündler
  • 1970 Mein Freund Harvey (TV) Kurt Wilhelm Susi Nicoletti, Charles Régnier, Barbara Schöne
  • 1971 Der Kapitän Kurt Hoffmann Johanna Matz, Horst Tappert, Ernst Stankovski, Horst Janson, Günter Pfitzmann, muziek: James Last
  • 1973 Oh Jonathan, oh Jonathan! Franz Peter Wirth Peter Fricke, Franziska Oehme, Paul Dahlke
  • 1977 Gefundenes Fressen Michael Verhoeven Mario Adorf, Elisabeth Volkmann, Joachim Fuchsberger
  • 1977 Das chinesische Wunder Wolfgang Liebeneiner Senta Berger, Peter Pasetti, Harald Leipnitz
  • 1979 Noch ’ne Oper (TV) Claus Peter Witt Scenario: Heinz Erhardt, met Grit Böttcher, Heinz Erhardt, Gert Fröbe, Rudolf Schock, Margit Schramm, Vicco von Bülow
  • 1979 Balthasar im Stau (TV) Rudolf Jugert Cornelia Froboess, Louise Martini, Inge Wolffberg
  • 1981 Ein Zug nach Manhattan (TV) Rolf von Sydow Ulrike Bliefert, Charles Brauer, Hans Hessling, Bruni Löbel
  • 1983 Es gibt noch Haselnuß-Sträucher (TV) Vojtech Jasny Katharina Böhm, Marion Kracht, Luitgard Im, Anneliese Uhlig, Sigmar Solbach
  • 1993 In weiter Ferne, so nah! Wim Wenders Otto Sander, Bruno Ganz, Nastassja Kinski, Martin Olbertz, Aline Krajewski, Peter Falk

Filmografie als regisseur

  • 1938 Lauter Lügen Albert Matterstock, Hertha Feiler, Fita Benkhoff
  • 1940 Lauter Liebe Hertha Feiler, Hans Leibelt, Helmut Weiss
  • 1944 Der Engel mit dem Saitenspiel Hertha Feiler, Hans Söhnker, Hans Nielsen
  • 1944 Sophienlund Hannelore Schroth, Hans Quest, Harry Liedtke
  • 1948 Die kupferne Hochzeit Hertha Feiler, Peter Pasetti, Hans Nielsen
  • 1953 Briefträger Müller

Filmografie als producent

  • 1939 Der Florentiner Hut
  • 1939 Paradies der Junggesellen
  • 1940 Kleider machen Leute
  • 1941 Quax, der Bruchpilot
  • 1941 Hauptsache glücklich!
  • 1943 Ich vertraue Dir meine Frau an
  • 1944 Die Feuerzangenbowle
  • 1944 Der Engel mit dem Saitenspiel
  • 1947 Quax in Afrika
  • 1948 Berliner Ballade
  • 1949 Ich mach Dich glücklich
  • 1949 Das Geheimnis der roten Katze
  • 1950 Herrliche Zeiten
  • 1953 Briefträger Müller

TV

Overig

Autobiografie

Prijzen

  • 1938 Filmfestival Venetië voor Der Mustergatte
  • 1949 Bijzondere prijs van het Filmfestival Venetië voorBerliner Ballade
  • 1957 Golden Gate Award (Best Actor) voor Der Hauptmann von Köpenick
  • 1957 Kunstpreis der Stadt Berlin
  • 1957 Filmband in Gold (Beste hoofdrolspeler) voor Der Hauptmann von Köpenick
  • 1959 Ernst-Lubitsch-Preis
  • 1961 Preis der deutschen Filmkritik
  • 1961 Filmband in Gold (Beste hoofdrolspeler) voor Das schwarze Schaf
  • 1962 Bambi
  • 1963 Bambi
  • 1964 Bambi
  • 1965 Großes Verdienstkreuz des Verdienstordens der Bundesrepublik Deutschland
  • 1965 Bambi
  • 1966 Silberner Bildschirm der Zeitschrift TV-Hören und Sehen
  • 1967 Goldener Bildschirm
  • 1967 Bambi
  • 1968 Goldener Bildschirm
  • 1968 Bambi
  • 1969 Bambi
  • 1971 Bambi
  • 1972 Großes Verdienstkreuz des Verdienstordens der Bundesrepublik Deutschland mit Stern
  • 1972 Filmband in Gold voor zijn jarenlang en excellente werk voor de duitse filmindustrie
  • 1972 Goldene Leinwand voor bijzondere verdiensten
  • 1972 Ehrenmedaille der Spitzenorganisation der Filmwirtschaft (SPIO) voor zijn gehele cariière
  • 1972 Bambi
  • 1973 Bambi
  • 1977 Großes Verdienstkreuz des Verdienstordens der Bundesrepublik Deutschland mit Stern und Schulterband
  • 1977 Kultureller Ehrenpreis der Landeshauptstadt München
  • 1978 Bambi
  • 1981 Bayerischer Maximiliansorden für Wissenschaft und Kunst
  • 1982 Silberner Chaplin-Stock van het Verband Deutscher Filmkritiker
  • 1982 Goldene Ehrenmünze van de Stad München
  • 1984 Bambi
  • 1986 Bayerischer Filmpreis (Ereprijs)
  • 1989 Doctor honoris causa voor Kunst und Wetenschap van het land Noord-Rijnland-Westfalen
  • 1990 Goldene Berolina
  • 1992 Magdeburger Otto voor zijn gehele carrière
  • 1994 Goldene Kamera (postuum) voor zijn gehele carrière
  • 2006 Eerste prijs in decategorie Acteurs in het ZDF-programma Unsere Besten

Literatuur

  • Franz J. Görtz: Heinz Rühmann 1902 – 1994. Der Schauspieler und sein Jahrhundert. Beck, München 2001, ISBN 3-406-48163-9
  • Torsten Körner: Ein guter Freund: Heinz Rühmann. Aufbau-Verlag, Berlin 2003, ISBN 3-7466-1925-4
  • Hans-Ulrich Prost: Das war Heinz Rühmann. Bastei, Bergisch Gladbach 1994, ISBN 3-404-61329-5
  • Fred Sellin: Ich brech die Herzen..., das Leben des Heinz Rühmann. Rowohlt, Reinbek 2001, ISBN 3-498-06349-9
  • Gregor Ball, Eberhard Spiess, Joe Hembus (Hrsg.): Heinz Rühmann und seine Filme. Goldmann, München 1985, ISBN 3-442-10213-8
  • Hans Hellmut Kirst, Mathias Forster, et al.: Das große Heinz Rühmann Buch. Naumann & Göbel / VEMAG, Köln o.J., ISBN 3-625-10529-2
  • Michaela Krützen: „Gruppe 1: Positiv“ Carl Zuckmayers Beurteilungen über Hans Albers und Heinz Rühmann. In: Carl Zuckmayer Jahrbuch/ hg. von Günther Nickel. Göttingen 2002, S. 179-227

Trivia

Externe Links

Bronnen