Moderne dans

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

<type>thesau</type><id>488</id>

De term Moderne dans

Met de term moderne dans refereert men aan dansvoorstellingen die rond 1900 ontstonden en waarvan het bewegingsidioom niet was gebaseerd op de academische ballettechniek, zoals die is voortgekomen uit de gearrangeerde hofdansen aan de Italiaanse en Franse vorstenhoven en de oprichting in 1661 van de Academie Royale de Danse te Parijs. De term begint overigens pas eind 1920 in gebruik te raken.

Moderne dans in Amerika

In Amerika kwamen deze moderne dansvoorstellingen soms voort uit het varieté-achtige dansvermaak in ‘saloon’theaters van Amerika, bestaande uit een mix van acrobatiek, op exotische culturen geïnspireerde dansen en de folklore-dansen van diverse immigranten groepen uit Europa en vooral ook die van de afstammelingen van Afrikaanse slaven; hieruit zal zich de jazz- en schow-musicaldans ontwikkelen, min of meer tegelijk aan die van de moderne dans.

Vooral echter ontstonden deze moderne dans voorstellingen als reactie op het strenge en als rigide beschouwde academische bewegingsidioom van het klassiek ballet. Belangrijke rol daarbij heeft Isadora Duncan gespeeld die evenals anderen, op zoek ging naar bewegingen om haar individuele artistieke gevoel vorm te geven. Zij vond o.a. de grondslag daarvoor in de 19e eeuwse theorieën over muziek-educatie van de Franse musicuspedagoog François Delsarte. Haar voorstellingen opgebouwd uit gewone alledaagse bewegingen en geïnspireerd op afbeeldingen op antieke Griekse vazen waren in Europa een groot succes.

In Amerika zelf waren vooral Ruth St. Denis en Ted Shawn succesvol met exotische dansen. Zij stichtten in 1915 een school en vormden daarmee een artistiek centrum ‘Denishawn’ van waaruit het merendeel van alle invloedrijke Amerikaanse pioniers van de moderne dans zijn voortgekomen. Naast bijvoorbeeld Doris Humphrey en Charles Weidman, was de belangrijkste daarvan Martha Graham. Zij verliet in 1923 het centrum en ging haar eigen weg, richtte een school op, ontwikkelde en codificeerde haar bewegingstechniek en maakte choreografieën die door velen ook als de basis voor de latere ontwikkelingen in de moderne dans worden gezien. Haar choreografieën beelden vaak psychische zielsconflicten uit.

Moderne dans in Europa

In Europa echter kwam de moderne dans direct voort uit de theorieën van de Zwitserse muziekpedagoog Émile Jaques-Dalcroze, die zich eveneens baseerde op die van François Delsarte. Beiden verbonden muziek met natuurlijke bewegingen. Jaques-Dalcroze’s lesmethoden leidden o.m. tot het ontstaan van de methode van de Eurythmie die later ook tot dansvoorstellingen zouden leiden. Zijn bewegingsmethode was aanleiding voor de Hongaar Rudolf von Laban om de relatie van de bewegende mens met de ruimte om zich heen verder te bestuderen. Hij kwam daarbij tot theatrale bewegingsexperimenten die de naam Ausdrucktanz kregen en die door o.a. zijn leerlingen Mary Wigman en Kurt Jooss verder ontwikkeld werden in wat ook wel expressionistische dans wordt genoemd.

Vrijheid van expressie

De moderne dans is per definitie niet gebonden aan de academische ballettechniek. Zij richt zich in haar bewegingen op de natuurlijkheid of neemt andere fysieke uitgangspunten dan het academische ballet en stelt de vrijheid van expressie voorop. Hierdoor ontstonden er diverse individuele bewegingstechnieken en ontwikkelde de moderne dans zich in de eerste helft van de twintigste eeuw verder in verschillende stromingen. Naast de gecodificeerde techniek van Martha Graham, spreekt men bijvoorbeeld van de scholen en/of techniek van José Limon en Lester Horton in Amerika en die van Mary Wigman en de Jooss-Leeder Folkwang Hogeschool te Essen in Europa. Waren de bewegingsidiomen, stijlen en opvattingen over de scholing van dansers zeer uiteenlopend, choreografisch kan men zeggen dat alle moderne dans in de eerste helft van de 20stige eeuw voornamelijk expressionistisch gericht was, al waren er ook voorbeelden, meer en voornamelijk gericht op vorm en abstractie (Doris Humphrey, het Triadische ballet van Oskar Schlemmer).

Post-moderne dans

Vanaf de tweede helft van twintigste eeuw verzetten zich in Amerika diverse jongere dansers en choreografen in de moderne dans tegen de expressionistische tendens. Zij wilden pure dans maken, waarbij de vorm voorop stond en de inhoud/betekenis van ondergeschikt of geen belang was. Belangrijk figuur in deze tegenbeweging was Merce Cunningham, een voormalige solist uit het gezelschap van Martha Graham. Op basis van haar methodiek ontwikkelde hij een eigen techniek. Zijn choreografieën waren doorgaans gebouwd op toevalsprocedures, die hij o.m. ontleende aan de musicus/componist John Cage. Zijn leerling Robert Dunn verbond zich met diverse kunstenaars uit andere disciplines, waaronder uit de moderne dans. Zij vormden het Judson Dance Theatre en experimenteerden met gewone bewegingen om te komen tot een puur bewegingstheater dat evenals de voorstellingen van Merce Cunningham benoemd werd als post-moderne dans. Uit deze beweging kwamen choreografen/ danskunstenaars voort als Trisha Brown en Lucinda Childs. Uit de groep van Merce Cunningham o.a. Paul Taylor en Twyla Tharp.

De moderne dans en de daaropvolgende post-moderne dans blijven zich in de tweede helft van de twintigste eeuw in diverse richtingen verder ontwikkelen. Enerzijds steeds weer als reactie op een eerdere generatie en/of vernieuwing door beïnvloeding vanuit andere dansvormen en/of combinaties met andere theaterdisciplines of door ontwikkelingen en verbindingen met andere kunstdisciplines. Ondanks de verscheidenheid aan namen die aan deze nieuwe dansvormen worden gegeven, blijft men doorgaans toch gewoon spreken van moderne, dan wel eigentijdse dans.

Sleutelfiguren in de ontwikkeling van de Amerikaanse moderne dans tot en met de jaren ’80 van de vorige eeuw zijn:

Loïe Fuller, Isadora Duncan, Ruth St. Denis, Ted Shawn, Martha Graham, Doris Humphrey, Charles Weidmann, José Limon, Hanya Holm, Lester Horton, Joyce Trisler, Eric Hawkins, Merce Cunningham, Robert Dunn, Anna Halprin, Lucinda Childs, Twyla Tharp, Trisha Brown, Alwin Nikolaïs, Paul Taylor,

Belangrijke sleutelfiguren in de ontwikkeling van de moderne dans tot en met de jaren ’80 van de vorige eeuw en afkomstig uit Europa zijn: Emile Jaques Dalcroze, Rudolf von Laban, Oskar Schlemmer, Mary Wigman, Kurt Jooss, Sigurd Leeder, Pina Bausch

Moderne dans in Nederland

In Nederland ontwikkelde zich de Amerikaans moderne dans zich pas vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw. Vóór WOII had wel de Ausdrucktanz hier een plaats gehad, maar gezien de anti-Duitse sentimenten na 1945, niet meer. Koert Stuyf en Pauline de Groot, die beiden bij diverse belangrijke sleutelfiguren in Amerika hadden gestudeerd, manifesteerden zich in Nederland met opzienbarende danstukken en als leraren moderne dans. Uit hun studio’s kwamen de dansers/choreografen voort die van Nederland, internationaal gezien een belangrijk land voor de moderne dans maakten.

Dansers/choreografen die tot en met de jaren ’80 van de vorige eeuw aan de ontwikkeling van de moderne dans in Nederland hebben bijgedragen zijn o.a. Koert Stuyf, Pauline de Groot, Bart Stuyf, Truus Bronkhorst, Bianca van Dillen, Jacqueline Knoops, Beppie Blankert, Arnold Goores, Krisztina de Châtel, Willy Verkuil, Ruth Meyer, Ton Lutgerink, Amy Gale, Ricardo Anemaet, Lilian Bruinsma, Pauline Daniëls,

Voor een overzicht zie: Voorstellingen Moderne dans

Bronnen

Schrijf mee!

Wilt u deze pagina bewerken, corrigeren of aanvullen?

Iedereen kan eenvoudig meeschrijven aan de theatergeschiedenis op de Theaterencyclopedie. Hiervoor moet u ingelogd zijn op uw eigen account. Door eenmalig te registreren maakt u een eigen account aan. Helpt u mee de Theaterencyclopedie compleet te maken?

Fondsen en Partners