Jacoba Geertruida Grevelink – Hilverdink

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
NAAM: Jacoba Geertruida Grevelink – Hilverdink
GEBOREN: Amsterdam, 1786
OVERLEDEN: Amsterdam, 1827
LAND: Vlag van Nederland Nederland

http://mediaserver.tin.nl/getmedia.php?s=Repro-g000028.000-1&b=400

Portret van Geertruida Jacoba Grevelink-Hilverdink als Tullia in Brutus. Stippelgravure, anoniem, z.j.

Jacoba Geertruida Grevelink – Hilverdink (Amsterdam, 1786 – Amsterdam, 1827) was een Nederlandse actrice.

Biografie

Jacoba Geertruida Grevelink-Hilverdink was een dochter van A. W. Hilverdink en diens vrouw A. M. Gisser. Haar vader was aanvankelijk apotheker van beroep, maar ging later aan het toneel. Hij had tien kinderen, waarvan er drie een werkkring binnen het toneel vonden. Jacoba Geertruida trouwde met J. Grevelink, die van beroep marineofficier was.

Jacoba Geertruida was een getalenteerde actrice. Ze begon haar carrière bij een reizende groep acteurs van H. ’s-Gravesande. Vanaf 1804 speelde ze verschillende rollen in Den Haag en in de Rotterdamse schouwburg bij het toneelgezelschap van Ward Bingley, haar leermeester. Daar speelde ze twee belangrijke rollen, namelijk als Elmire in Tartuffe van Molière en als Julia in Romeo en Julia van Weisse.

In 1809 maakte ze haar debuut in Amsterdam als Olympia in het gelijknamige toneelstuk van Voltaire. Haar belangrijkste rol in Amsterdam was Tullia in Voltaires Brutus. Daarnaast heeft ze vele hoofdrollen vertolkt in toneelstukken van Racine, Von Kotzebue, Wiselius en Aarnoud van Egmond. Uit gegevens over toneelengagementen in 1809 en 1810 blijkt dat ze als belangrijke actrice in die jaren respectievelijk 1.500 en 1.700 gulden uitbetaald kreeg.

http://mediaserver.tin.nl/getmedia.php?s=Repro-sch00068.000-1&b=400

Joanna Ziesenis-Wattier (links) en Geertruida Grevelink-Hilverdink (rechts) als Klytaemnestra en Iphigeneia in Iphigeneia in Aulis. Schilderij door Louis Moritz (1773-1850). Collectie TIN.


Naast haar werk als actrice in vele tragedies, schreef ze ook een bewerking van het Franse toneelstuk De geveinsde zotheid door liefde. Daarbij was ze verbonden aan de rederijkerskamer ‘Het Genootschap voor Uiterlijke Welsprekendheid in Amsterdam’. Tevens heeft ze in Amsterdam vanaf 1821 enkele meisjes les in treurspel gegeven, bij het ‘Fonds ter opleiding en verdere onderrigting van tooneelkunstenaars voor den Stadsschouwburg te Amsterdam’.

Haar zeer godsdienstige levenshouding, die haar voortdurend deed twijfelen over haar beroep als actrice, heeft haar uiteindelijk op 46 jarige leeftijd tot de verdrinkingsdood gedreven. Ze liet, behalve haar man, ook twee kinderen achter. Waarschijnlijk is ze tot haar dood in Amsterdam blijven spelen. Ze werd daar gezien als een waardige opvolgster van steractrice Ziesenis-Wattier. In 1827 werd er, vlak voor haar dood, nog een benefietvoorstelling voor haar georganiseerd.

Bronnen

  • Joh. M. Coffeng, Lexicon van Nederlandse Tonelisten. Amsterdam, 1964.
  • Dr. M.B. Mendes da Costa, Tooneelherinneringen III. Amsterdam: Maatschappij tot verspreiding van goede en goedkope lectuur, 1929.
  • Henny Ruitenbeek, Kijkcijfers: de Amsterdamse Schouwburg 1814 - 1841. Hilversum, 2002.

Schrijf mee!

Wilt u deze pagina bewerken, corrigeren of aanvullen?

Iedereen kan eenvoudig meeschrijven aan de theatergeschiedenis op de Theaterencyclopedie. Hiervoor moet u ingelogd zijn op uw eigen account. Door eenmalig te registreren maakt u een eigen account aan. Helpt u mee de Theaterencyclopedie compleet te maken?

Fondsen en Partners