De Kleine Komedie, Amsterdam

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Klein-komedie.jpg
NaamDe Kleine Komedie, Amsterdam
Eerdere naamFransche Schouwburg, Amsterdam
PlaatsAmsterdam
TypeTheatergebouw
ArchitectAbraham van der Hart
Bouwjaar1786
 Website

Informatie

De Kleine Komedie, het oudste theater van Amsterdam, is een klassieke bonbonnière, gebouwd in 1786 aan de Amstel. Tot op de dag van vandaag is het de onbetwiste cabarettempel van Nederland en onmisbaar in het theaterlandschap. Bekende theatermakers zijn er groot geworden. Toon Hermans, Youp van ’t Hek, Brigitte Kaandorp, Maarten van Roozendaal, Sanne Wallis de Vries, Herman Finkers, Lebbis & Jansen, Acda & de Munnik, Theo Maassen en nog veel meer artiesten groeiden op in dit theater.

Geschiedenis van De Kleine Komedie

Het theatergebouw was achtereenvolgens in gebruik als:

  • Théâtre Français sur l'Erwtenmarkt, ook wel: Fransche Schouwburg aan de Erwtenmarkt of Fransche Comedie (1786-1854); zie ook: Fransche Schouwburg, Amsterdam
  • Neues Hochdeutsches Theater (1854-1855)
  • Schotse Zendingskerk (1855)
  • Collegezaal van de Vrije Universiteit (1880-1885)
  • Salvatori (1908-1935)
  • Fietsenstalling (1942-1945)
  • De Kleine Komedie (sinds 1948)

De schouwburg werd in 1786 gebouwd in opdracht van het Collège dramatique et lyrique, met het doel om Franse opera’s op te voeren die in de Stadsschouwburg van Amsterdam geen toegang kregen. Hoewel in principe alleen voor leden werd gespeeld, konden ook niet-leden een kwartier voor aanvang kaarten voor de onbezette plaatsen kopen. Tijdens een driedaags bezoek in september 1788 van stadhouder Willem V en zijn vrouw, woonde het vorstelijk paar op 3 september een vorstelling bij in de schouwburg aan de Erwtenmarkt.

Na de Franse revolutie en de vestiging van de Bataafse republiek in Nederland waren de voorstellingen voor iedereen toegankelijk en brak er een periode van ongekende bloei aan voor de Franse Schouwburg. Tot 1854 werden vele Franse opera’s en toneelstukken opgevoerd, in het Frans gezongen en gesproken.

In 1855 werd op het toneel ter begeleiding van kerkdiensten van de Schotse Zendingskerk, een orgel geïnstalleerd ter hoogte van het eerste balkon. Voor 1886 was het theater enige tijd in gebruik als collegezaal van de Vrije Universiteit. Vanaf 1886 waren er weer incidentele revue- en cabaretvoorstellingen. Na 1908 fungeerde het gebouw als een ontmoetingsplek voor rechtsgeoriënteerde protestanten, o.l.v. prof. dr. A. de Hartog, en voor de linkse vrijdenkers van De Dageraad van A.L. Constandse. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had de Amsterdamsche Bank het theater in gebruik als fietsenstalling voor de medewerkers.

Na de bevrijding zorgden Pierre Périn en Tilly Périn-Bouwmeester ervoor dat het gebouw zijn oorspronkelijke functie van theater terugkreeg. Bij de verbouwing van 1948, waarbij het hele interieur werd verwijderd, werd ook hoekpand Amstel 56 betrokken. De opnieuw aangebrachte balkons hebben een helling gelijk aan de zaalvloer. Na een succesvolle periode keurde de brandweer het gebouw in 1973 af. In 1978 werd het theater, weer met hulp van particuliere gelden van Amsterdammers, gerenoveerd en heropend. In 1988 werd het theater wederom bijna gesloten, toen de gemeente Amsterdam de subsidie dreigde in te trekken. Na een overweldigende actie van artiesten (onder aanvoering van Youp van 't Hek) en publiek werd het besluit herroepen.

Bronnen

  • Hanenberg, P. van den. (2012). De Kleine Komedie, een geschiedenis. Amsterdam: Nijgh & van Ditmar.

Schrijf mee!

Wilt u deze pagina bewerken, corrigeren of aanvullen?

Iedereen kan eenvoudig meeschrijven aan de theatergeschiedenis op de Theaterencyclopedie. Hiervoor moet u ingelogd zijn op uw eigen account. Door eenmalig te registreren maakt u een eigen account aan. Helpt u mee de Theaterencyclopedie compleet te maken?

Fondsen en Partners