Andries Voitus van Hamme

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portret van Andries Voitus van Hamme in een dans 99933.jpg

Andries van Hamme in een dans, albuminedruk, ca. 1860.
NaamAndries Voitus van Hamme
Geboren16 maart 1796
Amsterdam
Overleden9 oktober 1868
Amsterdam
BeroepChoreograaf, Balletmeester, Danser

Andreas Petrus Voitus van Hamme, roepnaam Andries (Amsterdam, 16 maart 1796 – Amsterdam, 9 oktober 1868) was danser, dansmeester en schouwburgdirecteur.

Biografie

Zowel de vader (Van Hamme) als de moeder (Voitus van Pol) van Andries Voitus van Hamme stamde uit een theater- en dansfamilie. Waarschijnlijk betrad Andries van Hamme al op zesjarige leeftijd het toneel van de Hollandschen Schouwburg. Hij trouwde twee keer en kreeg negen kinderen, van wie er vier later ook als danser zijn gaan optreden.

Van Hammes leermeester was Jan van Well. Vanaf het seizoen 1815/1816 vertolkte Van Hamme tientallen jaren lang Arlequin-rollen in de Harlekinades van Van Well. Na diens dood ging hij zelf stukken maken, soms teruggrijpend op het werk van zijn meester, maar ook maakte hij eigen werk. De toover-lamp uit 1825 was zijn eerste succes, een harlekinade met een Aladdin-thema, die zeventien keer werd opgevoerd. In 1818 werd hij benoemd als balletmeester van de Amsterdamse schouwburg, een positie die hij tot zijn dood zou houden.

Vanuit deze positie heeft Van Hamme een groot oeuvre weten op te bouwen - deels eigen werk, deels bewerkingen van buitenlandse producties. Dat oeuvre bestond uit alle toen bekende balletsoorten: harlekinades, dramatische en komische balletpantomimes, balletdivertissementen en balletintermezzi bij opera’s, zangspelen en toneelstukken. De inspiratie voor zijn eigen balletpantomimes vond hij onder andere in de literatuur (Jacob Cats’ ridderverhalen, de verhalen van Moeder de Gans, sprookjes) maar hij bewerkte ook operaplots en melodrama’s. In zijn vroege werk is al een sterke hang naar de romantiek te vinden. Thema’s als het avontuur, het vreemde en exotische komen vaak terug, geheel in lijn met de smaak van de tijd. Van Hamme danste zelf vaak ook mee in zijn eigen balletten. Aan het eind van zijn leven had hij ongeveer tweehonderd balletten op zijn naam staan.

In 1841 nam Van Hamme met zes anderen het bestuur van de Amsterdamse Stadsschouwburg over. Al snel kwam het uitgevoerde repertoire onder invloed van Van Hamme en Jan Eduard de Vries. Zij probeerden de inkomsten te verhogen met pakkende melodrama’s en balletten. Het romantisch ballet was toen echter net over zijn hoogtepunt heen. Vanaf 1840 werd er in de balletten meer en meer gefocust op het spektakel en het entertainment.

Ondanks dat was Van Hamme in zijn tijd een veel geroemde figuur. Dat blijkt ook uit de vele benefietvoorstellingen die voor hem zijn gehouden, zoals in 1858 ter ere van zijn vijftigjarige verbintenis aan de Amsterdamse schouwburg. Uiteindelijk heeft hij ongeveer 200 balletten gemaakt, de laatste in 1867.

Jubilea

  • 25-jarig jubileum in de Stadsschouwburg op 8-12-1831.
  • 40-jarig jubileum in de Stadsschouwburg op 6-1-1848.
  • 50-jarig jubileum in de Stadsschouwburg op 21-4-1858.
  • 60-jarig jubileum in de Stadsschouwburg op 16-2-1863.
  • 66-jaar in de Stadsschouwburg op 15-4-1868.

Overig

Gehuwd met Maria Colpaar (overleden 30-9-1834).

Gehuwd met Margaretha Rosina Henrietta Bia op 27-5-1835.

Ouders J.F. van Hamme en G.C. Voitus (van Poll).

Bronnen

  • Hans Uitman, De schouwburg liep vol wanneer het ballet begon: Hoogtepunten van het romantische ballet in Amsterdam (1836 – 1861), Amsterdam: Theater Instituut Nerderland, 2001
  • J.A. Worp, Geschiedenis van den Amsterdamschen schouwburg. Amsterdam 1920


Schrijf mee!

Wilt u deze pagina bewerken, corrigeren of aanvullen?

Iedereen kan eenvoudig meeschrijven aan de theatergeschiedenis op de Theaterencyclopedie. Hiervoor moet u ingelogd zijn op uw eigen account. Door eenmalig te registreren maakt u een eigen account aan. Helpt u mee de Theaterencyclopedie compleet te maken?

Fondsen en Partners