André van Duin: Biografie - André van Duin en Adri Kyvon

Uit TheaterEncyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fout bij het aanmaken van de miniatuurafbeelding: Bestand is zoek
Fout bij het aanmaken van de miniatuurafbeelding: Bestand is zoek
André van Duin, 1975.

Een Leven Lang Theater André van Duin:


André van Duin en Adri Kyvon

Fout bij het aanmaken van de miniatuurafbeelding: Bestand is zoek

'Koning van de kolkende lach', zo wordt André van Duin door de journalist die hem in 2008 voor het Volkskrant Magazine interviewde genoemd. Zo kennen al die miljoenen mensen die de volkskomiek in de loop van de afgelopen vijftig jaar hebben zien optreden, in het theater of op televisie, hem het beste. Hij heeft een sprookjesachtige carrière, zonder echte mislukkingen, met zijn shows in het theater, zijn Dik Voormekaar Show op de radio, zijn ontelbaar veel verschillende programma's op televisie, al die carnavalskrakers én mooie en gevoelige liedjes op de plaat en dan ook nog drie bioscoopfilms: wie de afgelopen vijftig jaar in Nederland heeft gewoond, kan niet om André van Duin heen.

Hij is inderdaad de koning van de kolkende lach, de vrolijke artiest die soms alleen maar een gekke bek hoeft te trekken om mensen in hun broek te laten plassen van het lachen, maar hij is ook Adri Kyvon, een rustige, introverte, nuchtere, realistische en liefst niet op de voorgrondtredende vakman met een privéleven. In die zin lijkt hij op zijn moeder, ze had dezelfde rust en kalmte als haar zoon. Hoewel zij en haar man alle premières van hun zoon bijwoonden, keek ze op dergelijke feestjes het liefst onopvallend, vanuit een hoekje toe. Op zo'n avond was Van Duin natuurlijk het middelpunt van het feest, maar hij heeft in interviews regelmatig laten weten een grondige hekel aan premières te hebben. Die rust kenmerkt volgens Van Duijn meer komieken. "Toen ik Tommy Cooper voor het eerst ontmoette, merkte ik dat ook. Die man is heel rustig, zit lekker thuis wat met je te keuvelen over het vak en zo. Ik weet niet wat het is, mijn aard, nogmaals. Weet je, mensen zijn in de omgang dikwijls heel erg druk, ik niet. Ik houd me altijd koest. Gaat automatisch. Alleen, ik kan accuut exploderen als er een microfoon of camera in de buurt staat. Hup, meteen kan ik daarmee uit de voeten. Van het ene moment op het andere. Ik heb het al eens eerder gezegd. Ik zou verschrikkelijk moe worden van mezelf als ik altijd maar lollig zou moeten zijn." (Televizier, 18 september 1982)

Fout bij het aanmaken van de miniatuurafbeelding: Bestand is zoek

In interviews omschrijft Van Duin zichzelf regelmatig als een koude kikker. "Ontroering voel ik weinig. Ik ben niet zo emotioneel. Ik weet niet goed wat dat is. Ik heb te weinig tranen in mijn ogen. En dat voel ik wel als een gemis, maar dat is nu eenmaal zo. Ik kan me niet uiten in emoties. En ik ben altijd aan het werk. Dat houdt nooit op. Altijd ben ik bezig met de voorbereiding." (De Gelderlander, 21 oktober 1989)

André van Duin is de artiestennaam die de vijftienjarige Adri Kyvon voor zichzelf bedacht toen hij de stoute schoenen aantrok en alle Nederlandse omroepen een briefje stuurde met de vraag of hij, omdat hij zo graag conferencier wilde worden, niet een proeve van bekwaamheid zou mogen afleggen. Ondanks dat heel Nederland hem kent als André van Duin, bestaat ook Adri Kyvon nog altijd. Over Van Duin praat hij vaak in de derde persoon. "Ik vind die man wel grappig, ja. Het is wel iemand die zijn vak verstaat. Maar ik vind hem ook vaak erg vervelend. Dan denk ik: wat is-ie druk, wat vertelt-ie irritante grappen. Ik kan me dan best voorstellen dat mensen een hekel aan me hebben." De artiest Van Duin kent zijn eigen vakmanschap, weet wat hij goed kan en doet dat ook. Wanneer hem wordt gevraagd of hij geen behoefte heeft om te kijken wat er nog meer in het vat zit, antwoordt hij: "Nee. Ik heb bij de Dikvoormekaar-show wat meer grenzen opgezocht, maar dan wel altijd achter typetjes. Het hóórt niet bij me." Hij beaamt de suggestie van de journalist dat je dat artistieke luiheid zou kunnen noemen. "Dat denk ik zeker. Ik ben ontzettend lui, vind het héérlijk om niks te doen." (...) "Het is voor mij vooral het gevolg van niet meer hoeven. Ik kan op mijn gemak de krenten uit de pap halen. Dat werkt luiheid in de hand. Die drive van Paul de Leeuw mis ik gewoon. Hij is een soort adhd-patiënt; wil zich overal mee bemoeien, zichzelf voortdurend bewijzen, overal bij zijn. Ik vind het juist heerlijk om ergens niet bij te zijn. De uitreiking van de Televizierring, de opening van zusenzo, de première van hutsefluts... Voor mij hoeft dat allemaal niet. (Volkskrant Magazine, 25 oktober 2008)

Fout bij het aanmaken van de miniatuurafbeelding: Bestand is zoek

Producent Joop van den Ende, met wie Van Duin al decennia lang samenwerkt, heeft hem in de loop der jaren goed leren kennen: "André kan wel degelijk spontaan zijn en zich uitstekend vermaken, maar wel op voorwaarde dat hij zich onder z'n eigen mensen bevindt. Dan kun je echt met hem lachen. Het is nooit stil, als hij er bij is. Maar als er mensen bij zijn, die hem alleen als de komiek kennen, is André meteen een stuk stiller. Volgens mij heeft André van Duin drie persoonlijkheden: de komiek als hij werkt, de rustige man als hij niet werkt en zich in gezelschap van vreemden bevindt, en de gezellige man als hij thuis met vrienden is." (Panaroma, Kerstnummer 1979)

Het zou heel goed kunnen kloppen, maar zelf zegt Van Duin dat niemand hem echt kent: "Er is niemand die hoogte van mij krijgt. Ikzelf ook niet. Ik kan 's morgens razend enthousiast zijn, en 's middags zie ik 't niet meer zitten. Ik ben verschrikkelijk wispelturig. Ik ben ook nooit zeker van mijn zaak. Twijfels, twijfels, altijd maar twijfels. Ik weet ook nog steeds niet of de mensen me wel aardig vinden, en zo ja wanneer." Theo Rekkers, Van Duin's manager sinds het allereerste begin, kan dit beamen: "Aan de ene kant is André een vertederende, alle vertrouwen gevende jongen; aan de andere kant kan hij bokkig en stug zijn, alsof je hem voor de eerste keer ontmoet. Het is iemand, die in grote spanning leeft, maar dat door zijn introverte karakter niet kan laten zien. Hij stelt zichzelf niet in staat om zijn emoties te uiten. Ik ben misschien één van de weinige mensen die dit één of twee keer in al die jaren hebben meegemaakt." (Panaroma, Kerstnummer 1979)

Fout bij het aanmaken van de miniatuurafbeelding: Bestand is zoek

Als artiest heeft Van Duin de mensen altijd willen amuseren, en niet kwetsen, zoals veel cabaretiers dat wel kunnen doen. Het is één van de redenen waarom Van Duin zichzelf nooit cabaretier zou noemen maar altijd volkskomiek. Ook buiten het vak stoot hij liever geen mensen voor het hoofd. "Ik ben een aardige jongen. Ik heb zelfs een andere bel op mijn fiets laten zetten omdat hij te agressief klonk. Zo'n harde tring geeft al gauw het idee dat je er per se door moet. Nu heb ik een veel sympatiekere dingdong." (Het Parool, 5 juni 2004)

Van Duin is ontzettend trouw aan de mensen om hem heen, en zij aan hem. Dat blijkt in de eerste plaats uit de mensen met wie hij werkt. Managers Theo Rekkers, Huug Kok en later Ilonka Kröner, producent Joop van den Ende, regisseur Guus Verstraete jr., collega's Frans van Dusschoten, Corrie van Gorp en Ferry de Groot, met hen allemaal heeft Van Duin decennia lang samengewerkt, en met sommigen bestaat die samenwerking nog altijd. In interviews met kranten en tijdschriften wordt hen regelmatig naar de aard van de samenwerking met Van Duin gevraagd, en allemaal benadrukken ze zijn vakmanschap en het feit dat Van Duin in en buiten de schijnwerpers heel verschillend kan zijn. Met mensen uit zijn privé-omgeving bestaan veel minder interviews, maar ook daarin lijkt Van Duin ontzettend trouw te zijn. Bovendien zijn sommigen uit zijn werkomgeving inmiddels zo vertrouwd dat zij ook vrienden zijn. Al lijkt de druk bezette Van Duin weinig tijd voor een druk sociaal leven naast zijn werk te hebben. Met zijn ouders had hij in elk geval een goede en warme band, en van 1974 tot 1995 deelde hij zijn leven met Wim van der Pluijm. Inmiddels is hij - sinds 2006 - getrouwd met Martin Elferink.

Fout bij het aanmaken van de miniatuurafbeelding: Bestand is zoek

Met Wim van der Pluijm leefde Van Duin 21 jaar samen, totdat hij in 1995 overleed. Ze woonden altijd buiten de stad, met honden, hangbuikzwijntjes en kippen om zich heen. Wim was een horecaman in hart en nieren, gezellig, sociaal en de perfecte gastheer. Van Duin: "We hebben altijd een perfecte relatie gehad. Hij deed het huis en het eten, de PR - niet het zakelijke, maar met mensen. Hij wist altijd alles: de telefoonnummers, de kinderen, de vrouwen. HIj kende iedereen. Ik ben daar heel slecht in." (HP/De Tijd, 28 janauri 1996) Wim bleef lang buiten de publiciteit. Hij had net als Van Duin een druk leven, maar als ze thuis waren, waren ze gesteld op de rust van het buitenleven. "André wordt nooit boos. En zenuwachtig is hij alleen een heel klein beetje bij de première van zijn shows. André voelt zich het meest op z'n gemak met een kopje koffie en een koekje, onderuitgezakt voor de tv of de video! Net als de 'gemiddelde Nederlander' vermoed ik." (Wim van der Pluijm in Privé, 13 september 1980)

André van Duin en Wim van der Pluijm verhuisden begin jaren negentig naar Aruba. Van Duin: "Als je alcoholist wilt worden moet je op dat eiland gaan wonen. Iedereen zuipt zich daar te pletter, omdat er verder niet zoveel te doen is. Dus dat was een beetje de kat op het spek binden." Zelf is Van Duin een zeer matige drinker. De dood van Wim zagen ze min of meer aankomen, Van der Pluijm wist dat niet stoppen het einde zou betekenen, en ging toch door. "Ik berust gauw in dingen. Gaat het niet goed, probeer ik het goed te krijgen. Lukt dat niet, dan niet. Ik vond het hardstikke jammer en triest en noem alle superlatieven maar op die er zijn, maar ik had ook iets van: c'est ça." (André van Duin in De Volkskrant, 22 oktober 1998)

Na Wim's overlijden zet Van Duin het huis en inboedel op Aruba te koop en gaat zelf in de Amsterdamse binnenstad wonen. Op 23 december 2006 trouwt hij met Martin Elferink. Ze kennen elkaar dan al vijftien jaar waarvan ze vier jaar een relatie hebben. "Martin is een gemakkelijk mens. We hebben nooit woorden. Hij is net als ik lekker huiselijk en vindt het prima om zomaar met mij op de bank te zitten. Volgens Martin is André "gewoon de liefste man van de hele wereld." (Telegraaf, 14 december 2006)

Schrijf mee!

Wilt u deze pagina bewerken, corrigeren of aanvullen?

Iedereen kan eenvoudig meeschrijven aan de theatergeschiedenis op de Theaterencyclopedie. Hiervoor moet u ingelogd zijn op uw eigen account. Door eenmalig te registreren maakt u een eigen account aan. Helpt u mee de Theaterencyclopedie compleet te maken?

Fondsen en Partners