Anton P. Tsjechov

Uit TheaterEncyclopedie
(Doorverwezen vanaf A. Tchekov)
Ga naar: navigatie, zoeken
Anton Chekhov 1904.JPG

Laatste foto van Anton P. Tsjechov, April 1904
NaamAnton P. Tsjechov
Geboren29 januari 1860
Taganrog
Overleden15 juli 1904
Badenweiler
BeroepAuteur

Anton Pavlovitsj Tsjechov (Russisch: Антон Павлович Чехов) (Taganrog, 29 januari 1860 – Badenweiler, 15 juli 1904) was een Russisch schrijver, voornamelijk van toneelstukken en korte verhalen. Met name als schrijver van korte verhalen wordt Tsjechov door velen beschouwd als een der grootsten uit de literatuurgeschiedenis, zo niet de grootste.

Biografie

Anton Pavlovitsj Tsjechov wordt geboren in Taganrog, een havenstad in Zuid-Rusland, als derde zoon van een kruidenier. In 1876 vlucht zijn vader voor schuldeisers naar Moskou. Anton blijft in Taganrog om er het gymnasium af te maken. Drie jaar later, in 1879, voegt de jonge Tsjechov zich bij zijn familie in Moskou en begint zijn studie medicijnen. In 1884 studeert hij af als arts en begint een eigen praktijk, die hij echter twee jaar later alweer sluit om zich volledig aan het schrijven te wijden.

Tijdens zijn studie en later in beginjaren als arts komt Tsjechov in contact met allerlei menselijke ellende, ziekte en dood, ervaringen die zijn kennis van de menselijke psyche verrijkten.

In 1890 reist Tsjechov naar het verbanningseiland Sachalin, waar zich een strafkolonie bevindt. Een jaar later zet Tsjechov een hulpverleningsactie op poten voor boeren om de hongersnood tegen te gaan. Ook zet Tsjechov zich in bij de bestrijding van een cholera-epidemie (1892). In 1897 openbaart zich tuberculose. Tsjechov koopt een landgoed bij Jalta op de Krim (1898), waar hij onder andere Leo Tolstoj en Maxim Gorki ontmoet.

Tsjechov trouwt in 1901 met de succesvolle Russische actrice Olga Knipper, die eerder ook al in zijn eigen stukken acteerde (Oom Vanja, De Drie Zusters).

In 1903 gaat zijn gezondheidstoestand snel achteruit. Hij schrijft nog maar weinig, alleen De Kersentuin weet hij nog af te ronden. In 1904 vertrekt hij naar het Duitse kuuroord Badenweiler waar hij overlijdt aan de gevolgen van gevorderde tuberculose. Een week later komt het stoffelijk overschot in Moskou aan. Tijdens de reis staat de kist in een goederenwagon waarop geschreven staat Verse Oesters. Hij is begraven op de Novodevitsji-begraafplaats.

Korte verhalen

In 1880 publiceert Tsjechov zijn eerste korte verhalen in het Peterburgse blad ‘De Libelle’ onder het pseudoniem Antosja Tsjechonte. Vaak zijn het nog boertige schetsen over grappige onderwerpen zoals schoonmoeders. In 1884 verschijnt zijn eerste bundel. Tsjechov/Tsjechonte heeft succes met zijn verhalen en langzamerhand begint ook de literaire belangstelling toe te nemen, onder meer van A. Soevorin, in wiens bekende dagblad ‘Nieuwe Tijd’ Tsjechov vanaf 1886 zijn verhalen publiceert.

In 1888 ontvangt Tsjechov de Poesjkinprijs voor de bundel In de schemering. Rond 1888 heeft Tsjechov zijn unieke niveau als schrijver van korte verhalen ook definitief gevonden. De 58 verhalen geschreven van het begin van dat jaar tot aan zijn dood, verschaffen hem een speciale plaats in de wereldliteratuur. De betekenis van deze verzameling steekt grote romans als Oorlog en Vrede (Leo Tolstoj) en De gebroeders Karamazov (Dostojevski) naar de kroon. Het zijn stuk voor stuk juweeltjes. Tsjechov wordt dan ook beschouwd als de grootste Russische schrijver van korte verhalen, door sommigen zelfs in de wereldliteratuur.

Op een karakteristieke rustige toon schrijft Tsjechov over een bonte verzameling van mensen, onderwerpen en problemen, waarbij hij streeft naar een diepe, veelzijdige psychologische analyse. Hij toont zich vooral waarnemer, heeft een hekel aan preken. Tsjechov wijdt in zijn verhalen veel aandacht aan conflicten, onderzoekt alle aspecten van het conflict, maar suggereert zelden een oplossing. Veel van zijn verhalen hebben een open einde.

Enkele bekendste verhalen zijn De weddenschap (1888), Een trieste geschiedenis (1889), Zaal no. 6 (1892), De man in het foedraal (1898), Kruisbessen (1898) en De Dame met het Hondje (1899). In dat laatste verhaal behandelt hij de plotselinge verliefdheid tussen twee getrouwde mensen tijdens een vakantie op De Krim, maar terwijl deze nog zoeken naar een oplossing breekt Tsjechov het verhaal af: ook hier geen oplossing.

In de periode 2005-2010 werden de verzamelde verhalen van Tsjechov opnieuw in het Nederlands vertaald door Tom Eekman, Aai Prins en Anne Stoffel (Russische Bibliotheek).

Toneel

Tsjechov mag ook tot de grootste Russische dramaturgen worden gerekend. Zijn werk wordt wereldwijd nog steeds op de planken gebracht.

In het begin van de jaren 80 van de 19e eeuw schreef hij al diverse eenakters en in 1887 gaat zijn eerste serieuze toneelstuk Ivanov in première. Het volgende toneelstuk, De Bosgeest, dat in 1889 in première gaat, wordt echter een mislukking. De Peterburgse première van het toneelstuk De Meeuw wordt ook een fiasco en Tsjechov neemt zich even voor nooit meer een toneelstuk te schrijven. Nadat De Meeuw echter door het Moskouse kunsttheater op de planken wordt gebracht komt het grote succes. Met Oom Vanja (1899) (met Olga Knipper als Yelena) en De drie zusters (1901) is zijn naam als toneelschrijver definitief gevestigd. Op zijn sterfbed rondt hij nog De Kersentuin (1904) af.

Tsjechov stond met zijn toneelwerken aan de basis van het psychologisch realisme en schiep het zogenaamde 'stemmingstheater': personages die zich doorheen het hele stuk proberen te ontworstelen aan hun uitzichtloze of saaie situatie. Hij had kritiek op de parasiterende burgerij en sympathie voor de gewone man, en werd later door de eerste communistische machthebbers als voorbode van de revolutie beschouwd (onder Stalin verdween hij echter langzaam in de ban).

Voorstellingen Tsjechov in Nederland

Voor een overzicht van de premières van de stukken van Tsjechov in Nederland, zie Overzicht premières toneelstukken van Anton P. Tsjechov in Nederland

Literatuur

R. Hingley: De Russische roman, 1967, Antwerpen

A. Bachrach e.a.: Encyclopedie van de wereldliteratuur, 1980, Bussum

Karel van het Reve: Geschiedenis van de Russische literatuur, 1985, Amsterdam

E. Waegemans: Russische letterkunde, 1986, Utrecht

Maarten Tengbergen: Klassieken van de Russische literatuur, 1991, Utrecht

Michail Tsjechov: Rondom Tsjechov. 1988, Amsterdam

Externe Links

Zie Website Tsjechov

Bron

Schrijf mee!

Wilt u deze pagina bewerken, corrigeren of aanvullen?

Iedereen kan eenvoudig meeschrijven aan de theatergeschiedenis op de Theaterencyclopedie. Hiervoor moet u ingelogd zijn op uw eigen account. Door eenmalig te registreren maakt u een eigen account aan. Helpt u mee de Theaterencyclopedie compleet te maken?

Fondsen en Partners