Canon:1990

Uit TheaterEncyclopedie
(Doorverwezen vanaf 1990)
Ga naar: navigatie, zoeken

Canonlogo.jpgOprichting van Comedytrain

Stand-up comedy: de introductie van een (veelkleurig) cabaretgenre

Oprichting Comedytrain

In maart 1990 plaatste ene Raoul Heertje een advertentie in de Volkskrant. Hij riep ‘beginnende, aanstormende en miskende talenten’ op om zich aan te melden voor een ‘stand-up comedy night’. Heertje was zelf ook zo’n ‘miskend talent’. Hij had in 1989 auditie gedaan voor het cabaretfestival Cameretten, maar was onmiddellijk naar huis gestuurd. Volgens Heertje waren de drukbezochte cabaretfestivals ook helemaal niet de juiste omgeving voor jonge cabaretiers: die moesten de gelegenheid hebben om zich in een intieme setting artistiek te ontwikkelen. Na de oproep in de Volkskrant sloten Theo Maassen, Arthur Umbgrove en John Jones zich bij hem aan. Comedytrain - een gezelschap dat zich richtte op het trainen van aanstormend talent - was een feit.

Raoul Heertje, ca. 2002. Foto: Karel Zwaneveld. Collectie TIN Affiche Comedytrain: De Nederlandse Stand-up comedians, 1994. Ontwerper onbekend. Collectie TIN Comedytrain - Nederlands beste stand-up comedians voor Toomler, 1992. Met: Nico van der Knaap, Daan Vree, Najib Amhali, Hans Teeuwen, Thomas Acda, Bas Grevelink, Joep Stassen, Pieter Bouwman, Raoul Heertje, Rob Jansen, Marc  Scheepmaker. Foto: Maurice Boyer/Hollandse Hoogte. Collectie TIN

Stand-up comedy

De korte, humoristische performances die je bij de Comedytrain te zien kreeg hadden meer weg van stand-up comedy dan van cabaret. Stand-up comedy heeft zijn wortels in de VS. Bekende Amerikaanse comedians als Lenny Bruce en Richard Pryor zijn voor de stand-uppers van de Comedytrain dan ook vanaf het allereerste begin een bron van inspiratie geweest. De stand-upper onderscheidt zich van de cabaretier door zijn schijnbare pretentieloosheid: hij presenteert geen verhaal met een rode draad, maar praat zijn grappen losjes aan elkaar. Veel tijd om lange verhalen te vertellen heeft de comedian ook niet; de stand-up act duurt in de regel niet langer dan twintig minuten.

Korte optredens voor een rumoerig publiek

Het grote voordeel van stand-up comedy is dat degenen die optreden deel uitmaken van een avondvullend programma, en dat ze dus niet in hun eentje verantwoordelijk zijn voor het welslagen van de avond. Omdat er in cafés en clubs wordt opgetreden, voor een vaak rumoerig publiek, heeft de stand-upper al snel in de gaten welke grappen goed werken en welke niet. Ook moet hij, als het publiek luidruchtig wordt of zich met het optreden gaat bemoeien, in staat zijn om ad rem te reageren.

Een thuishonk in de kelder van het Hilton

Comedytrain bleek een succes. De leden kregen de kans om veel vlieguren te maken en leerden van de kritiek die door hun collega comedians geleverd werd. De eerste jaren leidde het gezelschap een zwervend bestaan – er werd getoerd langs kroegen en de groep vond tijdelijk onderkomen in het Betty Asfalt Complex. Maar de behoefte aan een eigen speelplek groeide. In 1996 werd Toomler geopend, een comedycafé in de kelder van het Amsterdamse Hilton Hotel. Dit café werd het thuishonk van Comedytrain. Op dat moment was het aantal stand-uppers in Nederland al behoorlijk gegroeid en had het genre al een veel bredere bekendheid. Vanaf 1999 zou Jörgen Raymann jarenlang het programma Comedy Factory presenteren, waarin hij stand-up comedians uit binnen- en buitenland ontving.

Ai man, 't is Jörgen Raymann van Jörgen Raymann, 1999. Foto: Petterik Wiggers. Collectie TIN

Invloed op het cabaret

Vanaf de jaren ’90 is er sprake van een kruisbestuiving tussen cabaret en stand-up comedy. Stand-uppers maken na verloop van tijd vaak de overstap naar de theaterpodia en cabaretiers gebruiken de comedyclub graag als try-outpodium. Jan Jaap van der Wal, Marc-Marie Huijbregts, Sanne Wallis de Vries, Eric van Sauers en Hans Teeuwen zijn slechts enkele voorbeelden van comedians die zich ontwikkelden tot cabaretier. De cabaretiers die hun carrière begonnen in de comedyclub verloochenen hun stand-up achtergrond meestal niet: zij zingen niet of nauwelijks en spelen weinig tot geen typetjes, decors en kostuums zijn in hun voorstellingen opvallend afwezig en hun programma's kennen doorgaans geen dwingende verhaallijn. Onder invloed van de Nederlandse stand-up comedy is niet alleen de vorm van de cabaretvoorstelling veranderd. Ook het aantal niet-blanke cabaretiers is behoorlijk in aantal toegenomen. Veel van hen, onder wie Najib Amhali, maken hun etnische achtergrond tot onderwerp van hun voorstellingen. Tot nu toe heeft dat er overigens niet toe geleid, dat ook een groot niet-blank publiek zijn weg naar de theaters heeft gevonden.


Out Now! van Jan Jaap van der Wal, 2001. Foto: Martin Oudshoorn. Collectie TIN Free Fight van Najib Amhali, 2001. Foto: Martin Oudshoorn. Collectie TIN Affiche Sop van Sanne Wallis de Vries, 1997. Ontwerp: Brordus Bunder. Foto: Thom Hoffman. Collectie TIN Eric van Sauers, 2005. Foto: Marjan Genot. Collectie TIN Met een Breierdeck van Hans Teeuwen, 1995. Foto: Ulbo de Sitter. Collectie TIN


Dit is één van de canonteksten. Voor meer informatie zie: Canon van het Theater in Nederland

Schrijf mee!

Wilt u deze pagina bewerken, corrigeren of aanvullen?

Iedereen kan eenvoudig meeschrijven aan de theatergeschiedenis op de Theaterencyclopedie. Hiervoor moet u ingelogd zijn op uw eigen account. Door eenmalig te registreren maakt u een eigen account aan. Helpt u mee de Theaterencyclopedie compleet te maken?

Fondsen en Partners