Canon:1979

Uit TheaterEncyclopedie
(Doorverwezen vanaf 1979)
Ga naar: navigatie, zoeken

Canonlogo.jpgNieuwe media, concepten en werkwijzen in de Nederlandse dans

Het jaar 1979 markeert een belangrijk punt in de ontwikkeling van de Nederlandse dans. In dat jaar werd een aantal vernieuwingen geïntroduceerd die van blijvend belang bleken te zijn voor de Nederlandse dans zoals die zich in de jaren daarna, in al zijn veelsoortigheid, zou ontwikkelen.

Live: twee dansers en een cameraman

Op 2 juni 1979 ging in Carré het programma Live/Life in première. Het was een tweeluik van Hans van Manen en de twee andere huischoreografen van Het Nationale Ballet (Rudi van Dantzig en Toer van Schayk), maar het was met name de bijdrage van Van Manen die een nieuwe impuls betekende. Zijn Live was een choreografie voor een danseres (Coleen Davis), een danser (Henny Jurriëns) en een cameraman (Henk van Dijk). Het was die laatste die er voor zorgde dat er een choreografie van een hele nieuwe orde ontstond. Terwijl hij, als in een intiem duet, met Coleen Davis meebewoog en steeds een andere hoek koos, op haar gezicht en lichaam inzoomend, werden zijn opnamen live op een enorm scherm geprojecteerd.

In het tweede deel verdwenen Davis en Van Dijk van het podium en kon het publiek via de projectie volgen hoe de danseres met Jurriëns een conflict ‘uitvocht’ in de gangen van Carré. Na een korte flashback op het scherm, die iets verraadde over de voorgeschiedenis van de twee, zag het publiek Davis over straat weglopen. De bewegende dansers, de bewegende cameraman en de onophoudelijk bewegende achtergrond leverden niet alleen een overweldigende theaterervaring op. Dit integrale, dramatisch gebruik van video in een voorstelling, waarbij de fysieke ruimte van het podium werd opgerekt, betekende een enorme impuls voor het gebruik van video en andere nieuwe media in het theater.

Live/Life; Coleen Davis. Foto: Jorge Fatauros. Collectie TIN Live/Life; Coleen Davis en Henk van Dijk. Foto: Jorge Fatauros. Collectie TIN Live/Life; Coleen Davis. Foto: Jorge Fatauros. Collectie TIN Live/Life; V.l.n.r.: Henny Jurriëns, Coleen Davis, Henk van Dijk. Foto: Jorge Fatauros. Collectie TIN

Doorbraak van de moderne dans

Een klein half jaar later, in november 1979, waren bij twee relatief nieuwe, kleine dansgezelschappen ook belangrijke premières te zien. Het zou de definitieve doorbraak van de moderne dans in Nederland betekenen. Het ging om Lines, van Dansgroep Krisztina de Châtel en om Lopen, van Stichting Dansproduktie. De van oorsprong Hongaarse choreografe Krisztina de Châtel maakte Lines in samenwerking met de beeldend kunstenaar Jan van Munster. Binnen een vierkant van zestien verticale neonbuizen creëerde De Châtel een abstracte, conceptuele choreografie voor vijf dansers die was opgebouwd uit consequent doorgevoerde repetitieve en minimale bewegingsfrasen. Aanvankelijk in stilte, maar daarna begeleid door ‘minimal music’ van Philip Glass.

Lopen van Stichting Dansproduktie was een collectief tot stand gebrachte choreografie van vijf danseressen, in samenwerking met de componist Henk van Meulen. Ze baseerden zich daarbij op urenlange wandelingen door de stad. Zo ontstond een pure, geïmproviseerde bewegingscompositie. De invloed van de Amerikaanse vedetten van de moderne, conceptuele dans, als Merce Cunningham, Robert Dunn, Anna Halprin en Erick Hawkins was evident. Een aantal leden van het collectief had een deel van hun opleiding dan ook in New York gevolgd. Met hun collectieve werkwijze, eerder al toegepast door Het Werkteater, werd Stichting Dansproduktie een voorbeeld voor veel andere dansgroepen die zich in de jaren tachtig aandienden en waar een klein maar trouw publiek voor was. Daarmee werd individuele inbreng en persoonlijkheid van de uitvoerenden ook binnen de dans een factor van belang.

Lines van Dansgroep Krisztina de Châtel, 1979. Foto Bob van Dantzig. Collectie TIN Lines van Dansgroep Krisztina de Châtel, 1979. Foto Bob van Dantzig. Collectie TIN Lines van Dansgroep Krisztina de Châtel,l 1979. Foto Bob van Dantzig. Collectie TIN


Affiche voor Lopen van Stichting Dansproduktie, 1979. Ontwerper onbekend. Collectie TIN Lopen van Stichting Dansproduktie, 1979. Foto: Bob van Dantzig. Collectie TIN

Een literaire choreografie

Vijf jaar later zou Stichting Dansproduktie een samenwerking aangaan met het Onafhankelijk Toneel. De productie Marienbad was het eerste overtuigende voorbeeld van een literaire choreografie, een voorstelling waarin beweging en tekst versmolten. Deze ontwikkelingen zijn overigens niet los te zien van de optredens van het Tanztheater Wuppertal van Pina Bausch dat hier vanaf 1978 regelmatig te gast was. Ook Bausch werkte met dansers met een uitgesproken persoonlijkheid, die een belangrijke inhoudelijke inbreng hadden bij de totstandkoming van haar choreografieën. En ook bij Bausch vervaagde de grens tussen dans en theater.

Het gebruik van nieuwe media, de collectieve productiewijze, de danser als (mede)maker, de doorbraak van de moderne, conceptuele dans én de verhalende dans: het zijn allemaal pijlers waarop het veelzijdige dansaanbod in Nederland na 1979 zou steunen.


Marienbad, 1984. Links: Bianca van Dillen. Rechts: Dirk Groeneveld. Foto: Jannes Linders. Collectie TIN Marienbad, 1984. Foto: Jannes Linders. Collectie TIN Marienbad, 1984. Midden: Bianca van Dillen. Foto: Jannes Linders. Collectie TIN Café Müller van Tanztheater Wuppertal, seizoen 1980-1981. Foto: Bob van Dantzig. Collectie TIN Auf dem Gebirge hat man ein Geschrei gehört van Tanztheater Wuppertal, 1986. Foto: Jaap Pieper. Collectie TIN


Dit is één van de canonteksten. Voor meer informatie zie: Canon van het Theater in Nederland

Schrijf mee!

Wilt u deze pagina bewerken, corrigeren of aanvullen?

Iedereen kan eenvoudig meeschrijven aan de theatergeschiedenis op de Theaterencyclopedie. Hiervoor moet u ingelogd zijn op uw eigen account. Door eenmalig te registreren maakt u een eigen account aan. Helpt u mee de Theaterencyclopedie compleet te maken?

Fondsen en Partners